• De gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij astma en COPD vergeleken met andere groepen in Nederland. Deel 2

      Tabak C; Tijhuis MAR; PZO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-06-05)
      This report, commissioned by the Dutch Asthma Foundation, gives an overview of available information on the health-related quality of life of persons with asthma or COPD in comparison with other groups. One of the means used was a literature search selecting Dutch studies that compared the quality of life in the Netherlands of persons with asthma or COPD to that of the general population or persons with other (chronic) diseases. In total 27 relevant studies were selected, 9 for children and 18 for adults. The other means was to carry out secondary analyses on data collected in three epidemiological studies. Health-related quality of life is a concept with multiple dimensions: the state of health, consequences of health for functioning and the appreciation given to levels of functioning are all important dimensions. Asthma and COPD may lead to physical and emotional complaints, and to limitations in physical, emotional and social functioning. The way functional limitations are experienced may vary from patient to patient. In children, asthma was associated with a deterioration of physical, emotional and social functioning. This relation was stronger for girls than for boys, stronger for 10 to 13-year-olds than for 7 to 9-year-olds, and stronger for children of parents with a lower education than for children of parents with a higher education. In children with asthma, having recent asthma complaints was associated with worse physical and emotional functioning. Compared to children with diabetes mellitus, children with asthma reported their physical functioning to be worse, but they were less worried about their disease. Children with asthma reported physical and social functioning to be worse than that reported by children with epilepsy. In adults, asthma and COPD were associated with a deterioration of health-related quality of life in terms of physical, emotional and social functioning. Persons with asthma or COPD also rated their health as being worse than that of the general population. Similar to the results for children, the reduction of quality of life associated with asthma and COPD was larger for women than for men; similarly, it was larger for older compared to younger persons and for lower educated people compared to higher educated people. The quality of life for those with COPD seemed worse than for persons with asthma, especially in terms of physical functioning, self-rated health and subjective experience. Compared to those with other diseases, adults with asthma or COPD reported, in general, a good quality of life, especially socially. As expected, quality of life was inversely associated with the severity of asthma or COPD. We conclude that future research into monitoring of, and changes in, quality of life in persons with asthma or COPD promises to be worthwhile, also in relation to course and severity of the disease, and to use and costs of care. A number of ongoing studies will be able to contribute to this. Further research is also needed for detection of specific risk factors for a poor quality of life in persons with asthma or COPD.
    • De gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven bij astma en COPD vergeleken met andere groepen in Nederland. Deel 2

      Tabak C; Tijhuis MAR; PZO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-06-05)
      In opdracht van het Nederlands Astma Fonds worden in dit rapport beschikbare gegevens in kaart gebracht over de gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven van personen met astma en COPD vergeleken met die van andere groepen. Hiertoe is enerzijds een literatuurstudie uitgevoerd waarvoor studies zijn geselecteerd waarin de kwaliteit van leven van personen met astma of COPD wordt vergeleken met die van de algemene bevolking of van personen met een andere (chronische) ziekte. In totaal werden 27 studies geselecteerd, waarvan 9 over kinderen en 18 over volwassenen. Anderzijds zijn secundaire analyses uitgevoerd op data verzameld in drie epidemiologische studies.Gezondheidsgerelateerde kwaliteit van leven is een begrip met meerdere dimensies. Zowel de gezondheidstoestand als de gevolgen daarvan voor het functioneren en de waardering daarvoor zijn van belang. Astma en COPD kunnen leiden tot fysieke en emotionele klachten die op hun beurt kunnen leiden tot beperkingen in het fysieke, emotionele en sociale functioneren. Beperkingen in het functioneren kunnen door de ene patient anders worden ervaren dan door de andere. Bij kinderen ging het hebben van astma samen met een minder goed fysiek, emotioneel en sociaal functioneren. Dit gold sterker voor meisjes dan voor jongens, sterker voor 10-13-jarigen dan voor 7-9-jarigen en ook sterker voor kinderen van laagopgeleide ouders dan voor kinderen van ouders met een hogere opleiding. Bij kinderen met astma ging het hebben van recente astmaklachten samen met een minder goed fysiek en emotioneel functioneren. In vergelijking met kinderen met diabetes mellitus voerden kinderen met astma fysieke activiteiten minder vaak en goed uit, maar hadden zij minder zorgen om hun ziekte. In vergelijking met kinderen met epilepsie voerden kinderen met astma fysieke en sociale activiteiten minder goed uit. Bij volwassenen gingen astma en COPD gepaard met een slechtere kwaliteit van leven op zowel fysiek, emotioneel als op sociaal terrein. Ook ervoeren personen met astma of COPD hun gezondheid als slechter dan de gemiddelde algemene bevolking. Net als bij kinderen waren deze relaties sterker voor vrouwen dan voor mannen, sterker voor oudere dan voor jongere personen en sterker voor personen met een lage dan voor personen met een hoge opleiding. Personen met COPD leken een slechtere kwaliteit van leven te hebben dan personen met astma, zeker als het gaat om fysiek functioneren, ervaren gezondheid en de subjectieve beleving. In vergelijking met personen met andere ziekten rapporteerden personen met astma of COPD over het algemeen een goede kwaliteit van leven, zeker in sociaal opzicht. De resultaten naar ernstgradaties waren zoals te verwachten: hoe ernstiger de astma of COPD, hoe slechter de kwaliteit van leven. In een vervolgtraject lijkt onderzoek naar monitoring van, en verandering in, de kwaliteit van leven bij personen met astma en COPD zinvol, ook in relatie tot beloop en ernst van de aandoening en gebruik en kosten van zorg. Een aantal lopende studies zal hier aan bij kunnen dragen. Om specifieke risicofactoren voor een slechtere kwaliteit van leven binnen groepen met astma of COPD op te kunnen sporen is tevens nader onderzoek nodig.<br>
    • De morbiditeit van astma en COPD in Nederland; leemtes in kennis gevuld door aanvullende analyses en actualisering van beschikbare gegevensbronnen

      Tabak C; Smit HA; CZE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-02-20)
      This study, commissioned by the Netherlands Asthma Fund, fills gaps in the knowledge on the morbidity of asthma and chronic obstructive pulmonary disease (COPD) identified in an earlier survey. Specific objectives were to: 1) integrate newly available data on trends in asthma and COPD from general practice registers and 2) to fill gaps in the information, both on the prevalence of combinations of asthma and COPD characteristics, and on socio-economic and ethnic differences in asthma and COPD, through secondary analysis of population-based studies. The update of the general practice registers showed that the prevalence of asthma diagnosis had increased from 5 per 1000 persons in 1983 to 26-31 per 1000 persons in 1999. The prevalence of a chronic bronchitis/COPD diagnosis had decreased slightly among men between 1975 and 1999, while women showed a strong increase of 10 per 1000 around 1980 to 19 per 1000 in 1999. Secondary analyses in population-based studies on airway symptoms in combination with clinical characteristics of asthma and COPD showed: - the prevalence of asthma symptoms in combination with airway hyper-reactivity and atopy in 8-12 year-old children to be about 3.5%; - the prevalence of COPD symptoms in combination with a decreased lung function to be 2% in adult men and 1% in adult women. The analysis of respiratory symptoms in combination with clinical characteristics of asthma and COPD provided a better picture of respiratory problems underlying the prevalence of asthma and COPD registered by general practitioners Secondary analysis of socio-economic and ethnic differences in asthma and COPD showed: - no socio-economic differences in the prevalence of asthma in children and adults; - the prevalence of COPD in highly educated adults to be lower than in lower educated adults. Socio-economic differences in smoking habits explained an important part of the socio-economic differences in COPD. - no ethnic differences in the incidence of doctor-diagnosed COPD. In conclusion, additional analysis with existing databases without new data collection fills several important gaps in knowledge on the morbidity of asthma and COPD in the Netherlands.
    • De morbiditeit van astma en COPD in Nederland; leemtes in kennis gevuld door aanvullende analyses en actualisering van beschikbare gegevensbronnen

      Tabak C; Smit HA; CZE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-02-20)
      Dit rapport geeft inzicht in prevalentie en incidentie van astma en COPD in aanvulling op een eerder inventariserend rapport (Smit en Beaumont, 2000). Specifieke doelen waren: 1) het integreren van recent beschikbare gegevens over trends in astma en COPD uit huisartsenregistraties 2) het vullen van leemtes in kennis over prevalentie van combinaties van kenmerken van astma en COPD en van sociaal-economische en etnische verschillen in astma en COPD, door secundaire analyse van populatiestudies. De actualisering van de huisartsenregistraties lieten zien dat de prevalentie van astma is toegenomen van 5 per 1000 personen in 1983 tot 26-31 per 1000 personen in 1999. De prevalentie van COPD was licht afgenomen bij mannen tussen 1975 en 19999, terwijl er bij vrouwen een sterke stijging werd waargenomen van 10 per 1000 rond 1980 tot 19 per 1000 in 19999. Secundaire analyse van epidemiologische populatiestudies liet zien dat: - De prevalentie van astma symptomen in combinatie met luchtweggevoeligheid en atopie in 8-12 jarige kinderen rond 3,5% was; - De prevalentie van COPD-symptomen in combinatie met een verlaagde longfunctie ongeveer 2% was in volwassen mannen en 1% in volwassen vrouwen. De analyses van respiratoire symptomen in combinatie met klinische kenmerken van astma en COPD gaf een beter beeld van de respiratoire problemen die ten grondslag liggen aan de prevalentiecijfers die in huisartsenpraktijken worden geregistreerd. Secundaire analyse van sociaal-economische en etnische verschillen in astma en COPD lieten de volgende resultaten zien: - er waren geen sociaal-economische verschillen in de prevalentie van astma in kinderen en volwassenen - De prevalentie van COPD in hoogopgeleide volwassenen was lager dan in laagopgeleide volwassenen. Verschillen in rookgewoonten en andere leefstijlfactoren verklaren een belangrijk deel van deze sociaal-economische verschillen; - Er waren geen etnische verschillen in de incidentie van de huisartsendiagnose COPD. De conclusie is dat de aanvullende analyses op basis van beschikbare gegevens zonder nieuwe gegevensverzameling, een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan het vullen van leemtes in kennis over de morbiditeit van astma en COPD in Nederland.<br>
    • Verschillen in het voorkomen van astma en COPD tussen laag- en hoogopgeleiden in Nederland: te verklaren uit verschillen in leefstijl?

      Tabak C; Smit HA; CZE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-05-31)
      To study whether socio-economic differences in chronic lung disease can be explained by lifestyle factors, data collected between 1993 and 1997 in the MORGEN-study (the monitoring project on risk factors and health in the Netherlands) in 19,555 adults (20-59 yr.) were analysed. The prevalence of asthma symptoms was 1.4 times and the prevalence of COPD symptoms and airway obstruction +-1.9 times higher in subjects with a low (intermediate secondary education or less) compared to a high (higher vocational or university education) educational level. After adjustment for active and passive smoking, the ratio of the prevalence of asthma symptoms in subjects with a low compared to a high educational level was 1.2. With regard to COPD symptoms and obstruction adjustment for smoking reduced the ratio to +-1.5. After adjustment for smoking, dietary factors and body mass index (indicator of overweight), asthma symptoms, COPD symptoms and obstruction were respectively 1.1, 1.2 en 1.3 times more prevalent in subjects with a low compared to a high educational level. Concluding, socio-economic differences in chronic lung disease may to a large extent be explained by differences in lifestyle.
    • Verschillen in het voorkomen van astma en COPD tussen laag- en hoogopgeleiden in Nederland: te verklaren uit verschillen in leefstijl?

      Tabak C; Smit HA; CZE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-05-31)
      In opdracht van het Nederlands Astma Fonds werd onderzocht of verschillen in de prevalentie van astma en COPD tussen laag- en hoogopgeleiden kunnen worden verklaard door verschillen in leefstijl. Gegevens verzameld in de MORGEN-studie (uitgevoerd door het RIVM in 1993-1997) bij 19,555 Nederlandse volwassenen (20-59 jaar) werden geanalyseerd. Bij laagopgeleiden (lager onderwijs/lbo/(m)ulo/ mavo) kwamen astmasymptomen 1,4 maal en COPD-symptomen en luchtwegobstructie +- 1,9 maal zo vaak voor als bij hoogopgeleiden (hbo/wo). Na correctie voor actief en passief roken was de ratio van de prevalentie van astmasymptomen in laag- t.o.v. hoogopgeleiden 1,2. Voor kenmerken van COPD was de ratio gereduceerd tot +- 1,5. Na correctie voor roken, voedingsfactoren, en quetelet index (maat voor overgewicht) kwamen astmasymptomen, COPD-symptomen en obstructie nog respectievelijk 1,1, 1,2 en 1,3 maal zo vaak voor in laag- t.o.v. hoogopgeleiden. Sociaal-economische verschillen in het voorkomen van astma en COPD lijken dus voor een belangrijk deel verklaard te kunnen worden door verschillen in leefstijl.<br>