• Programmeringsstudie voor de ecologische consequenties van normoverschrijding (ECN)

      Traas, TP; Posthuma L; Notenboom J; Zwart D de; Klepper O; Aldenberg T; ECO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1997-08-31)
      This reports deals with the definition of a research program for ecological consequences of exceedance of quality objectives. Methods are available for estimating the Potentially Affected Fraction (PAF) of species, the 'thermometer' for toxic stress. Translating the PAF to ecologically relevant effects is illustrated by comparing NOEC exceedance with acute mortality in laboratory experiments. The calibration of potential effects on structure of the ecosystem, is illustrated by analysis of ecological effects at two contaminated sites. A research program is defined to underpin the calibration in terms of ecosystem processses and Life Support Functions.
    • Towards sustainable recycling : A method for comparing the safety and sustainability of the processing of residual flows

      Traas, TP; Zweers, PGPC; Quik, JTK; Waaijers, SL; Lijzen, JPA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-03-23)
      De Europese Green Deal is bedoeld om Europa klimaatneutraal temaken in 2050. Een belangrijk onderdeel is minder afval storten of verbranden, en het zo veel mogelijk hergebruiken of recyclen. Dat moet wel veilig zijn voor mens en milieu. Het RIVM stelt een methode voor om te kijken hoe veilig en duurzaam verschillende vormen om afval te verwerken zijn. Door de resultaten te vergelijken kunnen beleidsmakers en afvalverwerkers goed doordachte keuzes maken over nieuwe vormen van afvalverwerking. De methode bestaat uit zes stappen. Daarin wordt gekeken naar het risico van eventueel aanwezige schadelijke stoffen en de winst van de afvalverwerking voor het milieu. Het gaat om Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS), maar ook om ziekteverwekkers, resten van medicijnen en bestrijdingsmiddelen. Stap 1 verzamelt informatie over aanwezige schadelijke stoffen. Stap 2 bekijkt welke mogelijkheden er zijn om het afval te verwerken. Stap 3 controleert of de stoffen niet boven de gestelde maximale concentraties uitkomen. Als dat wel zo is, wordt in stap 4 met een risicoanalyse bepaald of mensen of het milieu aan de stof kunnen worden blootgesteld tijdens de verdere verwerking en gebruik. Stap 5 geeft aan hoeveel energie (en daarmee CO2) het bespaart en in welke mate landgebruik vermindert als het materiaal wordt gerecycled. De laatste stap vergelijkt de mogelijkheden met elkaar. Het RIVM geeft aanbevelingen voor verbeteringen en aanvulling op deze eerste uitwerking. De methode is nu uitgewerkt voor de risico’s van ZZS, maar in de opzet is al rekening gehouden met andere genoemde risico’s. Ook moeten hiervoor de databases met informatie over de bestanddelen van producten en materialen en voor duurzaamheidsberekeningen worden uitgebreid. Om dit praktisch mogelijk te maken, is het gewenst de methode verder te testen en ontwikkelen met Europese partners uit de afvalketen en beleidsmakers.