• Op weg naar maatschappelijke kosten-batenanalyses voor preventie en zorg : Themarapport Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2014

      Pomp M; Schoemaker CG; Polder JJ; VZP; V&Z ; BDV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-04-16)
      Een maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) biedt een overzicht van de voor- en nadelen van een maatregel, zoals de aanleg van een weg of woonwijk. Door deze voor- en nadelen zoveel mogelijk te kwantificeren en in euro's uit te drukken, geeft een MKBA inzicht in het effect van de maatregel op de welvaart in Nederland. Met die informatie kan een MKBA de politieke besluitvorming ondersteunen en verhelderen. Om de kwaliteit en de vergelijkbaarheid van MKBA's te waarborgen hebben het Centraal Planbureau (CPB) en het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) in 2013 een algemene MKBA-leidraad opgesteld. De ministeries zullen de komende jaren werkwijzers maken, waarin de principes van de algemene leidraad worden geconcretiseerd voor het eigen beleidsterrein. Dit rapport van het RIVM is bedoeld als een eerste stap om te komen tot zo'n werkwijzer voor volksgezondheid en zorg. In het rapport laten we zien wat de consequenties zijn als vanuit de MKBA-methode naar dit terrein wordt gekeken. Een goede MKBA kan ook op het terrein van volksgezondheid en zorg een bijdrage leveren aan de beleidsvoorbereiding en de besluitvorming. Daarvoor moeten nog wel enkele methodologische aspecten nader uitgewerkt en bediscussieerd worden. Belangrijke thema's daarbij zijn: effecten op de verdeling van welvaart tussen groepen mensen, de waarde van gezondheid in euro's, het kwantificeren van arbeidsbaten en het waarderen van toekomstige baten (de 'discontovoet'). In dit rapport signaleert en expliciteert het RIVM de belangrijkste vragen en dilemma's waarop de werkwijzer een antwoord moet geven.
    • Risicovolle medische technologie en specifieke eisen aan bekwaamheid : Een verkennend onderzoek op basis van interviews

      de Vries CGJCA; van Drongelen AW; Koudijs-Siebel EA; Pot JWGA; Geertsma RE; PRV; V&Z ; BDV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-03-21)
      Het gebruik van risicovolle medische technologie in de zorg neemt toe. Zorgprofessionals moeten bekwaam zijn om deze technologieën veilig te kunnen gebruiken. In deze verkenning hebben deskundigen uit verschillende gremia hun perspectief gegeven over het toepassen van medische technologie in ziekenhuizen waarbij specifieke eisen aan deskundigheid, ervaring en vaardigheid van gebruikers nodig zijn. Voorbeelden die door deskundigen zijn genoemd, zijn laparoscopische ingrepen, gebruik van lasers, diathermieapparatuur, het verbinden van steeds meer apparaten aan elkaar, het omgaan met het groeiend aantal ICT-toepassingen in de zorg, het gebruik van complexe medische apparaten buiten het ziekenhuis en nieuwe operatietechnieken waarbij reeds geïntroduceerde apparatuur op een andere manier wordt gebruikt. Uit deze verkenning is het beeld ontstaan dat ziekenhuizen en beroepsgroepen zich de laatste jaren zeker bewust zijn dat de vaardigheden benodigd voor de veilige toepassing van medische technologie geborgd moeten zijn. Er zijn ook steeds meer initiatieven op dit gebied. Echter de mate waarin deze worden geïmplementeerd, verschilt per ziekenhuis en beroepsgroep. Er lijkt nog geen uniforme werkwijze te zijn. Door gezamenlijk op te trekken, en te leren van elkaars 'best practices', kunnen de diverse belangrijke spelers binnen de ziekenhuiszorg de veilige toepassing van medische technologie mogelijk maken.
    • Vitamine D: maximale verrijkingsniveaus voor voedingsmiddelen en maximale dagdosering voor supplementen : Rekenkundige onderbouwing met behulp van scenario's

      Verkaik-Kloosterman J; Beukers MH; Dekkers A; P&V ; M&B ; SMG; V&Z ; BDV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-02-24)
      Dit rapport bevat een erratum d.d.1-11-2014, na pagina 110 Sinds 2004 is het in Nederland toegestaan om vitamine D toe te voegen aan een ruim assortiment voedingsmiddelen. Tot die tijd was het alleen bij een beperkt aantal voedingsmiddelen toegestaan, zoals margarine en zuigelingenvoeding. In 2007 heeft het ministerie van VWS een maximum bepaald voor de toevoeging van vitamine D aan voedingsmiddelen. Ook geldt er een maximum gehalte voor vitamine D in supplementen. Beide maxima zijn vastgesteld met behulp van de 'aanvaardbare bovengrens' voor vitamine D inname. In 2012 heeft de European Food Safety Authority (EFSA) die 'aanvaardbare bovengrens' voor vitamine D verhoogd. Door deze verhoging wil het ministerie van VWS de nu geldende maxima voor toevoeging van vitamine D aan voedingsmiddelen en aan supplementen heroverwegen. Als input voor de besluitvorming hierover heeft het RIVM verschillende scenario's doorgerekend. Voedingsmiddelen mogen op dit moment verrijkt worden met vitamine D tot een maximum van 4,5 microgram per 100 kilocalorieën van een voedingsmiddel. Voor supplementen geldt op dit moment een maximale dagdosering; dat is de hoeveelheid die mensen volgens de aanwijzingen op de verpakking van een product kunnen innemen. Voor kinderen tot en met 10 jaar is dat 15 microgram; voor personen vanaf 11 jaar is dat 25 microgram. Voor dit onderzoek is het rekenmodel dat het RIVM voor dit soort berekeningen gebruikt vernieuwd. Hiermee is bepaald hoeveel ruimte er is voor extra inname van vitamine D uit verrijkte voedingsmiddelen of uit supplementen, naast de hoeveelheid die mensen via gewone voeding binnenkrijgen, totdat de aanvaardbare bovengrens wordt bereikt. Om dit te bepalen zijn gegevens gebruikt van de Nederlandse voedselconsumptiepeiling (VCP), die het consumptiepatroon in kaart brengt. Bij de berekeningen is aangenomen dat het in principe voor iedereen veilig zou moeten zijn om naast vitamine D inname uit de gewone voeding ook een bepaalde hoeveelheid vitamine D uit verrijkte voedingsmiddelen en supplementen binnen te krijgen.