• Adsorptie isothermen van kationen aan bodemmateriaal. Een literatuurstudie en laboratoriumvoorschrift

      Gerringa; L.; Berg; S.van den; Taat; J. (1984-12-31)
      Kationenuitwisseling in de bodem is een complex proces tussen bodemateriaal (de vaste fase) en de kationen in de bodemoplossing (de vloeibare fase). Dit proces wordt door vele factoren beinvloed en is in de loop van de tijd op verschillende manieren modelmatig verklaard. Modellen blijven echter een benadering en vereenvoudiging van de werkelijkheid. Zij bevatten veelal parameters die niet of moeilijk meetbaar zijn of constanten die meerdere variabelen vertegenwoordigen. Mede hierom is een laboratoriummethode ontwikkeld (naar Andre 1970) om de adsorptie isotherm van een stof aan de bodem experimenteel te bepalen. M.b.v. het computerprogramma SORFIT worden de gemeten parameters omgezet tot een omwisselingsvergelijking die grafisch weergegeven kan worden.
    • Ruimtelijke variaties in fysisch-chemische bodemkarakteristieken in de Nuenen-groep nabij Best

      Gerringa; L.; Obdam; A. (1985-06-30)
      Ten noorden van Best is een onderzoek uitgevoerd naar de ruimtelijke variatie in fysisch-chemische bodemkarakteristieken in de Nuenen-groep. Doel van dit onderzoek was een methode te ontwikkelen om een beter inzicht te krijgen in de laterale existentie van lagen, die door hun eigenschappen, een bescherming bieden tegen verspreiding van evt. verontreinigingen t.o.v. het grondwater. De bodem is bemonsterd m.b.v. continu gestoken boringen ; de monsters zijn ganalyseerd op de volgende parameters: organische-stofgehalte, kalkgehalte, kationen- uitwisselings-capaciteit, zuurgraad en granulaire verdeling. De ruimtelijke variatie is onderzocht m.b.v. een sedimentologische analyse en statistische verwerking van bovengenoemde analysegegevens. Geconcludeerd kon worden dat de sedimentologie aangevuld met statistische verwerking van gemeten bodemparameters een goed inzicht geeft in de opbouw van de bodem. Voorts is gebleken dat een puntwaarneming in de Nuenen-groep in vele gevallen niet representatief is over een afstand van slechts twintig meter.
    • Samenvattende conclusies van het project "Variaties in fysisch- chemische bodemkarakteristieken" uitgevoerd op een proeflocatie nabij Best

      Gerringa; L. (1985-08-31)
      De bodemgegevens, verkregen in het proefgebied nabij Best zijn sedimentologisch geinterpreteerd. Met behulp van statistische bewerking van de beschikbare gegevens kon de verdeling in sedimentaire eenheden worden bevestigd. Onderzoek naar de variatie in de permeabiliteit is gebeurd door middel van pompproeven. Hieruit bleek de permeabiliteit van maaiveld tot ca. 25 m-mv. toe te nemen van 1,3 m/dag tot ca. 7 m/dag. De samenstelling van het grondwater varieert nogal en is plaatselijk sterk verontreinigd door percolatiewater van mestvaalten.
    • Uitloogonderzoek aan een wegvak met slak van een AfvalVerbrandingsInstallatie als funderingsmateriaal in Roosendaal

      Aalbers; T.G.; Fokkert; L.; Beek; A.I.M. van de; (1986-10-31)
      Het uitlooggedrag van zware metalen uit een alternatief funderingsmateriaal (AVI-slakken) is vergeleken met dat van het vaak toegepaste natuurlijke materiaal Lavalith. Teneinde dit gedrag onder praktijkomstandigheden te onderzoeken zijn twee proefvakken aangelegd waarin beide wegfunderingsmaterialen zijn verwerkt. Het blijkt dat de pH van het water, dat gedurende het tweejarig praktijkonderzoek door de proefvakken percoleert, toeneemt en in belangrijke mate het uitlooggedrag van de onderzochte materialen (As, Cd, Co, Cr, Cu, Mo, Ni, Pb, Sb, V en Zn) bepaalt. M.u.v. Co (2.5%) uit het proefvak met AVI-slakken als funderingsmateriaal, zijn de cumulatieve uitloogpercentages van de metalen voor de beschouwde onderzoeksperiode minder dan 1% van het metaalgehalte dat aanwezig is in de vaste stof. De hoogst gemeten percolaatconcentraties van het proefvak met AVI- slakken zijn m.u.v. As en Cr hoger dan die van het proefvak met Lavalith.