• Impact van de eerste COVID-19 golf op de reguliere zorg en gezondheid : Inventarisatie van de omvang van het probleem en eerste schatting van gezondheidseffecten

      van Giessen, A; de Wit, A; van den Brink, C; Degeling, K; Deuning, C; Eeuwijk, J; van den Ende, C; van Gestel, I; Gijsen, R; van Gils, P; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2020-12-15)
      De COVID-19-epidemie heeft tijdens de eerste golf grote impact gehad op de zorg, vooral in het voorjaar van 2020. Afspraken, behandelingen en operaties voor niet-COVID-patiënten zijn afgezegd of uitgesteld. Ook meden patiënten zelf de zorg, bijvoorbeeld uit angst om te worden besmet of om de zorg te ontlasten. Een deel van de afspraken is vervangen door zorg op afstand, bijvoorbeeld telefonisch of via beeldbellen. Aan het begin van de zomer herstelden veel sectoren in de zorg grotendeels, maar het lukte niet de achterstand in te halen. Sommige vormen, zoals de paramedische zorg, dagbesteding en groepsbehandelingen, herstelden moeizamer. Door de coronamaatregelen, zoals 1,5 meter afstand houden en de extra hygiënemaatregelen, was het vaak niet mogelijk om evenveel zorg als voorheen te leveren. Voor dit onderzoek is gekeken naar de behandelingen die binnen de 12 grootste specialismen in ziekenhuizen het meest worden uitgevoerd (in totaal 48). Tijdens de eerste coronagolf is gemiddeld 23 procent van deze behandelingen niet doorgegaan. De gezondheidswinst die behandelingen normaal gesproken opleveren is daardoor niet bereikt. Dit wordt uitgedrukt in 'verloren gezonde levensjaren', een eenheid die effecten op sterfte en kwaliteit van leven aangeeft. Door de uitgevallen behandelingen zijn er naar schatting 34.000 tot 50.000 minder gezonde levensjaren bereikt. Dit zijn vooral effecten op kwaliteit van leven, en in mindere mate op overlijden. Een relatief groot deel van de verloren gezonde levensjaren zijn het gevolg van weggevallen behandelingen binnen de specialismen oogheelkunde en orthopedie, zoals staar-, knie- en heupoperaties. De schattingen over de gevolgen voor kankerpatiënten vallen buiten de berekeningen van dit onderzoek. Deze schattingen zijn ingewikkelder. Als eerste aanzet daarvoor zijn de gevolgen voor melanoom uitgewerkt, de agressiefste vorm van huidkanker. Naar schatting zijn 1.600 tot 2.800 gezonde levensjaren verloren gegaan door deze uitgevallen zorg. De onderzochte behandelingen vormen 28 procent van de medisch-specialistische zorg. Deze behandelingen leveren in verhouding veel gezondheidswinst op, en dus ook relatief veel verlies als de zorg niet doorgaat. Het totale gezondheidsverlies zal zeker groter zijn dan de genoemde aantallen, maar niet drie tot vier keer zo groot. Een deel van het gezondheidsverlies gaat niet definitief verloren als de komende jaren extra behandelingen kunnen worden uitgevoerd.
    • Landelijke en lokale uitgaven aan gezondheidsbevordering: een nulmeting

      Oosterhoff, M; van Leerdam, J; Suijkerbuijk, A; Polder, J (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-07-07)
      Ziekte voorkomen is belangrijk voor de volksgezondheid. Ook scheelt het de overheid kosten voor de zorg als mensen niet of minder ziek worden. Een onderdeel van deze preventie is gezondheidsbevordering. Voorbeelden hiervan zijn een gezonde leefstijl nastreven, en overgewicht en overmatig alcoholgebruik voorkomen. Het is behulpzaam om gezondheidsbevordering regionaal te organiseren. Dan sluit het goed aan bij de behoeften van inwoners van gemeenten en bepaalde bevolkingsgroepen, zoals ouderen of mensen met lage inkomens. Om dit goed te kunnen doen, is het nodig om te weten wat het kost. Het RIVM en Cebeon (Centrum Beleidsadviserend Onderzoek) hebben voor het eerst in kaart gebracht hoeveel geld gemeenten hebben uitgegeven aan gezondheidsbevordering. Het gaat hierbij om uitgaven aan de gemeentelijke taken voor volksgezondheid en om sporten te stimuleren. Die blijken laag te zijn en de financiering is vaak tijdelijk. In Nederland is in 2019 gemiddeld per inwoner 21 tot 23 euro aan gezondheidsbevordering uitgegeven. Hiervan ging iets meer dan de helft naar activiteiten die mensen stimuleren om te sporten (14 euro). Aan andere activiteiten om een gezonde leefstijl te bevorderen gaven gemeenten gemiddeld ruim 6 euro per inwoner uit. Daarvan is 2 euro bestemd voor het werk dat een gemeente hiervoor doet, 1 voor GGD’en en 3 euro voor andere organisaties die door de gemeenten worden betaald. De rijksoverheid gaf 2,5 euro per inwoner uit aan programma’s met activiteiten om regionaal of lokaal de gezondheid te bevorderen. Als vergelijking: in 2019 is ongeveer 5000 euro per inwoner uitgegeven aan geneeskundige en langdurige zorg samen. Dit onderzoek is op verzoek van het ministerie van VWS uitgevoerd. Indirecte kosten die de gezondheid bevorderen uit andere domeinen, zoals voor betere toegang tot werk en onderwijs of armoedebestrijding, zijn niet meegenomen.
    • Prijsgevoeligheid van rokers. Gedragseffecten van accijnsverhoging: stoppen, minderen, goedkoper product roken of kopen over de grens?

      Visscher, K; Lambooij, M; Suijkerbuijk, A; van Gils, P; de Wit, A (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-06-11)
      In Nederland sterven elk jaar 20.000 mensen aan ziekten die een gevolg zijn van roken, zoals hart- en vaatziekten en kanker. Sterfte als gevolg van roken is te voorkomen. In het Preventieakkoord staan verschillende maatregelen om er voor te zorgen dat mensen stoppen met roken of om te voorkomen dat ze daarmee beginnen. Tabak duurder maken is een maatregel waarvan bewezen is dat hij effect heeft. Daarom is vanaf 1 april 2020 de accijns op een pakje sigaretten (20 stuks) verhoogd met €1, en op een pakje shag (50 gram) met €2,50. Het RIVM heeft onderzocht of deze accijnsverhoging effect heeft gehad op rookgedrag. Hiervoor is een groep mensen, voordat de accijnsverhoging werd ingevoerd, gevraagd wat zij verwachten te gaan doen. Na de accijnsverhoging is hen gevraagd wat zij daadwerkelijk hebben gedaan. Mensen hebben inderdaad hun rookgedrag veranderd, maar minder dan zij vooraf verwachtten. Rookgedrag is in de onderzochte periode niet alleen beïnvloed door de prijsverhoging maar ook door de uitbraak van SARS-CoV-2 dat jaar. Vanaf april 2020 is 11 procent van de ondervraagde rokers met roken gestopt. Dat is meer dan de circa 3 procent van de rokers die gemiddeld per jaar stoppen. Van de bevraagde mensen is 25 procent minder gaan roken, en 8 procent een ander, goedkoper product gaan gebruiken. Vier procent kocht zijn rookwaren vaker in het buitenland. Dat deden vooral mensen die vlak bij de grens met Duitsland en België wonen, waar tabak goedkoper is. De accijnsverhoging heeft er niet toe geleid dat veel meer mensen hun rookwaar over de grens gingen kopen. Dat komt ook omdat de grens met België gesloten was tijdens de eerste lockdown. Ruim een kwart van de rokers gaf aan dat zij dat wel vaker zouden hebben gedaan als de grenzen open waren gebleven. De resultaten van dit onderzoek zijn duidelijk beïnvloed door de uitbraak van SARS-CoV-2. Deelnemers gaven aan dat het virus eraan heeft bijgedragen dat zij zijn gaan minderen of gestopt zijn om gezonder te leven. Andere deelnemers (32 procent) zijn er juist meer door gaan roken.
    • Verkenning Economische Evaluaties Implantaten

      Suijkerbuijk, A; van Gils, PF; Alves, TI; Polder, JJ; de Wit, GA; Hoebert, JM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2019-09-19)
      Het kost vaak veel geld om nieuwe medische hulpmiddelen, zoals implantaten, te ontwikkelen. Ook zijn ze niet altijd kostenbesparend in het gebruik. Informatie over hoe de kosten zich verhouden tot de mate waarin ze de gezondheid en/of de kwaliteit van leven van patiënten verbeteren is daarom van belang. Deze informatie kan worden verkregen door middel van zogeheten kosteneffectiviteitstudies. Verzekeraars, artsen en instanties die beoordelen of een implantaat wordt vergoed, besteden echter weinig aandacht aan de kosteneffectiviteit van implantaten. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. Het RIVM adviseert om bij de zorginkoop van implantaten informatie over kosteneffectiviteit mee te laten wegen. Ook bij andere afwegingen zou kosteneffectiviteit meer betrokken kunnen worden. Bijvoorbeeld bij de afweging of de zorgverzekering een product vergoedt. Verder kan transparanter worden welke factoren nu meewegen bij het besluit om implantaten te vergoeden. Om medicijnen vergoed te krijgen, moeten fabrikanten uitgebreide studies doen naar de kosteneffectiviteit. Bij implantaten is geen informatie over kosteneffectiviteit vereist. Daarnaast is vaak onduidelijk wat een (nieuw) implantaat precies kost. Voor dit onderzoek bekeek het RIVM in de wetenschappelijke literatuur de kosteneffectiviteit van drie implantaten: heupprothesen, de sterilisatiemethode Essure en bekkenbodemmatjes. De economische evaluaties in de wetenschappelijke literatuur zijn niet altijd compleet en kwalitatief niet goed. Bijwerkingen worden erin onderschat of komen niet aan bod. Als daar wel aandacht voor is, is dat vaak alleen voor de bijwerkingen op korte termijn. Hierdoor kan een te rooskleurig beeld ontstaan van de kosteneffectiviteit van het desbetreffende implantaat.