• CSOIL 2020: Exposure model for human health risk assessment through contaminated soil. Technical description

      van Breemen, PMF; Quik, Joris T K; Brand, E; Otte, PF; Wintersen, AM; Swartjes, FA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-12-15)
      This report describes the CSOIL 2020 model, which calculates human exposure to soil contaminants throughout the entire human lifetime. Exposure can occur through, for example, consuming home grown vegetables and inhalation of soil particles during gardening. CSOIL 2020 is the most recent version of the CSOIL model, which was developed in 1995 and revised in 2000. The Government of The Netherlands uses the results of this model to determine soil quality standards. CSOIL 2020 was updated to incorporate recent scientific knowledge and allow functionality under newer IT operating systems. Additionally, the exposure results from CSOIL can now be used in the newest version of the risk toolbox for soil (in Dutch: Risicotoolbox Bodem). The toolbox is used to determine whether soil can safely be (re-)used. New modules are currently under development to allow the toolbox to be used in the Environment and Planning act, which will enter into force on the first of January 2022. Contact with contaminants in soil can be damaging to human health. Information on the extent of human exposure is required to determine the risk to health. CSOIL determines the exposure on the basis of the type of soil use on a location, like 'Residential with garden', the properties of the contaminant, such as solubility, and the local situation.
    • Risicogestuurd toezicht en handhaving: Ranking ongewenste gebeurtenissen in de bodemketen

      Swartjes, FA; Kok, L; Vercruijsse, W; Dekker, E (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2019-09-06)
      Bij werkzaamheden met grond, bijvoorbeeld om wegen en dijken aan te leggen, wordt de grond onder andere gekeurd, gesaneerd of verplaatst. Deze werkzaamheden kunnen negatieve effecten hebben op de gezondheid, het milieu, de economie en het welbevinden van mensen, zoals stress door geluidoverlast. Het RIVM heeft 258 van deze werkzaamheden met negatieve effecten vastgesteld. Een voorbeeld van deze 'ongewenste gebeurtenissen' is dat niet is gecontroleerd of een sanering goed is uitgevoerd. Of dat een partij vervuilde grond illegaal is vermengd met schone grond, zodat hij toch te gebruiken is. De grond kan ook door weersomstandigheden verwaaien. Experts uit tal van overheidsorganisaties en het bedrijfsleven hebben de ongewenste gebeurtenissen gerangschikt op de impact die ze hebben. Van de twintig meest ongewenste gebeurtenissen is bij ten minste een derde bewust de regels niet opgevolgd (fraude). Het merendeel van de ongewenste gebeurtenissen heeft te maken met de opslag van partijen grond, vermenging van grond en de beoordeling van de kwaliteit van partijen grond, om te bepalen waarvoor het mag worden gebruikt. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. Met deze kennis kan Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) het toezicht en de handhaving gericht op werkzaamheden met grond zo efficiënt mogelijk samen met haar ketenpartners uitvoeren.
    • Risicogrenzen bodem voor het gebruik van PFAS-houdende grond en bagger voor akkerbouw en veeteelt

      Wintersen, AM; Römkens, PFAM; Rietstra, RPJJ; Zeilmaker, MJ; Bokkers, BGH; Swartjes, FA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2019-07-15)
      PFOS en PFOA zijn chemische stoffen die van nature niet in het milieu voorkomen. Deze stoffen behoren tot de groep poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS) en zijn door mensen gemaakt. Deze stoffen zijn in veel producten toegepast. Daardoor, en door fabrieksemissies en incidenten, zijn PFAS in het milieu terechtgekomen en zitten nu onder andere in de bodem, in bagger en in het oppervlaktewater. Bagger komt vrij als watergangen worden onderhouden om bijvoorbeeld de bevaarbaarheid en de waterafvoer zeker te stellen. Deze bagger wordt vaak op het aangrenzend perceel gelegd. Op deze manier kunnen PFAS op agrarisch land terecht komen. Het RIVM heeft de risicogrenzen bepaald voor PFAS in grond voor de landbouwvormen akkerbouw en veeteelt. Dit is gedaan omdat er (nog) geen landelijke normen bestaan voor PFAS in grond en bagger voor deze bodemfuncties. Een aantal decentrale overheden, waaronder de provincie Noord-Holland en de gemeente Haarlemmermeer, hebben daarom zelf lokale normen voor grond vastgesteld. Hiervoor zijn risicogrenzen gebruikt die het RIVM eerder heeft bepaald voor niet-agrarische bodemfuncties. In opdracht van het Hoogheemraadschap van Rijnland is onderzocht of deze risicogrenzen ook veilig genoeg zijn voor akkerbouw en veeteelt. Op basis van wat nu bekend is liggen concentraties PFAS in bagger meestal onder de risicogrenzen voor grond als deze op akkerbouwland wordt gebruikt. De risicogrenzen voor veeteelt zijn strenger dan die voor akkerbouw. De verwachting is dat de bagger op de meeste plaatsen ook zal voldoen aan de risicogrenzen voor veeteelt.
    • Risicogrenzen GenX (HFPO-DA) voor grond en grondwater

      Rutgers, M; Brand, E; Janssen, PJCM; Marinkovic, M; Muller, JJA; Oomen, AG; Otte, PF; Swartjes, FA; Verbruggen, EMJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2019-04-09)
      De GenX-technologie wordt gebruikt om onder andere coatings te produceren, zoals Teflon. Hierbij komt de stof HFPO-DA (2,3,3,3-tetrafluor-2-(heptafluoropropoxy) propaanzuur, of FRD902/FRD903) vrij. Deze stof is giftig en verspreidt zich naar lucht, oppervlaktewater, bodem en het grondwater. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft het RIVM risicogrenzen bodem en grondwater voor HFPO-DA bepaald. Op basis van risicogrenzen kunnen overheden bepalen of de kwaliteit van de grond en het grondwater een risico vormt voor mens en milieu, en of maatregelen nodig zijn. Daarnaast kunnen de risicogrenzen worden gebruikt voor beslissingen over hergebruik van grond die vrijkomt bij activiteiten voor de bouw of infrastructuur. De risicogrenzen voor grond en grondwater zijn bepaald volgens de methodiek die ook wordt gebruikt om de normen van de Wet Bodembescherming en het Besluit Bodemkwaliteit af te leiden. Het uitgangspunt is mens, plant en dier te beschermen bij een blootstelling vanuit grond en grondwater. Een van de berekende risicogrenzen geeft een indicatie voor ernstige bodem of grondwaterverontreiniging (INEV). De hoogte van de andere risicogrenzen is afhankelijk van de wijze waarop de bodem wordt gebruikt. Het gaat om de volgende bodemfuncties: wonen met tuin; moestuin en volkstuin; plaatsen waar kinderen spelen; landbouw; natuur; groen met natuurwaarden; overig groen, bebouwing, infrastructuur en industrie. Door een gebrek aan betrouwbare basisgegevens over HFPO-DA zijn de risicogrenzen 'voorlopig'. Voor de beoordeling van nieuwe stoffen zoals HFPO-DA zijn meer gegevens nodig, een beoordelingsmethodiek die toegesneden is op de specifieke eigenschappen van deze stoffen, en een handelingskader om risico's te beperken.