• Dichtheidsstroming bij locale verontreinigingsbronnen

      Taat; J.; Breuer; W.A.; Drecht; G. van; Gast; L.F.L.; Kunst; J.P.; (1986-12-31)
      Verontreinigd grondwater heeft vaak een grotere dichtheid dan schoon grondwater. Dit dichtheidsverschil beinvloedt de grondwaterstroming en daarmee de verspreiding van de verontreiniging. In dit onderzoek zijn 3 modellen gebruikt om de stroming te beschrijven: - een fysisch model op laboratoriumschaal ; - een mathematisch model voor niet-mengbare vloeistoffen dat gebruik maakt van de vortex-theorie; - een methematisch model dat de advectie/dispersievergelijking oplost, rekening houdend met dichtheidsverschillen. De resultaten van de 3 modellen stemden redelijk met elkaar overeen. Van belang bleken voornamelijk de initiele concentratieverdeling en fysische bodemeigenschappen (gelaagdheid, heterogeniteiten) te zijn.
    • Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit: 1. eindrapport van de inrichtingsfase

      Duijvenbooden; W.van; Gast; L.F.L.; Taat; J. (1985-04-18)
      In het kader van de inrichting van het landelijk meetnet grondwaterkwaliteit werden verspreid over het gehele land 370 meetpunten geplaatst met filters op globaal 10, 15 en 25 m-mv. De meetpunten werden onderzocht op het voorkomen van de macroparameters, Zn, N-4 en As en de somparameters EOCl en VOCl. Incidenteel werden tal van andere spoorelementen en organische microverontreinigingen gemeten. Uit het onderzoek blijkt, dat een duidelijke relatie aanwezig is tussen de kwaliteit van het grondwater enerzijds en gebruik van de bodem, bodemtype en geohydrologische situatie anderzijds. Duidelijk is sprake van een geleidelijke verslechtering van de grondwaterkwaliteit. Afdekkende kleilagen hebben in deze veelal slechts een beperkte betekenis. In feite wordt in Nederland tot op dieptes van 30 m-mv zeker in de zandgebieden nog nauwelijks grondwater met een natuurlijke samenstelling aangetroffen.
    • Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit: 2. concentratiekaarten van de eerste bemonstering

      Gast; L.F.L.; Taat; J.; Duijvenbooden; W.van (1985-04-18)
      Voor dit deelrapport zijn in principe de analyseresultaten van de eerste bemonstering van de diverse meetpunten gebruikt. De analysegegevens worden per parameter voor de verschillen filternivo's (globaal 10, 15 en 25 m-mv), verdeeld over concentratieklassen, in kaartvorm gepresenteerd. De kaarten geven een indruk van de ruimtelijke spreiding van de grondwaterkwaliteit. In het rapport worden twee verschillende klasse-indelingen gehanteerd. De ene is gebaseerd op een in dit rapport nader omschreven standaardmethode, terwijl bij de andere indeling gebruikt gemaakt wordt van de EG-richtlijn betreffende 'de kwaliteit van voor menselijke consumptie bestemd water'. Voor de interpretatie van de in dit deelrapport gepresenteerde gegevens wordt verwezen naar het eindrapport betreffende de inrichting van het meetnet.
    • Residuen van Geselecteerde Bestrijdingsmiddelen in het Ondiepe Grondwater van enige Kwetsbare Nederlandse grondsoorten. Resultaten van de eerste onderzoeksfase

      Loch; J.P.G.; Gast; L.F.L.; Maaren; H.L.J. van; (1986-12-31)
      Van het bovenste grondwater onder landbouwpercelen op een viertal kwetsbare Nederlandse bodemtypen werden monsters geanalyseerd op residuen van twaalf bestrijdingsmiddelen. Van deze middelen is de gebruiksgeschiedenis van de afgelopen 7 jaar bekend. De groep stoffen omvat zowel middelen die toegelaten zijn binnen waterwingebieden als middelen die zijn verboden zijn. De kwetsbare bodems hebben een hoge doorlatenheid en een gering bindend vermogen voor residuen van bestrijdingsmiddelen. Een viertal stoffen, te weten atrazine, dinoseb, 1,3-dichloorpropeen en aldicarb worden in de eerste vier bemonsteringsrondes van dit onderzoek in het grondwater van een aantal waarnemingspunten aangetoond. Gemeten concentraties liggen boven de EG-norm voor bestrijdingsmiddelen in drinkwater. Van de vier aangetoond stoffen zijn atrazine en dinoseb toegelaten in waterwingebieden