• Gamma-exposietempo metingen rondom het COVRA-terrein te Petten

      Dongen; R.van (1984-03-28)
      Dit rapport geeft de resultaten weer van een onderzoek naar het gamma- stralingsniveau aan de terreingrenzen van de toekomstige inrichting voor de opslag van radioactieve afvalstoffen, zijnde de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval (COVRA BV). het exposietempo gemiddeld over een 16-tal punten bedroeg 2,6 muR/h, exclusief de bijdrage van de kosmische straling. Als gevolg van de aanwezigheid van zandhopen met klei en puin en een verharde weg in de onmiddelijke nabijheid werd op een meetpunt een significant hogere waarde van 4,8 muR/h gemeten.
    • Gamma-exposietempometingen rondom het COVRA-terrein te Petten in april en augustus 1985

      Dongen; R.van (1985-12-31)
      In verband met de ingebruikname door COVRA B.V. van een inrichting, alwaar radioactieve afvalstoffen worden opgeslagen, is door het Laboratorium voor Stralingsonderzoek van het RIVM een onderzoek ingesteld naar de verhoging van het expostietempo aan de terreingrenzen. In april 1985 en augustus 1985 is resp. op een 11-tal en op een 6-tal plaatsen aldaar het exposietempo bepaald en vervolgens gecorrigeeerd om de bijdrage van de kosmische straling en eventueel voor de invloed van de in werking zijnde cyclotron van Mallinckrodt Diagnostica. Het exposietempo bedroeg gemiddeld over de gemeten punten resp. 4,2 uR/h en 3,5 uR/h. In vergelijking met de waarde bepaald voor de ingebruikname bleek het gemidd. exposietiempo in april 1985 1,8 uR/h hoger te zijn met een maximum van 2,5 uR/h. In augustus 1985 bedroeg deze waarde 1,1 uR/h met een maximum van 1,2 uR/h (maximaal toegestane verhoging bedraagt 0,3 uR/week gemidd. over een jaar, hetgeen overeenkomt met gemidd. 1,9 uR/h).
    • Gamma-exposietempometingen rondom het COVRA-terrein te Petten in november 1984

      Dongen; R.van (1985-04-09)
      In verband met de ingebruikname door COVRA B.V. van een inrichting, alwaar radioactieve afvalstoffen worden opgeslagen, is door het Laboratorium voor Stralingsonderzoek van het RIVM een onderzoek ingesteld naar de verhoging van het exposietempo aan de terreingrenzen. Op een 20-tal punten aldaar is het exposietempo bepaald en vervolgens gecorrigeerd voor de bijdrage van de kosmische straling en voor de invloed van de in werking zijnde cyclotron van Mallinckrodt Diagnostica. Het exposietempo bedroeg gemiddeld over alle punten 4,0 muR/h. In vergelijking met de waarde bepaald voor de ingebruikname bleek het gemiddeld exposietempo 1,6 muR/h hoger te zijn. Op een 3-tal punten bedroeg de verhoging significant meer dan 1.8 muR/h (maximaal toegestane verhoging bedraagt 0,3 mR/week, gemiddeld over een jaar, hetgeen overeenkomt met gemiddeld 1,8 muR/h).
    • IM12, IM23, IM34. Subroutines of orders two, three and four for the solution of stiff differential equations

      Praagman; N.; Weenen; R.van (1985-12-31)
      Subroutines IM12, IM23 en IM34 van de orde twee, drie en vier zijn ontworpen om met zelfbepalende tijdstapgrootte de oplossing van een stelsel stijve differentiaalvergelijkingen numeriek op te lossen. De nauwkeurigheid van de oplossing kan door de gebruiker opgegeven worden. De subroutines zijn gebaseerd op impliciete methoden (Euler, Trapeziumregel, Rosenbrock-Wanner).
    • Onderzoek naar de radioactiviteit van oppervlaktewater. Resultaten over 1985

      Mattern; F.C.M.; Zanten; R.van (1986-08-05)
      De gemidd. concentraties voor de verschillende parameters waren in 1985 vrijwel gelijk aan die in 1984. De gemidd. activiteitsniveaus van totaal-alfa en 226-Ra in de Roer lagen iets hoger dan die van Rijn en Maas. De activiteitsniveaus van de Rijn en Maas, waren m.u.v. tritium, vrijwel aan elkaar gelijk. Het tritiumgehalte in de Maas was, duidelijk verhoogd en bedroeg gemidd. 29 kBq/m3. De activiteitsniveaus in de Westerschelde lagen duidelijk hoger dan die van Rijn en Maas. Het 90-Sr is in hoofdzaak afkomstig van het Noordzeewater, zoals blijkt uit metingen bij Hansweert en Vlissingen. De verhoogde 226-Ra-gehalten (en voor een deel ook de verhoogde alfa-, beta- en gamma-activiteiten) worden veroorzaakt door lozingen van kunstmestindustrieen. De verhoogde 3-H-gehalten worden veroorzaakt door lozingen van nucleaire installaties. M.b.v. een verdunningsmodel werden de lozingen van 3-H en 226-Ra op de Westerschelde berekend op resp. 49 TBq/j en 198 GBq/j, hetgeen niet veel afwijkt v.d. gemidd.waarden v.d. voorgaande jaren
    • Onderzoek naar radioactieve objecten en mogelijk contaminatie hiervan in het Museum Boerhaave te Leiden

      Kuile; C.R.ter; Glastra; P.; Dongen; R.van (1985-10-31)
      In het Boerhaave Museum te Leiden is door het Laboratorium voor Stralingsonderzoek van het RIVM een onderzoek uitgevoerd naar opgeslagen museummateriaal en een mogelijke contaminatie hierdoor van het museumgebouw. Uit het onderzoek bleek dat de besmetting ver beneden de toegestane norm ligt. Een tweetal bronnen zijn door het RIVM meegenomen voor een nader spectrometrisch onderzoek. Het bleken radiumbronnen te zijn met een activiteit van resp. 5,6 MBq (150 uCi) en 26 MBq (700 uCi). Berekeningen wijzen erop dat voor geen enkel lid van het personeel van het museum, de jaardosislimiet, welke geldt voor leden der bevolking, is overschreden.
    • Stralingsbelasting van de bevolking en stralingsniveaus in het binnenmilieu in Nederland t.g.v. natuurlijke gammabronnen

      Julius; H.W.*; Dongen; R.van (1985-04-30)
      Het resultaat van het onderzoek - afgeleid uit 2 onafhankelijke meetmethoden - omvatte ca. 750 personen, 400 woningen en 275 werklocaties. De deelnemers werden geselecteerd en verdeeld in twee groepen op basis van hun woonplaats in gebieden met resp. "hoog" en "laag" terrestrisch stralingsniveau. Onderscheid werd gemaakt tussen drie kategorieen personen op grond van hun leefpatroon. Een schatting werd gemaakt van de invloed die de terrestrische component van de natuurlijke straling en enkele veel gebruikte bouwmaterialen hebben op het stralingsniveau van het binnenmilieu. Het gemiddelde exposietempo aangetroffen in het binnenmilieu, bedraagt 9,4 mu-R.h-1 (6,7 x 10-13 C(kg.s)-1). Het gemiddelde dosistempo waaraan personen worden blootgesteld bedraagt 9,3 mu-rad.h-1 (93 nGy.h-1). Voor beide werd een standaarddeviatie van 15-20% gevonden.
    • Totale beta- en gamma activiteit van luchtstof. Resultaten in het jaar 1985

      Dongen; R.van (1986-08-11)
      In dit rapport zijn de resultaten vermeld van de totale niet kortlevende beta- en gamma-activiteit van luchtstof, bemonsterd bij het KNMI te De Bilt gedurende het jaar 1985. Ter illustratie is van iedere maand een netto week-gamma-spectrum weergegeven. De gemiddelde beta- en gamma activiteit van luchtstof bedroeg in 1985 respectievelijk 0,56 mBq/m3 en 2,26 x 10-4 gamma-fotonen/sec per m3 lucht. Deze activiteitswaarden zijn een weinig verhoogd vergeleken met de resultaten van 1984. Als gevolg van de optredende statistische fluctuaties en de overheersende aanwezigheid van 7-Be als natuurlijk activeringsproduct, waren in deze periode gammaspectrometrisch geen splijtingsproducten aan te tonen. De gemiddelde waarde van de berekende verhouding tussen de wekelijkse gamma- en beta-activiteiten bedroeg in dit jaar 0,36 + 0,15 gamma-fotonen/beta-desintegratie.
    • Totale beta- en gamma-activiteit van luchtstof. Resultaten in het jaar 1984

      Dongen; R.van; Lunenburg; A.P.P.A.van (1985-08-07)
      In dit rapport zijn de resultaten vermeld van de totale niet kortlevende beta- en gamma-activiteit van luchtstof, bemonsterd bij het KNMI te De Bilt gedurende het jaar 1984. Ter illustratie is van iedere maand een netto week-gamma-spectrum weergegeven. De gemiddelde beta- en gamma-activiteit van luchtstof bedroeg in 1984 respectievelijk 0,48 mBq en 1,50 x 10-4 gamma-fotonen/sec per m3 lucht. Deze activiteitswaarden zijn vrijwel gelijk aan die van het laatste halfjaar van 1983. Als gevolg van de optredende statistische fluctuaties en de overheersende aanwezigheid van 7-Be als natuurlijk activeringsprodukt, waren in deze periode gammaspectrometrisch geen splijtingsprodukten aan te tonen. De gemiddelde waarde van de berekende verhouding tussen de wekelijkse gamma- en beta-activiteiten bedroeg in dit jaar 0,32 + 0,11 gamma- fotonen/beta-desintegratie.
    • Totale kunstmatige beta- en gamma-activiteit van luchtstof. Resultaten in de periode van januari t/m juni 1983

      Dongen; R.van; Lunenburg; A.P.P.A.van (1984-12-17)
      In dit rapport zijn de resultaten vermeld van de totale niet kortlevende beta- en gamma-activiteit van luchtstof, bemonsterd bij het KNMI te De Bilt gedurende de maanden januari t/m juni 1983. Ter illustratie is van iedere maand een netto week-gamma-spectrum weergegeven. De gemiddelde beta- en gamma-activiteit van lucht in het eerste halfjaar van 1983 bedroeg resp. 0,27 mBq/m3 en 0,89 x 10-2 gamma-fotonen/min/m3 lucht. Deze activiteitswaarden zijn duidelijk lager dan die in het laatste halfjaar van 1982. Als gevolg van optredende statistische fluctuaties en de overheersende aanwezigheid van 7Be als natuurlijk activeringsprodukt, waren in deze periode gamma-spectrometrisch geen splijtingsprodukten aan te tonen. De gemiddelde waarde van de berekende verhoudingen tussen de wekelijkse gamma- en beta-activiteiten bedroeg in dit half jaar 0,45 + 0,11 gamma-fotonen/beta-desintegratie.
    • Totale kunstmatige beta- en gamma-activiteit van luchtstof. Resultaten in de periode van juli t/m december 1983

      Dongen; R.van; Lunenburg; A.P.P.A.van (1984-12-17)
      In dit rapport zijn de resultaten vermeld van de totale niet- kortlevende beta- en gamma-activiteit van luchtstof, bemonsterd bij het KNMI te De Bilt gedurende de maanden juli t/m december 1983. Ter illustratie is van iedere maand een netto week-gamma-spectrum weergegeven. De gemiddelde beta- en gamma-activiteit van lucht in het tweede halfjaar van 1983 bedroeg resp. 0,50 mBq/m3 en 1,09 x 10-2 gamma-fotonen/min/m3 lucht. In vergelijking met het voorgaande half jaar betekenen deze waarden een toename van de luchtactiviteit tot vrijwel hetzelfde niveau als in 1982. Ook in deze periode waren geen splijtingsprodukten aan te geven a.g.v. de optredende statistische fluctuaties en de overheersende aanwezigheid van 7-Be als natuurlijk activeringsprodukt. De gemiddelde waarde van de berekende verhoudingen tussen de wekelijkse gamma- en beta-activiteiten bedroeg in dit halfjaar 0,38 + 0,17 gamma-fotonen/beta-desintegratie.