• Sensitivity of microscale ecotoxicity tests and their suitability to measure toxicity of environmental samples

      Vaal MA; Folkerts AJ; ECO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1998-05-31)
      Aquatic microbiotests were selected and evaluated for their potential usefulness in measuring ecotoxicity in monitoring programs. Microbiotests are tests with aquatic invertebrates that demand a shorter exposure period and a smaller test volume than conventional aquatic ecotoxicity test methods. Microbiotests evaluated were the Thamnotox F test, the Rotox F test, the Algaltoxkit F test, the Microtox test and the Daphnia IQ test. They were tested with a reference toxicant (a metal salt), and, except for the Algaltoxkit F, with two defined mixtures of chemicals. One mixture contained toxicants with a non-specific mode of action and the other pesticides. The sensitivity and reproducibility of the microbiotests were compared with the conventional short-term tests on Daphnia magna and a fish species. Since the loss of even moderately volatile organic compounds from the original microbiotest containers appeared to be considerable, it could therefore result in a serious underestimation of toxicity when used in monitoring programmes. Modification of the test containers of the Thamnotox F and Daphnia IQ tests resulted in an improvement of the test performance. Along with the Microtox test, they form a good base for a test battery. The Rotox F test in its present form, appeared to be less useful because of its low sensitivity. At present, no suitable algal microbiotest is operational. Because of their ecological function as primary producers, algae need to be included in the test battery.
    • Sensitivity patterns of aquatic species to toxicants: a pilot study

      Hoekstra JA; Vaal MA; Notenboom J (1992-05-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Short term toxicity of bis(tri-n-butyltin)oxide in flounder(Platichthys flesus) ; pathology and immune function

      Grinwis GCM; Brandhof EJ van den; Dormans JAMA; Engelsma M; Kuiper R; Leewis R; Loveren H van; Wester PW; Vaal MA; Vethaak AD; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1997-03-31)
      Field studies in various polluted coastal areas in Europe and the United States of America clearly indicate a relation between pollution and the increase in prevalence of tumours and infectious diseases in fish. One of the chemicals of interest in the myriad of xenobiotics found in polluted waters and sediments is the organotin compound tributyltin (TBT), originating mainly from antifouling paints used on the hulls of ships. This report describes a study in which flounders (Platichthys flesus) were exposed to bis(tri-n-butyltin)oxide (TBTO) in the water under controlled laboratory conditions. The possible histopathological effects on several organs (gill, skin, eye, liver, mesonephros, ovary/testis, spleen, and gastrointestinal tract) were examined and morphometric analysis of the thymus was performed to assess the target organ(s) for TBTO in this fish species. Also the function of the non specific and specific resistance was studied using ex vivo/ in vitro immune function tests. Exposure of flounder to TBTO, in concentrations which are in the same order of magnitude as maximum TBT levels measured in the field (experiment: 17.3 mug TBT ; field: 7.2 mug TBT), caused mortality after 7-12 days, decreased the condition factor, resulted in gill lesions, and induced significant reduction of the non specific resistance. No marked effects on the relative thymus volume, or the specific immune system were noted after exposure to TBTO.
    • Short term toxicity of bis(tri-n-butyltin)oxide in flounder(Platichthys flesus) ; pathology and immune function

      Grinwis GCM; van den Brandhof EJ; Dormans JAMA; Engelsma M; Kuiper R; Leewis R; van Loveren H; Wester PW; Vaal MA; Vethaak AD; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1997-03-31)
      Veldonderzoeken uitgevoerd in diverse verontreinigde kustwateren in zowel Europa als de Verenigde Staten laten een duidelijke relatie tussen vervuiling en een toegenomen prevalentie van tumoren en infectieziekten bij vissen zien. Een van de chemische verbindingen in de veelheid van xenobiotica die gevonden kunnen worden in vervuilde wateren en sedimenten is de organotinverbinding tributyltin (TBT), hoofdzakelijk afkomstig van verf waarmee scheepshuiden worden behandeld om ongewenste aangroei van onder andere algen en schelpdieren tegen te gaan. Dit rapport beschrijft een onderzoek waarin botten (Platichthys flesus) via het water werden blootgesteld aan bis(tri-n-butyltin)oxide (TBTO) onder gecontroleerde laboratoriumomstandigheden. De mogelijke histopathologische effecten aan diverse organen (kieuw, huid, ogen, lever, buiknier, ovarium/testikel, milt en maagdarmkanaal) werden onderzocht en tevens werd er een morfometrisch onderzoek van de thymus (zwezerik) uitgevoerd om de doelorganen van TBTO bij de bot vast te stellen. Daarnaast werd het functioneren van zowel de specifieke- als aspecifieke afweer onderzocht door gebruik te maken van ex vivo / in vitro immuun functietesten. Blootstelling van botten aan TBTO gehaltes in dezelfde orde van grootte als de maximaal gemeten TBT gehaltes in de veldsituatie (experiment: 17.3 mug TBT ; veld: 7.2 mug TBT) veroorzaakte sterfte na 7-12 dagen, een vermindering van de conditiefactor, kieuwlaesies en een significante onderdrukking van de aspecifieke weerstand. Er werden geen duidelijke effecten waargenomen op het relatieve volume van de thymus en op het specifieke immuunsysteem na blootstelling aan TBTO.<br>
    • Soorten onder druk van chemische stoffen. Methodiek voor een vergelijkende risico-analyse

      Vaal MA; Hoekstra JA; ECO (1995-05-31)
      Een methodiek wordt gepresenteerd voor een vergelijkende risico-analyse van soorten onder druk van chemische stoffen. Deze vergelijkende risico-analyse werd uitgevoerd door voor twee anilines, zeven bestrijdingsmiddelen en het metaal kwik de gevoeligheid van vijftien taxonomische groepen van aquatische organismen af te zetten tegen gemeten concentraties in het Nederlandse oppervlaktewater. Waarden voor de gevoeligheid zijn afkomstig uit de literatuur of zijn geschat met behulp van in voorgaand onderzoek ontwikkelde statistische modellen. De bestudeerde taxonomische klassen zijn: bacterien, groenalgen, blauwalgen, lelies, poliepen, ciliaten, echte flagellaten, bloedzuigers, slakken, platwormen, insecten, kieuwpootkreeften, hogere kreeftachtigen, vissen en amfibieen. De beperkte set blootstellingsconcentraties van stoffen in Nederlandse oppervlaktewateren die in deze studie is gebruikt geeft aan dat over het algemeen waterorganismen in beperkte mate onder druk staan van deze stoffen. Voor enkele van de bestrijdingsmiddelen is het risico voor met name arthropoden echter groot te noemen. Parathion en malathion veroorzaken de grootste milieubelasting. Hoge concentraties zoals gemeten in wateren in het Westland, zijn een groot risico bij de voor deze stoffen zeer gevoelige kieuwpootkreeften (zoals watervlooien) en insectelarven. Vissen en hogere kreeftachtigen staan ook onder druk van deze stoffen, maar in mindere mate. Concentraties van dimethoaat en dieldrin leiden tot een groot risico voor hogere kreeftachtigen respectievelijk kieuwpootkreeften. Door verdere literatuurrecherche te combineren met technieken die de gevoeligheid van soorten modelleren, kan de vergelijkende risico-analyse worden uitgebreid tot een completere set van relevante soortgroepen en stoffen.
    • Toxicological validation of a procedure for extracting organic micropollutants form water samples

      Vaal MA; Folkerts AJ; Kamp RE van de; Struijs J; ECO (1999-07-31)
      Een procedure, ontwikkeld met het doel om microverontreinigingen uit watermonsters te concentreren, zodanig dat het uitvoeren van aquatische toxiciteitstesten mogelijk is, werd aan een toxicologisch validatieonderzoek onderworpen. Een bekende cocktail aan toxische stoffen werd geconcentreerd tot een niveau waarop in kortdurende testen een toxisch effect gemeten kon worden. De toxiciteit werd gemeten met microbiotesten: een kreeftachtige (de Thamnotox F test), een raderdiertje (de Rotox F test), een bacterie (de Microtoxtest) en een watervlo (de Daphnia IQ test). Deze kleinschalige aquatische toxiciteitstesten werden eerder geselecteerd vanwege hun korte blootstellingsduur en kleine testvolume. Het onderzoek is uitgevoerd met een synthetisch watermengsel waaraan een mengsel van organische chemicalikn met een niet-specifieke werking is toegevoegd. De chemicalikn in een relatief groot volume water werden met behulp van vaste fase extractie m.b.v. XAD, elutie met aceton en Kuderna Danish destillatie naar een klein volume water overgebracht. De toxiciteit van dit watermonster werd gemeten met de vier microbiotesten om het verlies aan toxiciteit door de opwerkings behandeling te bepalen. Daarnaast werd een watermonster zonder toegevoegde chemicalikn op identieke wijze behandeld en getest om te bepalen of de behandeling ongewenste toxiciteit veroorzaakte. Uit de resultaten bleek dat de behandelingsmethode een aanzienlijke hoeveelheid toxiciteit veroorzaakte. De toxiciteit van de blanco water monsters was zelfs net zo hoog als de toxiciteit van de watermonsters waaraan chemicalikn waren toegevoegd. De opwerkingsmethode werd verbeterd waardoor het residuegehalte van aceton verlaagd werd. De toxiciteit van de monsters die met de verbeterde procedure werden opgewerkt, worden dan ook grotendeels verklaard uit het gedoseerde testmengsel. Uit bovenstaande resultaten blijkt de waarde van de toxicologische validatie: met uitsluitend chemische analyses zou de door de procedure geintroduceerde toxiciteit niet zijn aangetoond.
    • Toxicological validation of a procedure for extracting organic micropollutants form water samples

      Vaal MA; Folkerts AJ; Kamp RE van de; Struijs J; ECO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1999-08-00)
      A procedure, developed to extract micropollutants from water samples into a concentrate that is suitable for the performance of aquatic toxicity tests, was toxicologically validated. Toxicity of known cocktail of toxicants concentrated to a level measurable in short-term toxicity tests was measured with the so-called microbiotests, Thamnotox F test, Rotox F test, Daphnia IQ test and the Microtox test. The toxicological validation was performed with a synthetic water sample prepared from a mixture of organic chemicals with a non-specific mode of action. The chemicals in a relatively large volume of water were concentrated into a small volume by means of solid phase extraction with XAD resins, elution with acetone and Kuderna Danish destillation. The toxicity of this mixture before and after the treatment was measured by means of the four toxicity tests to determine the loss of toxicity. A water sample without added toxicants was treated similarly to determine the toxicity possibly introduced by the treatment.The results of the study showed that a considerable level of toxicity was introduced by the treatment procedure. This level was, in fact, so high that toxicity of the blank water sample was as high as the toxicity of the water sample containing the mixture of toxicants. These results led to a further improvement of the procedure so that the final concentrate used for the toxicity tests contained less acetone than in the former procedure. Toxicity in the concentrated water samples, prepared according to the improved procedure, was shown to be almost entirely attributed to the toxic test mixture applied. The results of this study demonstrate the value of the toxicological validation research . Chemical analysis alone would have failed to show the unexpected, artificial toxicity introduced during certain steps in the procedure.