• Indicatoren E-healthmonitor 2021-2023 en doelstellingen voor e-health

      Aardoom, JJ; van Deursen, L; Rompelberg, CJM; Standaar, LMB; Suijkerbuijk, AWM; van Tuyl, LHD; Versluis, A; Wouters, MJM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-04-21)
      Het ministerie van VWS zoekt naar mogelijkheden om de zorg betaalbaar en toegankelijk te houden, en de kwaliteit te verbeteren. E-health, oftewel digitale zorg op afstand, geeft daar mogelijkheden voor. Het ministerie van VWS wil weten in hoeverre de zorg tussen 2021 en 2023 digitaler wordt en welke effecten dat heeft op patiënten en zorgverleners. E-health is heel divers en kan breed worden ingezet. Voorbeelden zijn consulten met huisartsen via videobellen, gezondheidsapps voor patiënten, en websites met informatie over medische zorg. Het RIVM ontwikkelt een monitor om de overgang van onderdelen van de zorg naar e-health met cijfers in kaart te kunnen brengen. Het RIVM doet dat samen met het Nivel en het National eHealth Living Lab (NeLL). De monitor geeft aan wie e-health gebruikt en waarvoor. Ook geeft hij aan waarom digitale hulpmiddelen wel of niet worden gebruikt en hoe het gebruik bevalt. Voor de monitor hebben de drie organisaties nu uitgezocht welke gegevens nodig zijn om het gebruik van e-health in de zorg te kunnen meten, de zogeheten indicatoren. Een voorbeeld is in welke mate huisartsen e-health gebruiken, of in welke mate burgers een online afspraak maken bij een ziekenhuis. Daarnaast is beschreven welke indicatoren zijn gekozen, om welke meetgegevens het precies gaat en hoe gegevens kunnen worden verkregen. Sommige meetgegevens zijn ook in de vorige monitor tot en met 2019 verzameld. Op deze manier kunnen de ontwikkelingen door de jaren heen worden gevolgd. Daarnaast hebben het RIVM, Nivel en NeLL op verzoek van het ministerie van VWS doelen voor e-health omschreven. Het gaat onder andere om een betere kwaliteit en organisatie van de zorg, meer eigen regie van de patiënt over de zorg, aandacht voor preventie, en ondersteuning van personeel in de zorg. De E-healthmonitor kan laten zien hoe deze doelen zich ontwikkelen.
    • (Kosten)effectiviteit van twee interventies: Welzijn op recept en Gecombineerde Leefstijlinterventie bij Kinderen

      Suijkerbuijk, AWM; van Gils, PF; Leenaars, KEF; Over, EAB; Polder, JJ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2019-12-05)
      Bij lokale preventieve gezondheidsinterventies werken de zorg en de gemeente soms samen. Dit gaat niet altijd vanzelf, onder andere omdat de geldstromen niet helder zijn en de kosten en baten bij verschillende partijen terechtkomen. Een voorbeeld van een lokale interventie is Welzijn op recept. Hierbij verwijst de huisarts mensen met lichte psychische klachten, zoals rouw of eenzaamheid, door naar sociale activiteiten in de buurt. Betrokken organisaties hebben de indruk dat deelnemers van Welzijn op recept zich beter voelen en minder vaak onnodig de huisarts bezoeken. Om die indruk te bevestigen moet worden onderzocht of de interventie effect heeft. Dit blijkt uit een verkenning van het RIVM naar het nut van een kosten-baten rekentool voor Welzijn op recept, in opdracht van het ministerie van VWS. Een rekentool die de kosten en baten in geld uitdrukt heeft voor betrokken organisaties weinig meerwaarde. Aanbieders van zorg en ondersteuning willen vooral de interventie beter organiseren en de effecten op de deelnemers vergroten. Succesvolle elementen van Welzijn op recept zijn de verwijzing van de huisarts, korte lijnen en goede samenwerking tussen de huisarts en de welzijnscoach. Dit organisatievraagstuk is belangrijker dan de financiering. Landelijk gezien kan een rekentool geldstromen inzichtelijk maken en structuur aanbrengen in de financiering van het grijze gebied tussen zorg en welzijn. Maar ook daarvoor is eerst meer kennis nodig over de effectiviteit van de interventie. VWS heeft ook gevraagd wat de beste maatregel is om overgewicht bij kinderen tegen te gaan. Hoewel verschillende interventies voeding, beweging en gedrag combineren, variëren ze nogal in opzet en effectiviteit. Zo zijn er interventies voor thuis en op school. Ook verschillen de resultaten. Om te kunnen zeggen welk type het meest effectief is, is uitgebreid literatuuronderzoek nodig.
    • Maatschappelijke kosten-batenanalyse van beleidsmaatregelen om alcoholgebruik te verminderen

      de Wit, GA; van Gils, PF; Over, EAB; Suijkerbuijk, AWM; Lokkerbol, J; Smit, F; Spit, WJ; Evers, SMAA; de Kinderen, RJA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2019-01-21)
      Als alle kosten en baten van alcohol worden opgeteld, waren de kosten in 2013 ongeveer 2,3 tot 4,2 miljard euro. Kosten kunnen bijvoorbeeld ontstaan door een lagere arbeidsproductiviteit, door inzet van politie en justitie, en door verkeersongevallen. De baten van alcoholgebruik zijn bijvoorbeeld de accijnsinkomsten voor de overheid. Als we ook private kosten meenemen in de berekening, zoals de kosten van voortijdige sterfte en verlies aan kwaliteit van leven, dan waren de kosten in 2013 4,2 tot 6,1 miljard euro. In deze kostenschattingen is het welzijn dat mensen bij het drinken van alcohol kunnen ervaren niet meegenomen, omdat het moeilijk is om dit in maat en getal uit te drukken. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM en drie andere organisaties. Maatregelen zijn mogelijk om mensen minder alcohol te laten drinken, zoals een accijnsverhoging, een beperking van het aantal verkooppunten en een totaalverbod op alcoholreclame en -sponsoring. Zulke maatregelen kunnen de samenleving forse besparingen opleveren en hebben daarmee netto een positief effect op de Nederlandse samenleving. Voorbeelden van die positieve effecten zijn minder sterfte en betere kwaliteit van leven doordat ziekten die met alcoholgebruik samenhangen worden voorkomen. Ook wordt de arbeidsproductiviteit hoger, zijn er minder verkeersongevallen en is minder inzet van politie en justitie nodig. Op de lange termijn, over een periode van 50 jaar, levert een accijnsverhoging van 50 procent tussen de 4,5 en 10,7 miljard euro op. Bij een accijnsverhoging van 200 procent is dat 12,2 tot 35,8 miljard euro. Het saldo van kosten en baten na 50 jaar is 1,8 tot 4,3 miljard euro wanneer 10 procent van de verkooppunten worden gesloten. Dit bedrag loopt op tot 4,6 tot 10,7 miljard euro als 25 procent van de verkooppunten sluit. Een mediaban levert de samenleving circa 3,5 tot 7,8 miljard euro op na 50 jaar, maar hierover bestaat meer onzekerheid. Dit is een herziene versie van een onderzoek uit 2016. Nieuwe inzichten en nieuwe cijfers waren de aanleiding voor deze herziening. Voor beide rapporten is een zogeheten maatschappelijke kosten-batenanalyse (MKBA) uitgevoerd waarbij de drie genoemde beleidsmaatregelen zijn doorgerekend. MKBA's zijn een hulpmiddel om de welvaartseffecten van maatregelen in kaart te brengen en kunnen beleidsmakers ondersteunen bij hun beslissingen over toekomstig overheidsbeleid.
    • Verkenning e-healthmonitor: de digitale transitie in de zorg in beeld

      Schnoor, K; Wouters, MJM; Ossendorp, BC; Hoogerhuis, PM; Suijkerbuijk, AWM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-05-19)
      Moderne technologie maakt zorg op afstand mogelijk. Digitale zorg, of e-health, kan de zorg mogelijk betaalbaarder, toegankelijker en beter maken. Het ministerie van VWS wil weten in hoeverre de zorg digitaler wordt en welke effecten dat heeft op patiënten en zorgverleners. Het RIVM heeft op verzoek van VWS verkend hoe deze ontwikkeling met een nieuwe e-health monitor in kaart kan worden gebracht. De bedoeling is om de omvang van de digitale zorg in cijfers weer te geven, en te duiden waarom digitale hulpmiddelen wel of niet worden gebruikt. De monitor kan aangeven hoe e-health wordt ingezet door onder andere huisartsen, in ziekenhuizen, bij de zorg voor ouderen en voor mensen met een verstandelijke beperking. Het RIVM heeft dit advies in samenwerking met relevante partijen opgesteld. Het advies reikt een aantal indicatoren aan om kenmerken van de digitale zorg te kunnen gaan meten. Bijvoorbeeld de mate waarin organisaties in staat zijn om gegevens digitaal uit te wisselen of het gebruiksgemak. Voor sommige indicatoren kunnen bestaande data over e-health worden gebruikt. Wel zijn aanvullende data nodig, onder andere over ervaringen van zorgverleners en patiënten. De monitor kan verschillen in de aard en omvang van de digitale zorg gaan aangeven, zoals tussen regio's en groepen patiënten. Bovendien kan de monitor laten zien hoe patiënten en zorgverleners de digitale zorg ervaren. Het advies bevat verder voorbeelden van best practices die anderen kunnen inspireren. Tot slot wordt aanbevolen om te onderzoeken welke factoren de digitale zorg bevorderen of belemmeren. Dit gaat dus verder dan het gebruik van specifieke digitale toepassingen monitoren. De overgang naar een digitaler zorgproces is niet vanzelfsprekend: e-health toepassingen komen niet altijd van de grond, verdwijnen soms weer, of worden maar door een kleine groep mensen gebruikt. Zorg op afstand met digitale ondersteuning is in deze coronacrisis essentieel. Het is nu nog niet in te schatten of en hoe deze zorg op afstand na deze crisis gebruikt blijft worden. De nieuwe monitor is een vervolg op de monitor die Nictiz en het NIVEL tussen 2013 en 2019 hebben uitgebracht.