• Invloed van beta-HCH op fertiliteit van mannelijke en vrouwelijke ratten

      Velsen; F.L.van; Franken; M.A.M.; Peters; P.W.J. (1984-12-31)
      De invloed van beta-HCH op de fertiliteit van mannelijke en vrouwelijke ratten is onderzocht. De stof is gedurende 12 weken voor de paring en gedurende de periode daarna tot in totaal 18 weken toegediend via het voer in een concentratie van 150 mg/kg-1. Dit onderzoek sluit aan bij de onderzoekingen naar de vermeende oestrogene werking en de waargenomen reproduktiestoornissen onder invloed van dit isomeer van hexachloorcyclohexaan (HCH). Het blijkt dat de onderzochte dosering tot totale infertiliteit van zowel mannelijke als vrouwelijke ratten leidt. De vrouwelijke infertiliteit is onderzocht op reversibiliteit deze blijkt langzaam tot in het geheel niet te verlopen. De infertiliteit bij beide geslachten kan worden verklaard door de oestrogene werking van de stof en komt tot uiting bij zowel het paargedrag als de bevruchting. Nader onderzoek naar het mechanisme en de reversibiliteit is gewenst.
    • Studie naar de mogelijkheden voor een epizootologische studie van teratogene effecten van cadmium

      Kreis; I.A.; Peters; P.W.J.; Brus; D.H.J.* (1985-10-31)
      Gezien de toenemende verontreiniging van het milieu met cadmium en steeds terugkerende tekenen van teratogeniteit van cadmium intoxicatie dan wel zinkdeficientie in het dierexperimenteel onderzoek is een studie naar de mogelijke teratogeniteit van cadmium gerechtvaardigd. Het is attractief om de teratogeniteit van cadmium te bestuderen in lage concentraties zoals die voorkomen in het milieu, omdat dit dan voor het beleid relevante conclusies oplevert. Het noodzaakt echter tot het gebruik van epidemiologische technieken gezien de grote aantallen mensen dan wel dieren die nodig zullen zijn. Het beste onderzoeksobject lijkt op het ogenblik een retrospectief cohort van koeien waarbij de geexponeerde dieren uit de Kempen en de controlegroep uit de rest van Noord-Brabant afkomstig kunnen zijn.