• Bepaling van hematologische waarden van respondenten bij een screening op cadmium lichaamsbelasting uit de bevolking in de Kempen

      Helleman; P.W.; Geleijnse; M.E.M.; Rooy; L.C.de; (1984-12-31)
      Van 31 personen uit Budel en 612 personen uit Luyksgestel en Zeeland (NB) werd het bloedbeeld bepaald. Bij 59 personen werd een afwijking van het rode bloedbeeld gevonden, namelijk 16 microcytaire bloedbeelden waarvan 3 alfa-thalassemieen en 7 ijzergebrekstoestanden. Opvallend is het relatief hoge aantal macrocytaire bloedbeelden (21). Mogelijk is dit laatste het gevolg van een relatief tekort aan foliumzuur. Bij 36 personen werd een afwijking van het witte bloedbeeld gevonden.
    • Carcinogenicity study with epichlorohydrin (CEP) by gavage in rats

      Wester; P.W.; Heijden; C.A.van der; Bisschop; A.; Esch; G.J.van (1984-10-12)
      Aan Wistar ratten werd 5x per week gedurende minimaal twee jaar per maagsonde 0,2 resp. 10 mg/kg epichloorhydrine toegediend, waarbij naast lichaamsgewicht en sterfte vooral gelet werd op het ontstaan van tumoren. De voornaamste, aan de behandeling toegeschreven bevinding was het ontstaan van voormaagtumoren (plaveiselcelcarcinomen) in hoge incidentie in de 10 mg CEP/kg groep en in een lagere incidentie bij de 2 mg CEP/kg, terwijl dit type tumor bij de controledieren niet is waargenomen.
    • Nortestosteron in kalveren en runderen, een orienterend onderzoek naar stabiliteit en metabolisme

      Ginkel; L.A. van; Blitterswijk; H. van; Zuydendorp; J.; Zoontjes; P.W.; Rossum; H.J. van; et al. (1986-12-31)
      Het bleek dat het gehalte aan vrij NT in urine bewaard bij kamertemperatuur reeds na 1 dag significant is afgenomen. Via een antiserum met een relatief hoge affiniteit voor de NT C17- metabolieten norandrosteendion (NA) en epinortestosteron (epiNT), kon met behulp van radio-immunogrammen aangetoond worden dat NT oxydeert tot NA. Ook epiNT werd tot NA geoxideerd, de bestendig- heid van epiNT hiertegen bleek echter aanzienlijk groter. In gal afkomstig van runderen met een NT bevattende toedieningsplaats bleek tot nu toe circa 10 tot 100 mu gr/liter epiNT aantoonbaar te zijn; NT gehalten waren aanzielijk lager. Geconcludeerd wordt, dat keuringsonderzoek van monsters gal op de aanwezigheid van epiNT mogelijk een beter alternatief is voor het onderzoek van toedieningsplaatsen en urine op NT. Resultaten van orienterend In Vitro metabolisme onderzoek met interacte rattelever-hepatocyten worden beschreven.
    • Onderzoek naar de stabiliteit van een verdunde "Stabicellsuspensie"

      Helleman; P.W.; Wikkeling; R.H.; Geleijnse; M.E.M. (1984-08-13)
      Uitgaande van een geconcentreerde "Stabicellsuspensie" is een verdunde suspensie gemaakt met behulp van Isoton IIR. Isoton IIR is een vloeistof die wordt gebruikt voor het maken van verdunningen van bloed voor het daarin tellen van erytrocyten en leukocyten. Bij onderzoek van de bij kamertemperatuur bewaarde verdunde "Stabicellsuspensie" blijkt dat de celconcentratie in de loop van 5 maanden niet beduidend is veranderd. Tevens blijkt dat geen beduidende veranderingen in het gemiddelde celvolume en in de vorm van de frequentie verdeling van de volumina van de "Stabicells" is opgetreden. De afdeling Steriliteitsonderzoek heeft geen bacterie- of schimmelgroei kunnen aantonen tijdens de 5 maanden bewaarperiode.
    • Rapportage van een onderzoek naar effecten op de nierfunctie in een langdurig aan cadmium blootgestelde populatie in de Kempen en een controle populatie

      Kreis; I.A.; Bruin; M. de*; Coumans; G.G.H.*; Derks; H.J.G.M.; Dreumel; H.J. van; et al. (1987-01-31)
      In dit rapport wordt een overzicht gegeven van de geschiedenis, vraagstelling, onderzoekmethoden en resultaten van een onderzoek naar de cadmiumlichaamsbelasting en eventuele effecten op de nierfunctie. Er werd een duidelijk verschil tussen de plaatsen aangetoond in de concentratie aan cadmium van de urinemonsters, waarbij Luyksgestel hoger uitkomt dan Zeeland en waarbij het verschil toeneemt met de leeftijd. Er is eveneens een verschil tussen de plaatsen zichtbaar bij een aantal van de parameters voor de nierfunctie m.n. retinolbindend eiwit, de verhouding tussen laag- en hoogmoleculaire eiwitten en N- acetyl-B-d-glucosaminidase. De conclusie van het onderzoek kan dan ook luiden dat de belasting van het lichaam met cadmium als gevolg van de blootstelling via de voeding, zoals die in Luyksgestel heeft plaatsgehad, hoger is dan die in een vergelijkbare Nederlandse populatie. Er is een mogelijk daarmee samenhangende, verandering in de nierfunctie meetbaar.
    • Semichronische orale toxiciteit van beta-HCH bij de rat. II

      Velsen; F.L.van; Helleman; P.W.; Danse; L.H.J.C.; Dormans; J.A.M.A. (1984-12-31)
      De semichronische orale toxiciteit van beta-HCH is onderzocht om de effecten, die in eerder onderzoek zijn waargenomen, te valideren en om een no-effect-level vast te stellen. In dit experiment zijn de doses 0, 0,1, 0,4, 2 en 10 mg/kg voer onderzocht. Bij de vrouwelijke dieren van de 2 en 10 mg/kg voer-groepen is een significant lagere concentratie van de leucocyten waargenomen dan die in de controle groep. Dit effect komt in zekere zin overeen met de resultaten van het eerdere onderzoek. In dit onderzoek was 0,4 mg/kg voer de dosering zonder effecten. Omgerekend is dit 20 mug per kg lichaamsgewicht. De in onderzoek van duplicaat 24-uren-voedingspakketten vastgestelde mediane dagelijkse opname van beta-HCH door de mens bedroeg 0,05 mug/kg lichaamsgewicht. Derhalve is de marge tussen de voorlopige no-effect-level en de mediane opname per capita een factor 400.
    • Vaststelling van erytrocytometrische waarden bij drachtige ponies, die bloeddonor zijn voor Diosynth B.V. te Oss

      Helleman; P.W.; Geleijnse; M.E.M.; Rooy; L.C.de (1984-12-31)
      Het afnemen van bloed bij drachtige paarden voor farmaceutische doeleinden heeft effect op de hemo(cyto)metrische waarden. De veranderingen zouden kunnen duiden op een (relatieve) verlaging van de erytropoietische activiteit van het beenmerg, op een verandering van de colloide osmotische activiteit van het plasma en op een (relatieve) vermindering van de aanmaak van het hemoglobine. Een en ander heeft mogelijk consequenties voor de zuurstofvoorziening van de weefsels van het paard en van het veulen en speelt mogelijk een rol bij het herstel van de toestand van het paard en van het veulen na de geboorte. Verder onderzoek naar de hiervoor genoemde factoren is aan te bevelen. Onderzoek van alleen de hemoglobineconcentratie is onvoldoende, om inzicht te krijgen in de hematologische status van de dieren.