• Development and implementation of alternative methods in reproductive toxicology

      Piersma AH; GBO; vgc (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-05-02)
      Het RIVM probeert alternatieve testmethoden voor de zogeheten reproductietoxicologie zodanig te verbeteren dat ze betrouwbaar genoeg zijn om in de regelgeving te kunnen worden ingevoerd. Op die manier kan het aantal dierproeven worden verminderd. Reproductietoxicologie houdt zich bezig met mogelijke schadelijke effecten van stoffen op de vruchtbaarheid, de voortplanting, en de ontwikkeling van het ongeboren kind. In dit rapport heeft het RIVM, in opdracht van het ministerie van VWS, de stand van zaken beschreven van alternatieve testmethoden voor deze wetenschap. Onderzoek naar alternatieve testmethoden: Het RIVM ontwikkelt zelf alternatieve tests en teststrategieën waarvan de wetenschap verwacht dat ze schade aan de ontwikkeling kunnen voorspellen. De afgelopen vijf jaar is voortgang geboekt op het gebied van de embryonale stamceltest, de ratten-embryokweek, en de zebravis-embryotest. Deze embryo's zijn niet levensvatbaar, waardoor deze organismen, evenals de stamcellen, volgens Europese wetgeving niet als proefdieren worden beschouwd. Bij deze tests wordt gekeken naar de effecten die een stof op het niveau van genen veroorzaakt (genexpressie). Effecten op dit niveau kunnen mogelijk subtieler voorspellen of en in welke mate stoffen schadelijk zijn. Bovendien is de verwachting dat effecten op genniveau in deze testen beter te vertalen zijn naar effecten voor de mens. De huidige wijze waarop effecten van stoffen worden vastgesteld, is gebaseerd op gezondheidsschade in proefdieren. Modernisering regelgeving: Daarnaast is het RIVM actief in internationale verbanden om de regelgeving rond het gebruik van dierproeven en alternatieven te moderniseren. Het eigen onderzoek is een belangrijke ondersteuning hierbij.