• Kwaliteitscontrole interim meetnet ammoniak: een onderzoek naar de invloed van de temperatuur in de meetstations

      Elzakker BG van; Stuiver J; Uden GJBM van; LLO (1995-03-31)
      I.v.m. aanwijzingen dat de temperatuurscorrectie voor de meetapparatuur zoals in gebruik in het interim meetnet ammoniak niet correct zou zijn is (opnieuw) onderzoek uitgevoerd naar de temperatuurgevoeligheid van deze apparaten met zowel de 'oude' als de 'nieuwe', door de fabrikant aangegeven correctie. De 'oude' correctiemethode is fout daar deze uitgaat van de verkeerde referentietemperatuur terwijl de 'nieuwe' correctiemethode wel uitgaat van de goede referentietemperatuur (20 graden C). Daarnaast is onderzocht wat aanpassing (volgens de 'nieuwe' correctiemethode) van het bestaande bestand aan ammoniakdata uit het interim meetnet voor gevolgen zou hebben voor individuele uurwaarden, periodegemiddelde concentraties en het periodegemiddelde dagverloop.Tevens is inzicht verkregen in de werkelijke temperatuurrange in de geconditioneerde meetstations. Het klimaatkameronderzoek naar de temperatuurgevoeligheid toont afwijkingen in de 1-uursgemiddelde concentraties tot -25% bij 35 graden C (26 mug/m3, 'oude', huidige correctiemethode) resp. +20% bij 35 graden C (1.3 mug/m3, 'nieuwe' correctiemethode). Het onderzoek toont met name aan dat rekening is te houden met een concentratieafhankelijkheid van de temperatuurgevoeligheid. Gebeurd dit niet (zoals bij de 'nieuwe' correctiemethode) dan kunnen bij lage concentraties (ca. 1 mug/m3) nog significante afwijkingen optreden van -11% tot +20% bij temperaturen van 10 resp. 35 graden C ('nieuwe' correctiemethode). Onder dit concentratieniveau wordt de absolute afwijking echter marginaal. De temperatuur in de meetbehuizingen is in de winter 20 +-2 graden C. In de zomer bij hoge buitenluchttemperaturen (30 graden C) blijkt de temperatuur in de meethut rond 19.00 uur op te kunnen lopen tot zo'n 35 graden C. De airconditioning is dus ondergedimensioneerd. Met de huidige 'oude' temperatuurscorrectie worden bij deze hoge temperaturen uurgemiddelde ammoniakconcentraties zo'n 25 % onderschat. Voor periodegemiddelde (2 tot 4 weken) concentraties blijft deze onderschatting beperkt tot ca.3 %. Dit wordt veroorzaakt door de relatief lage frequentie van gelijktijdig voorkomen van hoge temperaturen en hoge concentraties. Om diezelfde reden wordt het periodegemiddelde dagprofiel van NH3 ook slechts marginaal beinvloed. Aanbevolen wordt (na aanvullend onderzoek en indien praktisch mogelijk) de temperatuurscorrectie concentratie afhankelijk te maken en/of de temperatuurshuishouding in de meetbehuizingen beter te beheersen en/of thermostatisering van de apparatuur.
    • Onderzoek naar 11 ammoniak monitoren voor het interim meetnet ammoniak

      Elzakker BG van; Stuiver J; Uden GJBM van; Uiterwijk JW; LLO (1995-03-31)
      Onderzocht zijn een 11-tal monitoren voor ammoniak (NH3)- immissiemetingen in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit (LML). Deze continue-flow natte denuders (type AMANDA) zijn ontwikkeld en gefabriceerd door het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) te Petten. De apparatuur is onder laboratorium condities onderzocht op lineariteit, afwijking, herhaalbaarheid, detectiegrens, precisie, gevoeligheid voor interferenten, temperatuurgevoeligheid, vochtgevoeligheid en gevoeligheid voor netspanningsvariaties. De resultaten zijn als volgt samen te vatten: -de lineariteit in het meetbereik 0 tot 250 mug/m3 is zeer goed (r=1.000) -afwijkingen t.o.v. aangeboden ammoniakconcentraties liggen gemiddeld voor alle instrumenten tussen maximaal +3.5% voor concentraties < 30 mug/m3 NH3 en maximaal -7.3% voor NH3 concentraties > 30 mug/m3. Incidenteel kunnen grotere afwijkingen voorkomen. -de herhaalbaarheid bij nullucht ligt in de orde van 0.5 mug/m3 en bij een concentratie van 168 mug/m3 in de orde van 2% -de detectiegrens (2s) bedraagt 0.05 +- 0.04 mug/m3 -de precisie bij nullucht is 0.03 +-0.02 mug/m3 en voor NH3 concentraties < 2% -de temperatuurgevoeligheid is significant in het onderzochte temperatuurstraject van 10 tot 30 graden C -er is geen interferentie vast te stellen voor concentraties van 86.5 mug/m3 SO2, 135 mug/m3 NO, 207 mug/m3 NO2 en 120 mug/m3 O3 -een geringe vochtgevoeligheid is vastgesteld maar wordt waarschijnlijk geintroduceerd door artefacten buiten de apparatuur -de apparatuur vertoont geen significante gevoeligheid voor te verwachten netspanningsvariaties (200 - 240V) Aanbevolen wordt de apparatuur uitsluitend onder zeer strikte condities in het LML te bedrijven met inzet van veel personele capaciteit van voldoende deskundigheidsniveau. De opzet van een kwaliteitscontroleprogramma is noodzakelijk om de kwaliteit onder veldcondities vast te stellen. Daarnaast wordt aanbevolen aanvullend onderzoek naar de temperatuursgevoeligheid van de apparatuur uit te voeren.