• Enkele hydrologische effecten van baggerspecie dumping in de Put van Heenvliet

      Mulschlegel; J.; Kusse; A.A.M.; (1985-04-30)
      In het Rotterdamse havengebied worden grote hoeveelheden in meer of mindere mate verontreinigd slib afgezet die d.m.v. baggeren worden ver wijderd. Het slib wordt op land of in zee gedumpt. Een van de potentiele locaties op land is de zogeheten Put van Heenvliet. In het kader van haar taak ten aanzien van de milieuwetgeving en een mogelijke advisering aan de Minister van VROM inzake het gebruik van genoemde locatie voor dumping van baggerspecie is door de RIMH/ZH aan het RIVM verzocht de hydrologische con sequentie van een evenutele dumping bij een aantal randvoorwaarden te geven. Voor het berekenen van de kwantitatieve en kwalitatieve veranderingen bij die randvoorwaarden is het computerprogramma INTERA gebruikt. Voorals nog werd volstaan met een 2-dimensionale benadering. Uit de resultaten van de berekeningen volgt dat in de tijd gezien een zeer langzame verslechtering van de grondwaterkwaliteit in de omgeving zal optreden. Ten opzichte van de stofconcentraties in het slib zal een aanzienlijke