• Additieven in Nederlandse tabaksproducten : analyse van de gegevens over 2011

      Schenk E; Kienhuis AS; Talhout R; VTS ; PRS; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-12-20)
      Tabaksfabrikanten voegen additieven aan tabaksproducten toe om het product te verbeteren. Additieven worden meestal toegevoegd als smaakstof, ze kunnen de eigenschappen van een product optimaliseren (zoals de houdbaarheid) en het product een eigen karakter geven. Daarmee maken ze het tabaksproduct aantrekkelijker om te consumeren. Additieven kunnen echter als bijeffect hebben dat ze de gezondheid van de consument schaden. Ze maken het tabaksproduct, dat giftig en verslavend is, namelijk aantrekkelijker om te gebruiken. Bovendien kunnen verbrandingsproducten van additieven zelf giftig zijn of zelfs verslavend. Bij de productie van tabaksproducten voor de Nederlandse markt worden 1077 verschillende additieven gebruikt. Van alle tabaksproducten bevatten sigaretten de meeste additieven; gemiddeld 30% van een sigaret bestaat uit additieven. Daarvan wordt 5 procent aan tabak toegevoegd, 25 procent aan het filter en papier. Aan tabak worden vooral de smaakstoffen suiker, cacao en vanilline toegevoegd. Ook de tabaksbevochtigers glycerol en propyleenglycol worden hiervoor veel gebruikt. Andere toevoegingen aan tabak zijn bindmiddelen en vulstoffen, die zowel in grote hoeveelheden toegevoegd als in veel verschillende merken worden gebruikt. Aan het filter en papier worden vooral filtermaterialen, vulstoffen, lijmen, kleurstoffen en weekmakers toegevoegd. Tabaksfabrikanten (en -importeurs) zijn wettelijk verplicht ieder jaar voor elk tabaksproduct alle additieven op te geven, inclusief de hoeveelheden, functies en gezondheidseffecten. Dit rapport is het resultaat van de analyse van deze gegevens over het jaar 2011, uitgevoerd door het RIVM. Dit is de tweede keer dat het RIVM de additieven in tabaksproducten verkennend geïnventariseerd heeft; eerder gebeurde dat in 2010. Als ook de gegevens over 2012 en 2013 geanalyseerd zijn, zal het RIVM een meerjarenanalyse doen om trends in het gebruik van additieven in diverse producten en productsoorten, zoals sigaretten, sigaren en cigarillos, zichtbaar te maken.
    • Additieven in Nederlandse tabaksproducten : Trendanalyse gegevens 2010-2013

      Schenk E; van de Nobelen S; Pennings JLA; Kienhuis AS; Talhout R; PRS; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-04-30)
      Fabrikanten voegen additieven aan tabaksproducten toe om het product te verbeteren. Additieven worden meestal gebruikt als smaakstof. Daarnaast kunnen ze de conditie van het product verbeteren (zoals de vochtigheidsgraad en de houdbaarheid) en het product een eigen karakter geven. Additieven kunnen echter ook schadelijk zijn voor de gezondheid. Ze maken het tabaksproduct, dat giftig en verslavend is, namelijk aantrekkelijker om te consumeren. Bovendien kunnen verbrandingsproducten van additieven zelf giftig zijn, of verslavend. Tabaksfabrikanten gebruiken in totaal 673 verschillende soorten additieven in tabaksproducten. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat er per productsoort een stijging is te zien in het totaal aantal verschillende additieven; dit geldt vooral voor sigaren en pijptabak. Daarnaast blijkt dat voor sommige sigaren dezelfde additieven worden gebruikt als voor sigaretten, met als doel om van sigaren een aantrekkelijker product te maken. In landen zoals de VS, Duitsland en China nemen deze zogenaamde "little cigars" in populariteit toe. Verder blijkt dat de samenstelling van additieven in sigaretten binnen een merk door de jaren heen niet zoveel verandert. Wel verschilt de samenstelling van additieven tussen grote fabrikanten en kleine fabrikanten. De bevochtiger propyleenglycol bijvoorbeeld wordt door kleine en grote fabrikanten in verschillende hoeveelheden toegevoegd. De meest gebruikte additieven zijn smaakstoffen, zoals vanille en cacao, gevolgd door bevochtigers. Tabaksfabrikanten (en -importeurs) zijn wettelijk verplicht ieder jaar voor elk tabaksproduct alle additieven op te geven, inclusief de hoeveelheden, functies en gezondheidseffecten. Voor zover bekend heeft het RIVM als eerste een trendanalyse van tabaksproducten over de jaren 2010 tot en met 2013 uitgevoerd. Hiervoor is een methode ontwikkeld om de grote hoeveelheid data te kunnen verwerken. Voor dit onderzoek is de samenstelling van additieven tussen productsoorten, zoals sigaar en sigaret, vooralsnog alleen vergeleken tussentabaksproducten die in 2013 op de Nederlandse markt waren. In de toekomst is dat voor meerdere jaren mogelijk.
    • Additieven in Nederlandse tabaksproducten : Trendanalyse gegevens 2010-2014

      Pennings J; Kienhuis A; Schenk E; van de Nobelen S; Visser W; Talhout R; PRS; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-03-08)
      Fabrikanten voegen additieven toe aan tabaksproducten om producteigenschappen zoals smaak en vochtigheidsgraad te beïnvloeden. Additieven kunnen het gebruik van tabaksproducten aantrekkelijker, verslavender en schadelijker maken. Fabrikanten van tabaksproducten moeten daarom elk jaar opgeven welke additieven dat zijn en in welke hoeveelheden. Het RIVM analyseert sinds 2011 in hoeverre deze gegevens verschillen tussen producten, en of het gebruik van additieven door de jaren heen is veranderd. In 2014 is het aantal tabaksproducten op de Nederlandse markt verder gestegen tot 4212. Dat is een stijging van 5 procent ten opzichte van 2013. Het totale aantal additieven ligt redelijk stabiel op 1214. Bij de meeste tabaksproducten is het gebruik van additieven in de periode 2010-2014 niet of weinig veranderd. De meeste additieven worden als smaakstof aan de tabak toegevoegd. Dit zijn vaak zoete smaken zoals suikers, cacao, vanille of zoethout. Sigaretten bevatten naast zoete smaken vaak specifieke toevoegingen met smaken als koffie, kaas en selderij. Sigaren met een gewicht van minder dan 3 gram (cigarillo's en 'little cigars') lijken soms sterk op sigaretten, zowel in hun productnaam als in de samenstelling. Bij dit type sigaren komen ook buiten de tabak smaakstoffen voor, bijvoorbeeld in de filter. Dit type sigaren kan op de markt gezet worden als alternatief voor sigaretten, bijvoorbeeld om regelgeving over smaken voor sigaretten te omzeilen. Waterpijptabak verschilt duidelijk van pijptabak. Waterpijptabak, dat vooral bevochtigers, zoete en fruitsmaken bevat, heeft een hoger gehalte aan additieven dan pijptabak. In 2016 komt er vanuit de Europese tabaksproductenrichtlijn een verbod op sigaretten en shag met een 'kenmerkende smaak', zoals menthol. Voor het toezicht op dit verbod zijn gegevens over additieven niet toereikend. Daarvoor kan ook geur- en smaakbeoordeling door consumenten in zogeheten smaakpanels worden gebruikt.
    • Alternatieve tabaksproducten: harm reduction? : Tabaks- en aanverwante producten die mogelijk minder schadelijk zijn dan sigaretten

      Staal YCM; Talhout R; PRS; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-09-08)
      Stoppen met roken is de beste optie voor de gezondheid, maar toch roken er nog steeds veel mensen. Fabrikanten brengen daarom producten op de markt met een directe of indirecte claim dat ze minder schadelijk zijn voor de gezondheid dan conventionele tabaksproducten. De meningen over deze zogeheten harm reduction-middelen zijn verdeeld, omdat de effecten op de gezondheid van de gebruiker nog niet duidelijk zijn. Om die te kunnen beoordelen is kennis nodig over de samenstelling van het product, het rookgedrag (hoeveel wordt ervan gerookt en hoe diep wordt geïnhaleerd) en de gezondheidseffecten van het product. Het RIVM heeft daarom een eerste inventarisatie gemaakt van harm reduction-producten en wat er over het gebruik en de gezondheidseffecten bekend is. Voorbeelden van harm reduction-producten zijn tabak die in de mond wordt gestopt zoals de 'snus', de e-sigaret en een product waarin tabak wordt verhit maar niet verbrand (heat not burn). Bij deze vormen staan gebruikers niet aan schadelijke verbrandingsproducten bloot. De e-sigaret bijvoorbeeld verdampt een vloeistof die meestal nicotine bevat. De gebruiker krijgt hiermee minder schadelijke stoffen binnen dan bij het roken van een tabakssigaret. De effecten op de langere termijn en de effecten op de gehele bevolking zijn echter nog onduidelijk. Ook tabak-verhittingsproducten lijken minder schadelijk te zijn voor de gezondheid dan conventionele sigaretten. Meer kennis is nodig, zoals over het rookgedrag van de gebruiker, om een afgewogen oordeel over de schadelijkheid te kunnen geven. Voorstanders van harm reduction-middelen vinden dat verstokte rokers ze beter kunnen gebruiken dan gewone tabak. Tegenstanders vrezen dat niet-rokers ze zullen gaan gebruiken vanwege het imago dat ze minder schadelijk zijn. Daarnaast bestaat de zorg dat ze een opstapje kunnen zijn naar het gebruik van conventionele tabaksproducten. Ook zouden ze mensen ervan kunnen weerhouden om te stoppen met roken, of het negatieve imago rond roken als 'stom en ongezond' wegnemen (renormaliseren).
    • Detectiemethoden ter ondersteuning bij de handhaving van het rookverbod

      van de Nobelen S; Cremers H; Ramlal R; Talhout R; PRS; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2014-10-30)
      Ondanks het rookverbod kunnen mensen last hebben van rook die 'weglekt' uit ruimten waar roken is toegestaan. Dat is de belangrijkste oorzaak van overlast in rookvrije ruimten. Het rookverbod is ingesteld om onvrijwillige blootstelling aan tabaksrook te voorkomen op de werkplek, in het openbaar vervoer en in publiek toegankelijke ruimten. Er bestaan draagbare en gebruiksvriendelijke meetapparaten die inspecteurs van de NVWA kunnen helpen te bepalen of het rookverbod is overtreden. Dit kan bijdragen aan een veel gevoeligere en objectievere manier van handhaven. Momenteel worden deze inspecties nog uitgevoerd door in ruimten te kijken en te ruiken (zintuigelijke waarneming). De mogelijkheid om meetapparaten voor dit doeleinde te gebruiken is door het RIVM onderzocht. Met de apparaten kan lucht worden bemonsterd, die daarna in het laboratorium geanalyseerd wordt. De concentratie tabaksrook wordt dan bepaald door de omgevingslucht te analyseren op de geselecteerde indicatorstoffen nicotine en 3-EP. Aanbevolen wordt welke apparaten het meest geschikt zijn voor tabaksrook metingen. Vervolgonderzoek moet uitwijzen of de apparaten voldoende gevoelig zijn om de concentratie tabaksrook te kunnen bepalen. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA), die erop toeziet dat de tabakswet wordt nageleefd. Om het rookverbod te handhaven en overlast zoveel mogelijk tegen te gaan wil de de NVWA tijdens inspecties beschikken over ondersteunende detectiemethoden.
    • Het effect van rookverboden op de incidentie van hart- en vaatziekten

      Talhout R; Opperhuizen A; GBO (2009-07-20)
      Abstract niet beschikbaar
    • De gezondheidsrisico's van e-sigaretten voor omstanders

      Visser W; Geraets L; Bos P; Ramlal R; Fokkens P; Klerx W; Cremers H; Schwillens P; Talhout R; PRS; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-07-06)
      Een kwart van de gebruikers van e-sigaretten zijn op dit product overgestapt om omstanders te ontzien (meeroken). Toch worden ook bij het gebruik van e-sigaretten schadelijke stoffen uitgeademd, zoals propyleenglycol, nicotine en nitrosamines. De hoeveelheid die wordt uitgeademd is sterk afhankelijk van de samenstelling van de gebruikte vloeistof, de intensiteit van het dampen (frequentie en inhalatie), en de ventilatie en afmetingen van de ruimte waarin wordt gedampt. Dit bepaalt ook in hoeverre gezondheidsrisico's kunnen optreden. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM dat is uitgevoerd in opdracht van het ministerie van VWS. Een deel van de schadelijke stoffen blijft achter in de 'damper' nadat ze zijn ingeademd. Doordat een e-sigaret alleen wordt geactiveerd als de gebruiker een trekje neemt, smeulen e-sigaretten niet door. Daardoor komen er geen schadelijke stoffen vrij als er geen trekje wordt genomen. Bij tabakssigaretten is dat wel het geval. Afhankelijk van bovenstaande factoren kunnen omstanders lichte gevoelens van keel-, neus- en oogirritatie ervaren. Veel dampers (78 procent) gebruiken vloeistoffen die nicotine bevatten. Hierdoor kunnen omstanders gezondheidseffecten ondervinden als hartkloppingen en een verhoogde bloeddruk. Bij gebruik van nicotinevrije vloeistoffen ontstaan deze effecten dus niet. Voor dit onderzoek heeft het RIVM de chemische samenstelling gemeten van de damp die e-sigaretgebruikers uitblazen. Hierbij is uitsluitend gekeken naar de toxicologische gezondheidsrisico's. De conclusies zijn gebaseerd op de meest recente kennis over de risico's van stoffen wanneer ze worden geïnhaleerd. Van sommige stoffen is echter nog niet bekend in hoeverre zij een risico voor de gezondheid vormen. Daarom wordt aanbevolen om de gezondheidseffecten van e-sigaretten voor gebruikers en omstanders nauwgezet te blijven volgen.
    • De gezondheidsrisico's van het gebruik van e-sigaretten

      Visser W; Geraets L; Klerx W; Hernandez L; Croes E; Schwillens P; Cremers H; Bos P; Talhout R; PRS; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-03-23)
      E-sigaretten, oftewel elektronische sigaretten, verdampen een vloeistof die meestal nicotine en een smaakstof bevat. De e-sigaret is weliswaar minder ongezond dan tabakssigaretten, maar de damp van e-sigaretten bevat een aantal ingrediënten en chemische onzuiverheden in hoeveelheden die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het gaat onder andere om nicotine, propyleenglycol en glycerol en aldehydes, nitrosamines en metalen. Inhalatie hiervan kan leiden tot irritatie en schade aan de luchtwegen, hartkloppingen en een verhoogde kans op kanker. Deze gezondheidseffecten zijn wel veel minder ernstig dan die van tabak roken: longkanker, hartinfarct en beroerte, longemfyseem en COPD, en mond-, tong-, slokdarm-, maag- en blaaskanker. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM, waarvoor metingen zijn verricht, risicobeoordelingen zijn gedaan en gebruikers zijn geraadpleegd. Het onderzoek is in opdracht van VWS uitgevoerd vanwege de forse groei van het aantal e-sigaretgebruikers en de onduidelijke gezondheidseffecten van het gebruik. Voor dit onderzoek is het risico voor gebruikers beoordeeld op basis van de stoffen in de damp. In 2015 gaat het RIVM de effecten van stoffen in uitgeademde damp op omstanders onderzoeken. Bevindingen gebruikers Uit het onderzoek blijkt dat mensen vooral e-sigaretten roken in de veronderstelling dat het minder schadelijk is voor de gezondheid dan een gewone sigaret en helpt om te stoppen met roken. Van de vele merken en modellen zijn navulbare e-sigaretten het meest populair. Vrijwel alle gebruikers rookten tabak voordat ze met de e-sigaret begonnen en de meesten gebruiken tabak naast hun e-sigaret. De 'dampers' verschillen sterk in hun dampgedrag, bijvoorbeeld in het aantal trekjes dat zij per dag gebruiken. Samenstelling vloeistoffen en damp De samenstelling van de vele soorten e-vloeistof op de Nederlandse markt en die van de resulterende damp blijken onderling sterk te verschillen. Soms komen de gevonden hoeveelheden nicotine in de vloeistof niet overeen met de gehalten die op de verpakking staan. Van sommige stoffen blijken de concentraties in de damp hoger te zijn dan in de vloeistof. Aldehydes ontstaan bij de opwarming van de vloeistoffen en metalen komen vrij uit de verdamper. Propyleenglycol en glycerol zijn 'dragervloeistoffen' voor nicotine en de smaakstoffen.
    • Handhaving van een rookvrij binnenmilieu

      Talhout R; Sleijffers A; Opperhuizen A; GBO (2009-07-20)
      Abstract niet beschikbaar
    • The health risks of using e-cigarettes

      Visser W; Geraets L; Klerx W; Hernandez L; Stephens E; Croes E; Schwillens P; Cremers H; Bos P; Talhout R; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-07-23)
      E-sigaretten, oftewel elektronische sigaretten, verdampen een vloeistof die meestal nicotine en een smaakstof bevat. De e-sigaret is weliswaar minder ongezond dan tabakssigaretten, maar de damp van e-sigaretten bevat een aantal ingrediënten en chemische onzuiverheden in hoeveelheden die schadelijk zijn voor de gezondheid. Het gaat onder andere om nicotine, propyleenglycol en glycerol en aldehydes, nitrosamines en metalen. Inhalatie hiervan kan leiden tot irritatie en schade aan de luchtwegen, hartkloppingen en een verhoogde kans op kanker. Deze gezondheidseffecten zijn wel veel minder ernstig dan die van tabak roken. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM, waarvoor metingen zijn verricht, risicobeoordelingen zijn gedaan en gebruikers zijn geraadpleegd. Het onderzoek is in opdracht van VWS uitgevoerd vanwege de forse groei van het aantal e sigaretgebruikers en de onduidelijke gezondheidseffecten van het gebruik. Voor dit onderzoek is het risico voor gebruikers beoordeeld op basis van de stoffen in de damp. In 2015 gaat het RIVM de effecten van stoffen in uitgeademde damp op omstanders onderzoeken. Bevindingen gebruikers Uit het onderzoek blijkt dat mensen vooral e-sigaretten roken in de veronderstelling dat het minder schadelijk is voor de gezondheid dan een gewone sigaret en helpt om te stoppen met roken. Van de vele merken en modellen zijn navulbare e-sigaretten het meest populair. Vrijwel alle gebruikers rookten tabak voordat ze met de e-sigaret begonnen en de meesten gebruiken tabak naast hun e-sigaret. De 'dampers' verschillen sterk in hun dampgedrag, bijvoorbeeld in het aantal trekjes dat zij per dag gebruiken. Samenstelling vloeistoffen en damp De samenstelling van de vele soorten e-vloeistof op de Nederlandse markt en die van de resulterende damp blijken onderling sterk te verschillen. Soms komen de gevonden hoeveelheden nicotine in de vloeistof niet overeen met de gehalten die op de verpakking staan. Van sommige stoffen blijken de concentraties in de damp hoger te zijn dan in de vloeistof. Aldehydes ontstaan bij de opwarming van de vloeistoffen en metalen komen vrij uit de verdamper. Propyleenglycol en glycerol zijn 'dragervloeistoffen' voor nicotine en de smaakstoffen.
    • Herziening EU-Tabaksproductrichtlijn 2001/37/EG

      Talhout R; Opperhuizen A; GBO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-04-13)
      Publieke consultatie: De EU-Tabaksproductrichtlijn 2001/37/EG, die voorschriften bevat over de productie, presentatie en verkoop van tabaksproducten, wordt mogelijk herzien. Het gaat daarbij om de vraag welke producten eronder vallen, consumenteninformatie op verpakkingen, rapportage, registratie en wetgeving van additieven, en toegang van consumenten tot tabaksproducten. Het RIVM heeft onderzocht of de voorgestelde aanpassingen wetenschappelijk kunnen worden onderbouwd. Informatie op verpakkingen rookwaar: Uit dit onderzoek blijkt onder meer dat de gehalten van teer, nicotine en koolmonoxide (TNCO) op sigarettenpakjes doorgaans lager zijn dan de daadwerkelijke blootstelling van de roker, vooral bij light-sigaretten. Vermelding van deze gehalten is dus misleidend voor de consument. Ze kunnen bijvoorbeeld vervangen worden door informatie over de schadelijke, verslavingsversterkende en aantrekkelijkheidverhogende effecten van stoffen in rook en tabak. Verder kan de verpakking van rookwaar gestandaardiseerd worden. Een generieke vormgeving maakt het mogelijk minder aantrekkelijk om rookwaar te kopen en te consumeren, net als het gebruik van grote fotowaarschuwingen. Ook bij nieuwe nicotine- en tabaksproducten, zoals elektronische sigaretten, zijn waarschuwingen en productinformatieverstrekking van belang. Additieven: Bestaande regelgeving voor additieven in tabak, zoals geur- en smaaktoevoegingen, blijkt te zijn gebaseerd op criteria voor een veilig gebruik van voedingsadditieven. Hierdoor blijven bijvoorbeeld verbrandingsproducten buiten beschouwing. Voor een goede risicobeoordeling van tabaksproducten moeten ook de effecten hiervan mee worden gewogen. Daarnaast is het van belang of een additief het tabaksproduct aantrekkelijker maakt voor consumptie. De laatste jaren is in diverse landen regelgeving ingevoerd om het gebruik van toevoegingen die sigaretten aantrekkelijker maken, te beperken. Voor een goede risicobeoordeling is ook informatie over andere ingrediënten nodig, zoals de tabaksoort, over designkenmerken zoals het type filter en over andere stoffen in rook. In alle gevallen geldt dat wetgevers informatie gemakkelijker kunnen analyseren en openbaar maken als tabaksfabrikanten deze informatie elektronisch en uniform aanleveren.
    • Rapportage en regelgeving van tabaksingrediënten : Een vergelijking van Nederland met andere landen

      Talhout R; GBO; vgc (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-12-19)
      Wereldwijd zijn er grote verschillen in regelgeving op het gebied van tabaksproducten. Sommige landen hebben een zeer uitgebreid en verstrekkend pakket van maatregelen, terwijl andere geen enkele wetgeving op dit gebied hebben. Er zijn ook grote verschillen in het soort informatie dat moet worden gerapporteerd aan regelgevende instanties, de manier waarop deze informatie moet worden aangeleverd en eisen die aan het gebruik van additieven worden gesteld. Daarnaast zijn er verschillen in het controleren van deze gegevens door beoordelaars en testlaboratoria, in informatieverstrekking aan het algemeen publiek en in vergoedingen die tabaksfabrikanten moeten betalen om producten op de markt te mogen zetten. Het huidige rapport vergelijkt de situatie met betrekking tot ingrediëntenrapportage en regelgeving in Nederland met die in een aantal andere landen. In sommige EU-landen worden er bepaalde eisen gesteld aan het gebruik van additieven in tabaksproducten, terwijl in andere landen additieven alleen worden geregistreerd. Noorwegen en Nederland hebben momenteel geen wetgeving die het gebruik van bepaalde tabaksadditieven toestaat dan wel verbiedt. Het Verenigd Koninkrijk gebruikt een niet-bindende lijst van toegestane additieven. België en Duitsland gebruiken lijsten van zowel toegestane als verboden tabaksingrediënten, voornamelijk gebaseerd op voedingswetgeving. Vergeleken met veel andere landen verricht Nederland een redelijk uitgebreide handhavingstoetsing van de informatie die door de tabaksindustrie is aangeleverd. Daarnaast wordt sinds 2011 data-analyse uitgevoerd van de aangeleverde gegevens. Duitsland en België informeren via een website de consument over de ingrediënten en hun hoeveelheden per merk en type, zoals voorgeschreven door de EU Tabaksproductrichtlijn. In Nederland zal dit vanaf eind 2012 plaatsvinden.
    • Risk assessment of tobacco additives and smoke components : a method proposal

      Bos PMJ; Hernandez LG; Mennes WC; Kienhuis AS; Talhout R; GBO ; SIR; vgc (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2012-10-19)
      Tabaksrook is een complex mengsel van ongeveer 4000 stoffen. Het bevat verbrandingsproducten van de tabak, maar ook van additieven zoals smaakstoffen, die worden toegevoegd om de geur en smaak van het product aantrekkelijker te maken. Het RIVM heeft een methode ontwikkeld om te beoordelen bij welke concentratie in de longen deze stoffen risico's voor de gezondheid veroorzaken. Een dergelijke methode bestond nog niet. Inzicht hierin is belangrijk omdat beleidsmakers hiermee in de toekomst kunnen kiezen op welke schadelijke stoffen zij eventueel kunnen sturen. De methode is voortgekomen uit een internationaal project naar de gezondheidseffecten van tabaksadditieven in brede zin. De methode Voor de methode is een inhalatieblootstellingscenario ontwikkeld. Dit werkt als volgt: eerst wordt berekend welke hoeveelheid van de stof tijdens het roken daadwerkelijk de long binnenkomt (A). Daarna wordt berekend in welke hoeveelheid een stof uit de rook (rookcomponent) gezondheidsschade veroorzaakt (irritatie aan de neus, keel en/of long) als hij in de long terechtkomt. Voor de beoordeling is de hoogste dosering die geen neus, keel en longirritatie veroorzaakt van belang (B). Deze uitkomst wordt vervolgens vergeleken met hoeveel van de stof tijdens het roken daadwerkelijk de long binnenkomt. De verhouding tussen deze waarden (B/A) bepaalt de risicobeoordeling: hoe lager de verhouding, hoe groter de kans op een gezondheidsrisico. Voorbeelden Als voorbeelden voor de methode is het risico op neus-, keel- en longirritatie onderzocht van enkele stoffen die veel in sigaretten voorkomen; andere gezondheidseffecten, zoals kanker of vruchtbaarheidsproblemen, zijn hier niet in meegenomen. Als tabaksadditieven zijn dat de ammoniumverbindingen, glycerol en propyleenglycol. Voor de stoffen in de rook zijn acetaldehyde, acroleïne, formaldehyde en 2-furfural geselecteerd, omdat ze onder andere kunnen vrijkomen als tabaksadditieven verbranden. Hieruit blijkt dat neus, keel en/of longirritatie ontstaat als de sigaretten de additieven glycerol en propyleenglycol bevatten. Hetzelfde geldt voor de rookcomponenten aceetaldehyde, acroleïne en formaldehyde. Deze uitkomsten zijn niet representatief voor alle stoffen in rook. Meer onderzoek naar gezondheidseffecten van meer stoffen is nodig.
    • Speciation of metals and metalloids in tobacco and tobacco smoke : Implications for health and regulation

      Campbell RCJ; Klerx WNM; Talhout R; Stephens WE; PRS; V&Z (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMSt Andrews University, 2015-04-30)
      De tabaksplant neemt metalen op uit de bodem, uit meststoffen, en uit industriële luchtvervuiling. Door roken komt een aantal van deze metalen uit tabak vrij, waarna de roker en omstanders ze inademen. Van de metalen veroorzaken arseen, cadmium, nikkel en lood de grootste gezondheidsrisico's. De mate waarin dat gebeurt, hangt af van de 'vorm' van het metaal. De vorm kan tijdens het verbrandingsproces veranderen van een weinig giftige tot een zeer giftige vorm, én andersom. Daardoor is de chemische vorm in tabak anders dan in rook. In onderzoek dat in opdracht van het RIVM is uitgevoerd, is chroom in de minst schadelijke vorm in rook aangetroffen. Arseen daarentegen is juist in de schadelijkste vorm aanwezig. Het onderzoek is uitgevoerd door de Universiteit van St Andrews in Schotland. In het onderzoek is de chemische vorm, oftewel speciatie, beschreven van verschillende metalen in tabak en tabaksrook. Hiervoor is in eerste instantie gebruik gemaakt van een zeer krachtige deeltjesversneller, de Diamond Light Source, in Engeland. Voor deze werkwijze is gekozen omdat de speciatie van arseen en chroom moeilijk te meten is in tabak en rook. De uitkomsten van de experimenten kwamen goed overeen met voorspellingen op basis van rekenmodellen. Daarom zijn in het vervolg deze modellen gebruikt om de chemische samenstelling van andere metalen in tabaksrook te voorspellen. Tijdens dit onderzoek heeft TobReg, het expertpanel dat de WHO wetenschappelijk advies geeft over de regelgeving van tabaksproducten, aanbevolen dat fabrikanten de niveaus van arseen, cadmium, lood en nikkel in tabak moeten testen. De resultaten van de onderliggende studie ondersteunen de keuze voor deze metalen. Enkele voorbeelden van gezondheidseffecten van metalen zijn: kanker, lever- en nierschade.
    • Wat rookt de Nederlandse jeugd en waarom?

      Talhout R; Sleijffers A; van Amsterdam JGC; Opperhuizen A; GBO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-12-03)
      Volgens rokende jongeren kiezen zij hun sigarettenmerk in twee derde van de gevallen vanwege de smaak. Daarnaast bepalen merktrouw, de verkrijgbaarheid van het merk en de prijs de keuze. De meerderheid van de rokende jongeren zegt te willen stoppen, vooral vanwege de kosten en het negatieve effect op hun gezondheid. Dit blijkt uit een online enquete door het RIVM naar het rookgedrag en de productkeuze van jongeren tot en met 18 jaar. De vragenlijst is uitgezet op scholen en op de websites van STIVORO en Scholieren.com, wat resulteerde in bijna vijfduizend ingevulde vragenlijsten. Uit de enquete blijkt ook dat de belangrijkste redenen om te beginnen met roken nieuwsgierigheid, rokers in de sociale omgeving en een positieve verwachting van de smaak zijn. Rokers steken meestal een sigaret op omdat ze er zin in hebben en omdat ze het ontspannend vinden. Ook zeggen ze zich lekker en voldaan te voelen door te roken. Omdat roken aanzienlijke gezondheidschade veroorzaakt bij zowel de roker als zijn omgeving, is het van groot belang met beleidsmaatregelen te voorkomen dat jongeren roken. Op grond van de resultaten van de enquete en literatuuronderzoek doet het RIVM enkele aanbevelingen. Aangezien smaak mede wordt bepaald door additieven in tabak, wordt aanbevolen om het gebruik van additieven die de smaak van rook verbeteren te beperken. Daarnaast is het van belang tegemoet te komen aan de informatiebehoefte van jongeren over de samenstelling en de effecten van tabaksproducten. Tot slot is het belangrijk om naast primaire preventie sterk in te zetten op stoppen-met-rokenprogramma's bij jongeren, vooral bij beginnende rokers. Hierbij lijkt een doelgroepgerichte aanpak, bijvoorbeeld gericht op jongeren met een lager opleidingsniveau, effectief.