• Inventarisatie radonblootstelling specifieke beroepsgroepen

      L Boudewijns; M van der Schaaf (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-12-10)
      In bijna alle gebouwen in Nederland zit radon in de lucht. Vergeleken met de meeste andere landen is de concentratie radon in Nederland laag, ook op werkplekken. Bij sommige beroepen kunnen werknemers op de werkplek blootstaan aan een concentratie radon die hoger is dan op de meeste werkplekken. Dat kan hoger zijn dan het ‘referentieniveau’ voor radon, al is de kans klein. Het RIVM heeft onderzocht in welke beroepsgroepen in Nederland werknemers mogelijk blootstaan aan hogere concentraties radon; vooral daar waar de concentratie hoger kan zijn dan het referentieniveau. De kans hierop is in het algemeen klein, maar blijkt hoger op werkplekken onder de grond, en op werkplekken waar met grondwater wordt gewerkt. Hier werken bijvoorbeeld archeologen en aardwetenschappers, medewerkers van drinkwaterzuiveringsinstallaties en van viskwekerijen. Andere werknemers die mogelijk blootstaan aan hogere concentraties radon zijn mensen die werken in een glastuinbouwkas waar het gewas met CO2 wordt bemest. Voor mensen die werken met bouwmaterialen waaruit radon vrijkomt, zoals gips, beton en marmer, lijkt het onwaarschijnlijk dat zij blootstaan aan radonconcentraties hoger dan het referentieniveau. Verschillende factoren bepalen het risico voor de gezondheid van een werknemer die aan een hogere concentratie radon blootstaat. Naast de radonconcentratie hangt het ervan af hoe lang een werknemer op zo'n werkplek is en of de ruimte wordt geventileerd. Dit noemen we de blootstelling. De precieze blootstelling van werknemers in deze beroepsgroepen is nog niet bekend. Het RIVM doet hier verder onderzoek naar. Radon is een radioactief edelgas dat van nature ontstaat in de bodem en in bouwmaterialen die daarvan zijn gemaakt. Van daaruit kan het vrijkomen in afgesloten ruimten. Radon verandert uit zichzelf in andere radioactieve stoffen. Deze stoffen kunnen gaan vastzitten aan stofdeeltjes in de lucht. Als mensen deze stofdeeltjes inademen, blijven ze achter in de longen. Dit vergroot de kans om longkanker te krijgen. Dit literatuuronderzoek is uitgevoerd op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW).