• Koolmonoxide in huurwoningen in de Randstad. Metingen bij huishoudens met een bruto jaarinkomen lager dan 14.000 euro in Schiedam en Dordrecht

      van Bruggen M; Gram JTM; Boels EL; Ruhaak L; Mooij M; IMG (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMGGD Rotterdam RijnmondGGD Zuid-Holland Zuid, 2010-01-14)
      In circa 1000 huishoudens in Schiedam en Dordrecht met jaarinkomens lager dan 14.000 euro is onderzocht of er verbrandingsinstallaties aanwezig zijn die koolmonoxide uitstoten en of dat de gezondheid van de bewoners kan bedreigen. Bij 1 op de 6 woningen is koolmonoxide aangetroffen. In verreweg de meeste gevallen waren de concentraties gering (minder dan 10 ppm) en daardoor niet bedreigend voor de gezondheid. In zulke gevallen kon worden volstaan met schoonmaak- en onderhoudsadviezen. In ongeveer 1 op de 100 van de onderzochte woningen was direct ingrijpen wel noodzakelijk. Ook bleek dat in deze categorie huishoudens slechts 35 procent van de gasinstallaties jaarlijks wordt gecontroleerd. Dit blijkt uit onderzoek dat het RIVM in samenwerking met de GGD'en Rotterdam-Rijnmond en Zuid-Holland Zuid heeft uitgevoerd. Het onderzoek is in opdracht van het ministerie van VWS uitgevoerd om meer zicht te krijgen op koolmonoxidevergiftigingen in Nederlandse woningen. In Nederland overlijden per jaar 8 tot 12 mensen aan een koolmonoxidevergiftiging, meestal als gevolg van niet goed onderhouden verbrandingsinstallaties. Voor het onderzoek zijn kortdurende metingen verricht in de woonkamer, in de ruimte waar een gastoestel (geiser, gaskachel of gasfornuis) staat en direct boven het toestel. De hoogste waarden zijn gemeten boven brandende geisers (70 procent) en gaskachels (30 procent). Boven een gaskachel die nog nooit was schoongemaakt, is een levensbedreigende hoeveelheid van 1200 ppm aangetroffen. Om een koolmonoxidevergiftiging te voorkomen is het belangrijk gasapparatuur jaarlijks te onderhouden en in huis voldoende te ventileren. Sinds de energiesector in de jaren negentig van de vorige eeuw is geliberaliseerd, ligt de controletaak op het onderhoud van deze apparatuur in huurwoningen niet meer bij de netbeheerder maar bij de huiseigenaar.