• Handreiking voor de risicobeoordeling van arseen in de bodem voor de particuliere groenteteelt

      Swartjes F; Janssen P; Dusseldorp A; Hagens W; CGM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2018-01-23)
      Arseen kan van nature in de grond en het grondwater zitten of daar door activiteiten van de mens in het verleden in terecht gekomen zijn. Wanneer mensen zelf groenten telen, kunnen zij tijdens het tuinieren ongemerkt bodemdeeltjes inslikken. Hierdoor kunnen zij arseen binnenkrijgen. Dat kan ook door de groenten te eten die zijn geteeld op met arseen verontreinigde bodem. Op verzoek van de GGD'en heeft het RIVM een handreiking opgesteld over de beoordeling van de gezondheidsrisico's bij het eten en zelf telen van groenten op bodems die met arseen zijn verontreinigd. Die beoordeling is lastig, omdat onzeker is hoeveel arseen vanuit de bodem in de groenten terechtkomt. Daarnaast is er voor arseen geen actuele waarde voor de 'toelaatbare blootstelling' beschikbaar. De handreiking geeft een indicatie van de waarde die op dit moment het beste als 'toelaatbare blootstelling' voor arseen kan worden gebruikt. De blootstelling aan arseen via het zelf telen en eten van groenten is hierbij hoog ingeschat omdat de opname van arseen door de groenten uit de bodem onvoorspelbaar is. De blootstelling is vervolgens vergeleken met de zogenoemde achtergrondblootstelling aan arseen. Dit is de hoeveelheid arseen waar iedereen aan wordt blootgesteld (namelijk via in de winkel gekochte levensmiddelen als rijst, granen en melk, via drinkwater en mogelijk via andere bronnen), onafhankelijk van lokale bodemverontreiniging. De blootstelling via groenten die men zelf zou kunnen telen, draagt ongeveer 10 procent bij aan de achtergrond-blootstelling; de achtergrondblootstelling via andere levensmiddelen vormt het grootste deel. Ten slotte worden handelingsperspectieven geboden om de blootstelling aan arseen te verminderen bij het moestuinieren. Dat kan bijvoorbeeld voorlichting zijn om de hoeveelheid ingeslikte gronddeeltjes te verminderen.
    • Risicobeoordeling cadmium. Evaluatie van enkele recente studies voor de lokale situatie in Nederland

      Janssen P; Oomen A; Swartjes F; Fischer D; Houthuijs E; Franssen E; Dusseldorp A; IMG; SIR; MGO; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2009-11-06)
    • Variation in calculated human exposure. Comparison of calculations with seven European human exposure models

      Swartjes F; ECO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-02-03)
      Twenty scenarios, differing with respect to land use, soil type and contaminant, formed the basis for calculating human exposure from soil contaminants with the use of models contributed by seven European countries (one model per country). Here, the human exposures to children and children calculated by each of the models are compared. All calculations were performed twice: once with a prescribed set of parameters and once with the default data used in the different countries. Exposure via the three major exposure pathways of soil ingestion, crop consumption and indoor air inhalation was calculated in each case. Relevant concentrations in contact media and the soil compartments were also calculated. Evaluation of variations in the calculated exposure for each major exposure pathway, and factors affecting the variation, have led to the following main conclusions: The variation in calculated exposure is large for exposure via indoor air inhalation, substantial for exposure via crop consumption and limited for exposure via soil ingestion. The variation in calculated exposure is mainly influenced by the choice of exposure model and, to a lesser extent, by the selection of contaminant and type of input parameter (standardised or default). The variation in calculated exposure is scarcely dependent on soil use and even less on soil type. Miscommunication is a source (difficult to avoid) for variation in calculated exposure. Besides the above, characteristics of human exposure models and default values for the input parameters used in different countries have also been overviewed. One recommendation for the long term would be to construct a toolbox for use in the whole or part of Europe that would allow standardised assessment of human exposure, with the possibility of including flexible (country-specific) elements.
    • Variation in calculated human exposure. Comparison of calculations with seven European human exposure models

      Swartjes F; ECO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-02-03)
      Twintig scenario's die verschillen voor wat betreft bodemgebruik, bodem type en contaminant vormden de basis voor berekening van de humane blootstelling aan contaminanten in de bodem, met behulp van modellen afkomstig uit zeven Europese landen. (een model per land). Hiertoe werden de humane blootstelling van kinderen en volwassenen zoals berekend met deze modellen, vergeleken. Alle berekeningen werden in tweevoud uitgevoerd: eenmaal met een voorgeschreven set aan input parameters en eenmaal met de land-specifieke default input parameters. De blootstelling via de drie belangrijkste blootstellingsroutes, namelijk via grondingestie, gewasconsumptie en inhalatie binnenlucht, werd berekend . Bovendien werden de relevante concentraties in de contactmedia and in de bodemcompartimenten berekend. Evaluatie van de variaties in de berekende blootstelling voor elke belangrijkste blootstellingsroute en van de factoren die de variatie beinvloeden, leidde tot de volgende belangrijkste conclusies: De variatie in berekende blootstelling is groot voor blootstelling via inhalatie binnenlucht, substantieel voor blootstelling via gewasconsumptie en beperkt voor blootstelling via grondingestie. De variatie in berekende blootstelling wordt met name be6nvloed door de keuze van het blootstellingsmodel, in mindere mate door de selectie van de contaminant en type input parameter (gestandaardiseerd of default). De variatie in berekende bloostelling in nauwelijks afhankelijk van bodemgebruik en nog minder van bodem type. Mis-communicate is een (moeilijk te vermijden) bron voor variatie in berekende blootstelling. Bovendien werd een overzicht gegeven van de karakteristieken van de humane blootstellingsmodellen en van de waarden voor de default input parameters, zoals in de verschillende landen gebruikt. Een aanbeveling is op de langere termijn een toolbox te ontwikkelen voor gebruik op Europees niveau, met een gestandaardiseerde methode ter bepaling van de humane blootstelling, maar met ruimte voor flexibele (land-specifieke) elementen.<br>