• Berekening van het effect van klein chemisch afval op de huidige afvalverwijderingsmethoden. (deelproject 4 van het project Klein Chemisch Afval)

      Kooper; W.F.*; Meijer; P.J.; Schot; F.J.van der*; Tubergen; J.van*; Ven; B.L.van der; et al. (1985-06-30)
      Ter voorbereiding en onderbouwing van een te ontwikkelen beleid aangaande een inzamelstructuur voor klein chemisch afval, wordt een aantal deelprojecten uitgevoerd. In deze studie is deelproject 4 aan de orde, zijnde een berekening van de invloed van klein chemisch afval op de vracht aan in deelproject 3 geselecteerde prioritaire stoffen op de huidige afvalverwijderingsmethoden. Gebleken is dat de vracht c.q. emissie van een aantal metalen zal kunnen afnemen van 10-75% en de uitstoot van enkele organische verbindingen (o.m. PCB) volledig kan worden teruggedragen. Dit geldt bij 100% kca inzameling. Het effect is te gering om voorgenomen emissie beperkende maatregelen achterwege te laten. Gezien de uitgangspunten dienen de resultaten met de nodige voorzichtigheid geinterpreteerd te worden.
    • Cadmium in kunststofprodukten uit huishoudelijk afval (zakkenvuil)

      Meijer; P.J.; Aalbers; T.G.; Bruin; M.de (1986-06-30)
      Dit interimrapport presenteert de resultaten van de bepaling van het Cd-gehalte in 137 kunststofprodukten uit huishoudelijk afval (zakkenvuil) als onderdeel van het lopende onderzoek naar enkele metalen in 320 kunststofprodukten. Gebleken is dat in een aantal gekleurde kunststofprodukten hoge Cd gehalten voorkomen: in 21 produkten werd een Cd bepaald van meer dan 50 mg/kg tot een maximum van 5000 mg/kg. Vele produkten blijken een laag Cd gehalte te hebben: in 100 produkten bleek het Cd gehalte < 5 mg/kg.
    • Inventarisatie van de mogelijkheden van opberging van niet-radioactieve afvalstoffen in een droge zoutmijn

      Glasbergen; P.; Obdam; A.; Meijer; P.J.; Lokhorst; A.*; (1986-11-30)
      Ondergrondse opberging wordt thans in het buitenland toegepast. De hoeveelheden afvalstoffen die voor berging in Nederland in aanmerking komen zijn geinventariseerd en er is een prognose voor de hoeveelheden omstreeks het jaar 2000 gemaakt. Minimaal zal dan een hoeveelheid van ruim een half miljoen ton/jr beschikbaar zijn. Ondergrondse opberging biedt een meervoudige barriere tegen verspreiding in de biosfeer. De scenario's die tot onverhoopt vrijkomen aanleiding kunnen geven zijn beschreven alsmede de consewuenties in globale zin. Uit indicatieve berekeingen blijkt dat zelfs na een waterinbreuk in de opbergmijn de verontreiniging zeer beperkt is.
    • Inventarisatie van kleine hoeveelheden (&lt; 20 ton/jaar) chemisch afval en probleemstoffen naar soorten en bronnen van ontstaan (deelproject 3 van het project Klein Chemisch Afval)

      Anthonissen; I.H.; Bremmer; H.J.; Meijer; P.J.; Ven; B.L.van der; Weide; S.F.van der* (1985-05-31)
      Ter voorbereiding en onderbouwing van een te ontwikkelen beleid aangaande een inzamelstructuur voor klein chemisch afval, wordt een aantal deelprojecten uitgevoerd. In deze studie is deelproject 3 aan de orde. Dit betreft een inventarisatie van het klein chemisch afval. Als ingang voor de inventarisatie is gekozen voor de invalshoek "afvalcategorieen". Een twintigtal afvalcategorieen is gedefinieerd en met behulp van beschikbare literatuur en raadpleging van deskundigen, is getracht om de benodigde gegevens te vergaren. Het totaal aan klein chemisch afval dat niet via de juiste wijze wordt verwijderd bedraagt ca.230.000 ton/jaar. Belangrijke categorieen zijn: spuitafval 5000 t/j ; verfafval (part.) 1400 t/j; verfafval (bouw) 1900 t/j ; afvalolie emulsies 45000 t/j ; afvalolie (part.) 10000t/j ; boor- en snijolie 2000 t/j ; batterijen (part.) 4000 t/j ; accu's 4500 t/j ; gasontladingslampen 4000 t/j ; asbest 4500 t/j ; PVC (part.) 40000 t/j ; apparaten 50000 t/j ; leerafval 35000 t/j.
    • Klein Chemisch Afval (KCA) in &quot;prioritaire&quot; branches in het Gewest Gooi en Vechtstreek

      Meijer; P.J.; Poel; P. van der; Duvoort; G.L.; Weenen; B. van*; Smoor; P.B.*; et al. (1986-12-31)
      D.m.v. bedrijfsbezoeken zijn enkele branches benaderd waar prioritaire KCA-stoffen vrijkomen. De resultaten van de nulmeting geven aan dat het chemisch afval voor 92% qua hoeveelheid op juiste wijze verwijderd wordt. Zonder de hoeveelheid afgewerkte olie echter ca. 82%. Veel gaat er goed in de onderzochte branches doch ca. 40% van de bedrijven neemt niet of onvoldoende de bepalingen van de Wet chemische afvalstoffen in acht. Veel kleinere partijen worden niet op juiste wijze uitgevoerd of verwerkt, zoals het afvoeren met bedrijfsafval of afgifte aan niet- vergunninghouders, lozen en storten. Uit de vervolgmeting blijkt t.a.v. de geconstateerde overtredingen in 29% van de gevallen een verbeterde bedrijfsvoering was gerealiseerd en in 28% van de gevallen dit volgens de bedrijven alsnog zou worden gerealiseerd. Voor ca. 23% van de overtredingen werd geen medewerking door de bedrijven toegezegd.
    • Vervoersaspecten van klein chemisch afval. Hoofdlijnen van de problematiek van het transport over de weg van klein chemisch afval

      Meijer; P.J. (1985-11-30)
      In de rapportage worden de belangrijkste vervoersaspecten voor het transport over de weg van klein chemisch afval (KCA) in hoofdlijnen besproken. Het zwaarste punt ligt hierbij op het vervoer over land van die chemische afvalstoffen, waarvoor de bepalingen van toepassing zijn krachtens de Wet Gevaarlijke Stoffen, die vastgelegd zijn in het Reglement betreffende het vervoer over land van gevaarlijke stoffen (VLG). Hoewel de regelgeving tamelijk gecompliceerd is, is wel een behoorlijke basiskennis van het VLG alsmede van de aangeboden stoffen het afval correct in de bestaande gevarenklasse in te delen en conform in voorschriften (verpakking etc.) te vervoeren.
    • Vogelvluchtverkenning Papier- en Papierwarenindustrie

      Loonstra; S.; Ven; B.L. van der*; Meijer; P.J.; Meiling; K. (1986-04-30)
      Het rapport geeft een globaal overzicht van de afvalstromen in de bedrijfsklasse: Papier- en Papierwarenindustrie. De totale hoeveelheid afvalstoffen bedraagt 405.000 ton (in 1982). 54% hiervan bestaat uit papier- en kartonafval (220.000 ton). Van de totale hoeveelheid afvalstoffen wordt ongeveer de helft gestort of verbrand. Deze 210.000 ton bestaat voor een groot deel uit slib (dus water): ca. 130.000 ton. Van de papierafvallen wordt ca. 80% intern of extern hergebruikt. De overige 20% wordt gestort of verbrand. Het streven naar vergroting van de Nederlande houtproduktie, ook voor de papierindustrie en een grotere inzet van oud papier zullen leiden tot een grotere afvalstroom.