Now showing items 1-20 of 12796

    • Interne en externe afstanden voor multi-fuel tankstations

      Laheij, GMH; Pompe, CE; Thijssen, CMD; Uijt de Haag, PAM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-03-02)
      De Nederlandse overheid werkt eraan om meer duurzame energie te gebruiken. Het is onder andere de bedoeling dat auto’s en vrachtwagens steeds meer op waterstof, aardgas en elektriciteit gaan rijden. De komende jaren worden tankstations ingericht voor deze energiebronnen, naast benzine, diesel en LPG. We noemen dit multi-fuel tankstations. Er gelden nu regels om ervoor te zorgen dat brandstof veilig wordt aangevoerd naar en opgeslagen op het tankstation. De regels gaan over de afstanden binnen en buiten de tankstations. Op de tankstations moet er genoeg afstand zijn tussen de installaties voor verschillende soorten brandstof. Dat voorkomt een kettingreactie bij een ongeluk. Daarbuiten moet de afstand tussen een tankstation en de woningen in de omgeving groot genoeg zijn. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat ook multi-fuel tankstations veilig zijn met deze regels. Voor dit onderzoek zijn de afstanden berekend met verschillende aannames over de hoeveelheden die in 2030 van de verschillende typen brandstof worden verkocht. Het RIVM raadt aan in de gaten te houden of de afstanden tot de woningen in alle praktijksituaties groot genoeg zijn voor de combinatie van de ‘nieuwe’ brandstoffen. Het onderzoek is samen met het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) gedaan.
    • Staat van Infectieziekten in Nederland, 2019

      Lagerweij, G; Schimmer, B; Mooij, S; Raven, S; Schoffelen, A; de Gier, B; Hahné, S (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-03-01)
      Het RIVM geeft elk jaar in de Staat van Infectieziekten een overzicht van de belangrijkste ontwikkelingen van infectieziekten in Nederland en, als het voor Nederland relevant is, in het buitenland. Deze jaarlijkse rapportage geeft beleidsmakers bij onder andere het ministerie van VWS en GGD’en inzicht in de ontwikkelingen. Eind 2018 is een vaccinatiecampagne begonnen tegen meningokokken voor tieners. In 2019 hebben minder mensen een ernstige infectie met meningokokken W gekregen dan het jaar ervoor (van 103 in 2018, naar 62 in 2019). Tussen eind november 2019 en eind januari 2020 hebben 66 mensen papegaaienziekte (psittacose) gehad. Dat aantal is veel hoger dan de gemiddeld 10 tot 20 zieken per jaar in de vijf jaar daarvoor. Alle gemelde patiënten zijn opgenomen in het ziekenhuis, van wie er een is overleden. In 2019 zijn twee Nederlandse tropenartsen in Sierra Leone geïnfecteerd met Lassavirus. Beide patiënten zijn naar Nederland gebracht, waarna een van hen overleed. De Staat van Infectieziekten geeft ook aan hoeveel ‘gezonde levensjaren’ verloren zijn gegaan door infectie¬ziekten, uitgedrukt in disability-adjusted life years (DALY’s). Dit wordt ook wel de ‘ziektelast’ genoemd. De infectieziek¬ten waaraan in 2019 in Nederland de meeste gezonde levensjaren verloren gingen, zijn ernstige pneumokokken¬ziekte (9.500 DALYs), griep (8.100 DALYs), en legionella (8.100 DALYs). Deze top-3 is al enkele jaren hetzelfde. Het RIVM geeft ook alvast een eerste schatting van de ziektelast door COVID-19 in Nederland in 2020, gezien de grote impact van deze ziekte in Nederland en wereldwijd. De ziektelast in de eerste golf in 2020 (tot 1 juli) is geschat op, afgerond, 58.500 DALY’s. De meeste gezonde levensjaren zijn verloren gegaan door mensen die vroegtijdig zijn overleden aan COVID-19. Deze ziektelast is gebaseerd op het aantal patiënten van wie via labora¬toriumonderzoek is aangetoond dat ze COVID-19 hebben. De werkelijke ziektelast is hoger, omdat lang niet iedereen met klachten op het virus is getest.
    • Rapportage 2020 Nationale Adviesgroep Cabinelucht

      Hendriks, H (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-02-26)
      Het is nog steeds onduidelijk of er een direct verband is tussen gezondheidsklachten van vliegtuigbemanning en blootstelling aan chemische stoffen via de cabinelucht. Het is in ieder geval niet helemaal duidelijk welke stof of stoffen in de cabine gezondheidsklachten veroorzaken. Naar aanleiding van internationale discussies hierover heeft het toenmalige ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) in 2015 de Nationale Adviesgroep Cabinelucht (NAC) opgericht. De adviesgroep informeert alle betrokken partijen over Europese onderzoeken naar de kwaliteit van cabinelucht in vliegtuigen. Ook adviseert de NAC de huidige minister van IenW of extra onderzoek nodig is. Deze rapportage beschrijft de voortgang van onderzoeken en bijeenkomsten van de NAC in 2020. In 2020 heeft het RIVM het secretariaat van de adviesgroep overgenomen van het Overlegorgaan Fysieke Leefomgeving. In dat jaar heeft de minister van IenW ook een nieuwe voorzitter benoemd. In het verslagjaar liepen verschillende onderzoeken, die in het jaarverslag staan beschreven. Zo wordt gewerkt aan een Europese norm voor de luchtkwaliteit in vliegtuigcabines. Voor een ander onderzoek is met testvluchten geprobeerd een lekkage nagebootst, waarna de cabinelucht is gemeten (fume events). Dit is onderzocht omdat de lucht in een vliegtuigcabine vaak wordt aangezogen via de motoren. Daardoor kunnen chemische stoffen uit bijvoorbeeld motorolie in het luchtsysteem van het vliegtuig komen. Bij een lekkage komen opeens veel chemische stoffen uit de motorolie in de cabinelucht terecht. Dat geeft een sterke geur en soms zelfs rook in de cabine. In de NAC zitten vertegenwoordigers van werkgevers (zoals KLM en Schiphol), werknemers (piloten en stewardessen) en onderzoeksinstituten, waaronder het RIVM en TNO. Vertegenwoordigers vanuit de ministeries van Infrastructuur & Waterstaat (IenW) en Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zijn waarnemend lid. De leden van de NAC komen een aantal keer per jaar bij elkaar. Kernwoorden: cabinelucht, luchtkwaliteit, vliegtuigen
    • Minerals Policy Monitoring Programme report 2015-2018 : Methods and procedures

      van Duijnen, R; van Leeuwen, TC; Hoogeveen, MW (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-02-22)
      Dit technische rapport beschrijft de werkwijze van het Landelijk Meetnet effecten Mestbeleid (LMM) tussen 2015 en 2018. Dat gebeurt elke vier jaar. Het LMM geeft de Nederlandse overheid onder andere informatie over de effecten van het mestbeleid op de kwaliteit van water onder en op landbouwbedrijven in relatie tot de bedrijfsvoering. Het meetnet is daarmee belangrijk voor de evaluatie van het Nederlandse en Europese beleid over meststoffen (nitraat en fosfaat). Het LMM houdt ook bij wat de effecten van de zogeheten derogatie zijn op de waterkwaliteit en de bedrijfsvoering / gewasopbrengsten. Derogatie houdt in dat Nederland, onder voorwaarden, meer stikstof met dierlijke mest op het land mag gebruiken dan volgens de Europese nitraatrichtlijn is toegestaan. Landen met derogatie zijn verplicht de effecten van een hogere hoeveelheid stikstof uit dierlijke mest elk jaar bij te houden. Tussen 2015 en 2018 is het meetnet aangepast om het te verbeteren en uit te breiden. Er zijn onder andere extra metingen gedaan in sloten op landbouwbedrijven. Hiermee sluit het LMM beter aan bij andere meetnetten en de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). Ook is op meer staldierbedrijven, zoals varkensbedrijven, gemeten. Wageningen Economic Research en het RIVM werken voor het meetnet samen om informatie te verzamelen over de landbouwpraktijk en waterkwaliteit op landbouwbedrijven in Nederland. Wageningen Economic Research verzamelt financiële, economische en milieudata van ongeveer 450 landbouwbedrijven. Het RIVM meet de kwaliteit van het grondwater, bodemvocht, slootwater en/of drainagewater op deze bedrijven. De bedrijven die aan het LMM meedoen zijn verdeeld over grondsoortregio's (Zand, Klei, Veen en Löss) en bedrijfstypen (melkvee-, akkerbouw- , staldier- en overige bedrijven). Ze vertegenwoordigen ongeveer 85 procent van het landbouwgebied in de regio's.
    • Modernizing innovation governance to meet policy ambitions through trusted environments.

      LG Soeteman-Hernandez; HR Sutcliffe; Sluijters, T; van Geuns, J; Noorlander, CW; Sips, AJAM (2021-02-21)
    • Mitigation of the effect of drought on growth and yield of pomegranates by foliar spraying of different sizes of selenium nanoparticles.

      Zahedi, Seyed Morteza; Hosseini, Marjan Sadat; Daneshvar Hakimi Meybodi, Naghmeh; Peijnenburg, Willie (2021-02-20)
      Trees treated with Se-NPs displayed higher levels of photosynthetic pigments, a better nutrient status, better physical (especially fruit cracking) and chemical parameters, a higher phenolic content, and higher concentrations of osmolytes, antioxidant enzymes and abscisic acid as compared to untreated trees under drought stress. Foliar spraying of 10 and 50 nm Se-NPs alleviated many of the deleterious effects of drought in pomegranate leaves and fruits and this was achieved by reducing stress-induced lipid peroxidation and H2 O2 content through enhancing the activities of antioxidant enzymes. Furthermore, the 10 nm Se-NPs treatment produced more noticeable effects than the treatment with 50 nm Se-NPs.
    • Residential Environment and Health: A Review of Methodological and Conceptual Issues.

      Kamp, Irene van; Loon, Jeanne van; Droomers, Mariel; Hollander, Augustinus de (2021-02-20)
    • Selection and ranking of chemical substances and consumer products based on a consumer product database : To be used in the NVWA analysis on the supply chain of consumer products

      Woutersen, M; Wijnhoven, S; Affourtit, F (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-02-19)
      Dit rapport beschrijft de resultaten van een analyse van chemische stoffen in producten die Nederlandse consumenten gebruiken. De Nederlandse Voedsel en Warenautoriteit (NVWA) gebruikt de uitkomsten om te bepalen óf en welke risico's er zijn in de keten consumentenproducten. De analyse is gebaseerd op zoekopdrachten in de ISA database. Deze database is opgesteld om verschillende leveranciers (vooral bouwmarkten) te helpen. Hierin is gezocht naar de aanwezigheid van chemische stoffen in consumentenproducten. Het gaat daarbij vooral om doe-het-zelf producten, schoonmaakmiddelen, lijmen en cosmetica. Daarnaast is geselecteerd op stoffen met een gevaarsclassificatie of met mogelijk hormoonverstorende eigenschappen. In de database komen meer dan 18.000 consumentenproducten voor die minimaal één gevaarlijke of mogelijke gevaarlijke stof bevatten. Van de onderzochte (mogelijk) gevaarlijke stoffen komen er 274 voor in consumentenproducten. Deze stoffen en producten zijn gescoord en gerangschikt op basis van gevaarseigenschappen en blootstelling. De groep met de hoogste totale score is 'verf', gevolgd door 'bouwmaterialen' en 'cosmetica'. In verf en bouwmaterialen zitten een relatief groot aantal (mogelijk) gevaarlijke stoffen. Dit zijn productgroepen met veel verschillende producten. De stof met de hoogste totale score is ethanol, vooral omdat dit in veel producten zit. De meest schadelijke stoffen in consumentenproducten zijn bepaalde pesticiden en metalen die kankerverwekkend en schadelijk voor de voortplanting zijn, zoals thiacloprid, diuron, een organotinverbinding en lood chromaat. Naast de stoffen zijn ook de producten geclassificeerd door de fabrikant. Er is een groot verschil tussen de classificatie van stoffen en de producten. Een product met een mogelijk kankerverwekkende stof erin hoeft niet als kankerverwekkend geclassificeerd te worden als de concentratie van deze stof heel laag is. Ook bij stoffen is de classificatie soms afhankelijk van de aan- of afwezigheid van specifieke vervuilingen. Bijvoorbeeld het gehalte benzeen in petroleumderivaten bepaalt of deze al dan niet als kankerverwekkend geclassificeerd moeten worden.
    • Systematic screening for COVID-19 associated invasive aspergillosis in ICU patients by culture and PCR on tracheal aspirate.

      van Grootveld, Rebecca; van Paassen, Judith; de Boer, Mark G J; Claas, Eric C J; Kuijper, Ed J; van der Beek, Martha T (2021-02-19)
    • COVID-19 symptoms: a case-control study, Portugal, March-April 2020.

      Perez Duque, M; Luccacioni, H; Costa, C; Marques, R; Antunes, D; Hansen, L; Sá Machado, R (2021-02-19)
    • Grumpy or depressed? Disentangling typically developing adolescent mood from prodromal depression using experience sampling methods.

      Dietvorst, Evelien; Hiemstra, Marieke; Maciejewski, Dominique; van Roekel, Eeske; Bogt, Tom Ter; Hillegers, Manon; Keijsers, Loes (2021-02-17)
    • COVID-19 vaccination: the VOICE for patients with cancer.

      van der Veldt, Astrid A M; Oosting, Sjoukje F; Dingemans, Anne-Marie C; Fehrmann, Rudolf S N; GeurtsvanKessel, Corine; Jalving, Mathilde; Rimmelzwaan, Guus F; Kvistborg, Pia; Blank, Christian U; Smit, Egbert F; et al. (2021-02-15)
    • The added value of using the HEPA PAT for physical activity policy monitoring: a four-country comparison.

      Gelius, Peter; Messing, Sven; Forberger, Sarah; Lakerveld, Jeroen; Mansergh, Fiona; Wendel-Vos, Wanda; Zukowska, Joanna; Woods, Catherine (2021-02-15)
    • Reductions in nitrogen oxides over the Netherlands between 2005 and 2018 observed from space and on the ground: Decreasing emissions and increasing O3 indicate changing NOx chemistry.

      Zara, M; Boersma, KF; Denier van der Gon, H; Vila-Guerau de Arellano, J; Krol, M; van der Swaluw, K; Velders, GJM (2021-02-15)
    • Highly time-resolved measurements of element concentrations in PM10 and PM2.5: comparison of Delhi, Beijing, London, and Krakow.

      Rai, P; Slowik, JG; Furger, M; El Haddad, I; Visser, S; Tong, Y; Singh, A; Wehrle, G; Kumar, V (2021-02-12)
    • Burden of foodborne diseases: think global, act local.

      Pires, SM; Desta, BN; Mughini-Gras, L; Mbaga, BT; Fayemi, OE; Salvador, EM; Gobena, T; Majowicz, SE; Hald, T; Hoejskov, PS; et al. (2021-02-12)
    • Assessing trends in rat populations in urban and non-urban environments in the Netherlands.

      Maas, M; Helsloot, T; Takumi, K; van der Giessen, J (2021-02-12)