• Consequentieonderzoek probitrelaties : De impact van veranderingen in uitkomsten van risicoberekeningen

      Zonneveld, M; Kooi, ES; Uijt de Haag, PAM; Kieskamp, KK (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-09-30)
      Activiteiten van bedrijven die werken met giftige stoffen, kunnen een risico vormen voor de omgeving. Dit geldt ook voor de buisleidingen waardoor deze stoffen worden vervoerd. In een specifiek gebied om deze bedrijven en buisleidingen heen mogen daarom geen gebouwen zoals woningen en scholen worden gebouwd. Hoe groter het risico, hoe groter dat gebied is. Om de omvang van deze gebieden te kunnen bepalen, wordt berekend hoe groot de kans is dat iemand zou kunnen overlijden bij een incident waarbij deze persoon aan een giftige stof blootstaat. Dit risico wordt berekend met zogeheten probitrelaties, die de overheid voorschrijft. De methode waarmee deze probitrelaties worden bepaald, is in 2015 grondig herzien. Een probitrelatie geeft het verband weer tussen de concentratie van een giftige stof, de duur van de blootstelling en de kans dat een mens eraan overlijdt. De nieuwe probitrelaties zijn beter te controleren en nauwkeuriger. Inmiddels zijn voor veertig giftige stoffen nieuwe probitrelaties bepaald. Het RIVM heeft voor 62 bedrijven in Nederland onderzocht wat de consequenties zijn van de nieuwe probitrelaties. Het gaat om bedrijven die giftige stoffen produceren, opslaan, gebruiken of vervoeren. Bij de meerderheid van de onderzochte bedrijven wordt het gebied waarvoor bouwbeperkingen gelden, groter. Naar verwachting ontstaan in dertien van de 62 onderzochte situaties knelpunten. In de meeste van deze gevallen betekent dit dat er bestaande woningen komen te liggen in het gebied waarvoor bouwbeperkingen gelden. Het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat besluit hoe en wanneer ze de nieuwe probitrelaties in regelgeving invoeren. Dit onderzoek dient daarvoor als input.
    • An improved method of crisis response evaluation : Better learning from crises

      Manuel, HJ; Aarts, HJM; de Jonge, R; Kuipers, E; Schol, LGC; van Steenbergen, JE; Uijt de Haag, PAM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2019-05-14)
      Het RIVM heeft zogeheten responseenheden die in actie komen bij verschillende soorten incidenten, zoals milieuongevallen, voedselgerelateerde incidenten of incidenten met infectieziekten. De verleende hulp wordt naderhand altijd geëvalueerd om in de toekomst nog beter op incidenten te kunnen reageren. De huidige evaluatiewijze biedt daarvoor echter te weinig handvatten. Het RIVM stelt daarom een verbeterde, gestructureerde methode voor om de inzet te evalueren. Deze methode biedt inzicht in achterliggende oorzaken van haperingen, waardoor ze beter kunnen worden aangepakt. In de huidige evaluatie komen vaak dezelfde verbeterpunten terug en lijken ze niet te worden aangepast. Momenteel wordt na een incident op hoofdlijnen geëvalueerd welke inzet is geleverd, of die overeenkomt met de gewenste inzet en waardoor hij eventueel afweek. Er bestaat geen vaste richtlijn die beschrijft hoe een evaluatie moet worden uitgevoerd. Daardoor verschillen de methoden in uitvoering en diepgang. Voor dit project is in de literatuur onderzocht welke methoden bekend zijn om de achterliggende oorzaken van haperingen bloot te leggen. Een combinatie van twee methoden ('eenvoudige tijdlijn' en '5 x Waarom') lijkt het meest geschikt om de evaluatie te verbeteren. Hierbij is gelet op de hoeveelheid tijd die nodig is om de methode in de praktijk uit te voeren en hoe gemakkelijk de organisatie de methode kan aanleren. Uit dit onderzoek blijkt ook dat vóórdat de evaluatiemethode wordt uitgevoerd, eerst duidelijk moet zijn wat op orde moet zijn voor een goede respons (kritische controlepunten). Dat kan bijvoorbeeld de beschikbaarheid van een gewenst aantal mensen zijn of een bepaalde vaardigheid. Bij een volgende inzet kan daar dan op worden gelet. Het RIVM heeft dit onderzoek zelf geïnitieerd en gefinancierd vanuit het Strategisch Programma RIVM (SPR). Het SPR is bedoeld om het RIVM te voorzien van de expertise en kwaliteit om nu en in de toekomst de taken van de opdrachtgevers adequaat uit te kunnen voeren.
    • Interne en externe afstanden voor multi-fuel tankstations

      Laheij, GMH; Pompe, CE; Thijssen, CMD; Uijt de Haag, PAM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-03-02)
      De Nederlandse overheid werkt eraan om meer duurzame energie te gebruiken. Het is onder andere de bedoeling dat auto’s en vrachtwagens steeds meer op waterstof, aardgas en elektriciteit gaan rijden. De komende jaren worden tankstations ingericht voor deze energiebronnen, naast benzine, diesel en LPG. We noemen dit multi-fuel tankstations. Er gelden nu regels om ervoor te zorgen dat brandstof veilig wordt aangevoerd naar en opgeslagen op het tankstation. De regels gaan over de afstanden binnen en buiten de tankstations. Op de tankstations moet er genoeg afstand zijn tussen de installaties voor verschillende soorten brandstof. Dat voorkomt een kettingreactie bij een ongeluk. Daarbuiten moet de afstand tussen een tankstation en de woningen in de omgeving groot genoeg zijn. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat ook multi-fuel tankstations veilig zijn met deze regels. Voor dit onderzoek zijn de afstanden berekend met verschillende aannames over de hoeveelheden die in 2030 van de verschillende typen brandstof worden verkocht. Het RIVM raadt aan in de gaten te houden of de afstanden tot de woningen in alle praktijksituaties groot genoeg zijn voor de combinatie van de ‘nieuwe’ brandstoffen. Het onderzoek is samen met het Instituut voor Fysieke Veiligheid (IFV) gedaan.
    • Klimaatakkoord: effecten op veiligheid, gezondheid en natuur

      van der Ree, J; Honig, E; Uijt de Haag, PAM; Kelfkens, G; van de Ven, MF (Climate Accord: effects on health, safety and nature, 2019-06-19)
      Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat wil de positieve en negatieve effecten van het Klimaatakkoord voor veiligheid, gezondheid en natuur in beeld brengen. Het RIVM heeft daarom onderzocht wat het afbouwen van de huidige fossiele energie bronnen, en de systemen en technieken die daardoor verdwijnen, betekent voor veiligheid, gezondheid en natuur. De maatregelen in het Klimaatakkoord kunnen, door het verdwijnen van de fossiele bronnen, winst opleveren voor gezondheid, veiligheid en natuur. Deze winst is relevant maar ook beperkt omdat CO2-reductie zich niet één-op-één vertaalt in vermindering van luchtverontreiniging of in veilligere leef- en werkomstandigheden. Het gaat hierbij nadrukkelijk om een eerste verkenning die een ruwe schatting op nationaal niveau oplevert. Internationale maatregelen kunnen de winst vergroten. Deze verkenning houdt geen rekening met de mogelijke gevolgen van de vervangende energiesystemen en technieken. Voor veiligheid gaat het vooral om het wegvallen van koolmonoxide-vergiftiging door gebruik van aardgasinstallaties in huis. Als in 2050 alle woningen gasloos zijn, worden 10-50 dodelijke slachtoffers per jaar voorkomen. Daarnaast verdwijnen risicobronnen, waardoor de kans op een ramp met tien of meer doden door deze bronnen verdwijnt. Vooral het vervallen van het transport van brandstoffen levert een belangrijke verbetering op. Voor gezondheid ligt de winst vooral in het vervangen van verbrandingsmotoren (benzine, diesel, gas) door elektromotoren. Hierdoor komen minder stikstofoxiden en fijnstof in de lucht. Geschat wordt dat deze emissies in 2030 met 10% kunnen dalen ten opzichte van 2016. De ziektelast door luchtverontreiniging zal hierdoor met één tot enkele procenten afnemen. Voor 2050 wordt een verdere daling verwacht voor stikstofoxiden en fijnstof door de klimaatmaatregelen, waardoor de afname van de ziektelast nog eens kan verdubbelen. Blootstelling aan dieselrook op de werkplek kan leiden tot longkanker en andere aandoeningen. Door het verdwijnen van dieselrook kan de werkgerelateerde ziektelast met één tot enkele procenten afnemen. Elektrische auto's maken bij lage snelheden minder geluid waardoor de geluidsoverlast binnen de bebouwde kom afneemt. Dat kan leiden tot een geluidsreductie met 1 decibel in 2030 en met 3-4 decibel in 2050. Als het lukt een vermindering met 3-4 decibel te realiseren zal de ziektelast als gevolg van geluid met 15-25% afnemen. Voor natuur is met het Klimaatakkoord winst te halen door een verdere vermindering van de stikstofdepositie. Ongeveer 10% extra vermindering in 2050 is mogelijk. Als die daling wordt gerealiseerd zal het natuuroppervlak waarvoor de stikstofbelasting onder de kritische waarde ligt toenemen. Dit heeft gunstige gevolgen voor natuur en biodiversiteit. Realiseren van de klimaatdoelen van Parijs (2015) is nodig om verdere opwarming van de aarde en de gevolgen daarvan zo veel mogelijk te voorkomen. Om aan de afspraken van Parijs te voldoen moet Nederland overstappen van fossiele brandstoffen op duurzame energiebronnen zoals zon en wind. Het (ontwerp-)Klimaatakkoord legt de maatregelen en afspraken voor deze energietransitie vast. Doel van het Klimaatakkoord is een vermindering van broeikasgassen met 49% in 2030 en met 95-100% in 2050.
    • Rekenmethode risico's doorgaand vervoer gevaarlijke stoffen over spoor : Een actualisatie op basis van grote ongevallen in Europa

      Uijt de Haag, PAM; Bos, HG; Schulenberg, AJH; Timmers, PGJ; van de Ven, M (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-04-08)
      Dit rapport bevat een bijlage: RIVM-rapport 2019-0209 bijlage Sommige grondstoffen en producten in de chemische industrie zijn brandbaar of giftig. Vervoer over het spoor van en naar de chemische industrie brengt risico's met zich mee voor de omgeving. In het Nederlandse beleid voor veilig vervoer van gevaarlijke stoffen en omgevingsveiligheid wordt gebruikgemaakt van een rekenmethode om de risico's voor de omgeving in te schatten. De huidige methode is gemaakt in de jaren negentig van de vorige eeuw. Het RIVM heeft de rekenmethode geactualiseerd. Het RIVM heeft voor dit onderzoek grote ongevallen in de afgelopen dertig jaar in Europa verzameld, geanalyseerd en vertaald naar de Nederlandse situatie. Op basis daarvan zijn kansen op een groot ongeval en de effecten daarvan bijgewerkt. Met de aangepaste methode worden de risico's berekend op basis van recente ongevalsgegevens. Het RIVM adviseert het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat daarom om de aangepaste rekenmethode te gebruiken in het beleid voor veilig vervoer van gevaarlijke stoffen en omgevingsveiligheid. Het RIVM heeft dit onderzoek gedaan in samenwerking met adviesbureau AVIV. Zij betrokken daarbij een aantal deskundigen van adviesbureaus, bedrijven, omgevingsdiensten en ProRail.
    • Voorbereiding van Brzo bedrijven op klimaatverandering

      Pompe, CE; Pijnenburg, H; Uijt de Haag, PAM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-06-25)
      Door klimaatverandering is de kans groter dat in Nederland overstromingen, piekbuien, droogte en hittegolven komen. De chemische industrie is wettelijk verplicht om zich hierop voor te bereiden. Zo blijft de kans op ongevallen, en daarmee het risico voor de omgeving, klein. Uit een eerdere analyse van het RIVM blijkt dat bedrijven in hun veiligheidsrapporten niet duidelijk aangeven hoe zij zich hierop voorbereiden. Het RIVM, adviesbureau Econos en Rijkswaterstaat hebben daarom met bedrijven een overzicht gemaakt van de gevaren en mogelijke maatregelen. Door er samen over te brainstormen konden ze kennis delen en van elkaar leren. Bedrijven kunnen het overzicht gebruiken om gevaren voor hun eigen situatie te analyseren en gericht maatregelen te nemen. Ook kan het bevoegd gezag het overzicht gebruiken bij hun beoordeling of bedrijven zich genoeg voorbereiden. De bedrijven bleken nog niet planmatig te analyseren welke problemen bij een dreigende overstroming, hittegolf en dergelijke kunnen ontstaan. Het is belangrijk dat zij zich bewust worden van de gevaren en er van tevoren oplossingen voor bedenken. Zo is het belangrijk dat bedrijven weten hoeveel tijd ze bij een dreiging hebben om maatregelen te nemen. Ook moeten ze regelen dat dan genoeg mensen beschikbaar zijn om de maatregelen uit te voeren. Het blijkt dat maatwerk nodig is omdat dreigingen per bedrijf kunnen verschillen.