• Emissions of transboundary air pollutants in the Netherlands 1990-2011 : Netherlands Informative inventory report 2013

      Jimmink BA; ten Broeke HM; Coenen PWHG; Droge R; Geilenkirchen GP; Leekstra AJ; van der Maas CWM; te Molder RAB; Peek CJ; Vonk J; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMTNONetherlands Environmental Assessment Agency PBL, 2013-03-18)
      Emissies Nederland in 2010 onder plafonds De Nederlandse uitstoot van stikstofoxiden (NOx) is in 2011 zodanig afgenomen dat het voor het eerst kwam onder het maximum dat de Europese Unie daaraan voor 2010 heeft gesteld. Hiermee voldoet Nederland aan alle vier de zogeheten nationale emissieplafonds (NEC). Voor ammoniak, zwaveldioxide en niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) voldeed Nederland al in 2010 aan deze plafonds. Dit blijkt uit de toelichting van het RIVM op de Nederlandse emissiecijfers van grootschalige luchtverontreinigende stoffen, het Informative Inventory Report (IIR) 2013. Deze cijfers betreffen de uitstoot van zwaveldioxide, stikstofoxiden, NMVOS, koolmonoxide, ammoniak, fijn stof (PM10), zware metalen en persistente organische stoffen (POP's). De uitstoot van al deze stoffen is tussen 1990 en 2011 gedaald. Dit komt vooral door schonere auto's en brandstoffen en door emissiebeperkende maatregelen van industriële sectoren. Lagere uitstoot van schadelijke stoffen door oude personenauto's Door de jaren heen resulteren nieuwe methoden om de emissies te berekenen in nauwkeurigere uitkomsten. Zo blijkt onder andere uit dit verslagjaar dat de emissieberekening voor personenauto's in Nederland is verbeterd. Daaruit volgt dat de uitstoot van schadelijke stoffen door benzineauto's zonder katalysator lager is dan werd verondersteld. Dat komt vooral doordat deze auto's gemiddeld op jaarbasis minder kilometers rijden dan eerder werd gedacht. Het CBS heeft afgelopen jaar de gereden kilometers van personenauto's nauwkeuriger in beeld gebracht door ze specifieker dan voorheen uit te splitsen naar leeftijd en brandstoftype. Tussen 2005 en 2010 valt hierdoor de totale uitstoot van stikstofoxiden door personenauto's, zowel diesel als benzine, circa 15 procent lager uit dan vorig jaar was berekend. De uitstoot van NMVOS is dit jaar zelfs 25 procent lager berekend. Jonge dieselauto's vervuilender dan gedachtDe uitstoot van stikstofoxiden door zogeheten Euro-5 dieselauto's blijkt hoger dan eerder werd aangenomen; in 2010 circa 6 procent. De Euro-5 aanduiding verwijst naar de Europese wetgeving voor de uitstoot van schadelijke stoffen door personenauto's en bestelauto's. Volgens deze wetgeving zou de stikstofoxidenuitstoot door dieselauto's met 28 procent moeten dalen ten opzichte van de Euro-4-norm. Euro-5 personenauto's zijn in 2008 op de Nederlandse markt gekomen, waarna TNO in 2012 van enkele Euro-5 auto's de emissies heeft gemeten. Hieruit blijkt dat de uitstoot van stikstofoxiden flink hoger ligt dan de Europese emissienormen voor deze auto's; de mate waarin hangt af van het rijgedrag (optrekken en remmen in steden of doorrijden op de snelweg). Auto's blijken in de praktijk minder zuinig te rijden dan tijdens condities waaronder fabrikanten testen. De stikstofoxidenuitstoot van Euro-5 dieselauto's is daarmee gemiddeld zelfs hoger dan de norm voor Euro-4 auto's.
    • Emissions of transboundary air pollutants in the Netherlands 1990-2012 : Informative Inventory Report 2014

      Jimmink BA; ten Broeke HM; Coenen PWHG; Droge R; Dröge R; Geilenkirchen GP; Leekstra AJ; van der Maas CWM; te Molder RAB; Peek CJ; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNetherlands Environmental Assessment Agency PBL, 2014-04-01)
      Emissies Nederland blijven in 2012 onder nationale plafonds De uitstoot van stikstofoxiden (NOx), ammoniak, zwaveldioxide en niet-methaan vluchtige organische stoffen (NMVOS) is in 2012 in Nederland licht gedaald. Daarmee bleef de uitstoot onder de maxima die de Europese Unie daaraan sinds 2010 stelt. Nederland voldoet daardoor, net als in 2011, aan de vier 'nationale emissieplafonds' (NEC) voor deze stoffen. Dit blijkt uit de Nederlandse emissiecijfers van grootschalige luchtverontreinigende stoffen. Het RIVM verzamelt en analyseert deze cijfers. Behalve bovengenoemde stoffen gaat het om de uitstoot van koolmonoxide, fijn stof (PM10), zware metalen en persistente organische stoffen (POP's). De uitstoot van al deze stoffen is tussen 1990 en 2012 gedaald. Dit komt vooral door schonere auto's en brandstoffen en door emissiebeperkende maatregelen van industriële sectoren. Meer kilometers door bromfietsen Door de jaren heen zijn de methoden om de emissies te berekenen verbeterd, wat nu resulteert in nauwkeurigere cijfers. De emissies van bromfietsen en motorfietsen zijn afhankelijk van het aantal gereden kilometers per jaar en daar is nu beter inzicht in. Het totale aantal gereden kilometers door bromfietsen blijkt in de afgelopen jaren bijna twee keer zo hoog is als werd gedacht. Daarmee is de uitstoot van schadelijke stoffen navenant hoger. Ten opzichte van andere typ voertuigen blijven bromfietsen echter een relatief kleine emissiebron en dragen ze beperkt bij aan de totale nationale emissies. In steden zijn ze wel een relevante bron. Het aantal gereden kilometers door motorfietsen, en daarmee de uitstoot, blijft in lijn met eerdere inzichten. Vrachtauto's zwaarder beladen De uitstoot van schadelijke stoffen door vrachtauto's is voor het eerst berekend op basis van recente inzichten in het gewicht van vrachtauto's. Trekker-opleggers blijken zwaarder beladen dan tot nu toe werd verondersteld. Ook rijden vrachtauto's vaker met een aanhanger dan tot nu toe werd aangenomen, waardoor ze zwaarder zijn. Een hoger gewicht betekent een hoger brandstofverbruik, en veelal ook een hogere uitstoot per gereden kilometer. De uitstoot van PM10 door vrachtauto's is hierdoor circa 5 procent hoger dan in de vorige IIR-rapportage. Hogere emissies ammoniak De uitstoot van ammoniak blijkt hoger dan eerder werd verondersteld vanwege enkele nieuwe inzichten; de cijfers zijn hierdoor vanaf 1997 bijgesteld. Zo worden luchtwassers, die voornamelijk op varkensstallen zitten, niet altijd gebruikt. Ook is vanaf 2002 in melkveestallen het leefoppervlak per dier toegenomen. Door het grotere contactoppervlak van mest met lucht wordt meer ammoniak uitgestoten. Door de aangepaste aannames is het nationale totaal met 6,6 kiloton verhoogd ten opzichte van 2011.
    • Emissions of transboundary air pollutants in the Netherlands 1990-2013 : Informative Inventory Report 2015

      Jimmink BA; Coenen PWHG; Droge R; Geilenkirchen GP; Leekstra AJ; van der Maas CWM; te Molder RAB; Peek CJ; Vonk J; Wever D; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-03-16)
      Betere informatie over ammoniakemissies De berekende ammoniakemissies in Nederland blijven dalen. Wel blijkt voor de periode 1990-2013 dat de totale emissie van ammoniak hoger is dan eerder gerapporteerd. De ammoniakemissies kunnen dankzij betere waarnemingen nauwkeuriger worden berekend en een aantal nieuwe bronnen zijn toegevoegd. De emissies van stikstofoxiden, zwaveldioxiden en niet methaan vluchtige organische stoffen blijven licht dalen. RIVM verzamelt en rapporteert de emissiecijfers samen met partnerinstituten in het project Emissieregistratie. Nieuwe onderzoeksresultaten Op basis van nieuw onderzoek konden bepaalde emissiefactoren voor ammoniak nauwkeuriger worden berekend. Zo is geconstateerd dat er per varken meer ammoniak wordt uitgestoten dan eerder verondersteld. Daarnaast blijkt de mest die over het land wordt verspreid meer stikstof te bevatten, waardoor er meer ammoniak vrijkomt. Verder is berekend dat de bijdrage van wegverkeer aan de ammoniakuitstoot in Nederland hoger is dan eerder gerapporteerd. Eén van de bronnen die volgens internationale voorschriften (EMEP Guidebook 2013) nu is meegenomen in de berekeningen, is de uitstoot van ammoniak door gewassen terwijl ze rijpen ('gewasafrijping') en na de oogst ('gewasresten'). Hetzelfde geldt voor de ammoniak die vrijkomt bij het gebruik van compost (zoals van gft-afval) en het slib van rioolwaterzuiveringsinstallaties. Het RIVM verzamelt en analyseert de cijfers. Behalve bovengenoemde stoffen gaat het om de uitstoot van koolmonoxide, fijn stof, zware metalen en persistente organische stoffen. De uitstoot van al deze stoffen is tussen 1990 en 2013 gedaald. Dit komt vooral door schonere auto's en brandstoffen en door emissiebeperkende maatregelen in de industrie.
    • The Euro emission standards for cars and trucks in relation to NO2 limit value exceedances in the Netherlands

      Velders GJM; Wesseling J; Geilenkirchen GP; Ligterink NE; L&E; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMPBLTNO, 2013-12-18)
      Aantal overschrijdingen NO2-grenswaarde deels gevolg van tegenvallende verkeersemissies Sinds de jaren negentig van de vorige eeuw gelden zogeheten Euro-normen voor personenauto's en vrachtwagens om de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen te verminderen. Uit nationaal en internationaal onderzoek is gebleken dat de feitelijke emissie van stikstofoxiden (NOx) door verkeer minder daalt dan volgens de Euro-normen voor auto's werd verwacht. De grenswaarde voor stikstofdioxide (NO2) in de buitenlucht wordt in 2015 in Nederland volgens de huidige berekeningen op circa 150 locaties overschreden. Er zouden in 2015 vrijwel geen overschrijdingen zijn als de feitelijke uitlaatemissies van personenauto's en vrachtwagens zo sterk zouden zijn gedaald als volgens de Euro-normen de bedoeling was. De onzekerheid in de schatting van het aantal locaties is overigens groot omdat honderden locaties net onder of net boven de grenswaarde liggen. Dit onderzoek is uitgevoerd door het RIVM, het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) en TNO. De Euro-normen zijn belangrijke instrumenten in Europa om de concentraties stikstofdioxide onder de grenswaarde te brengen. Ze zijn door de jaren heen steeds strenger geworden. Om te controleren of de uitlaatgassen van auto's voldoen aan Euro emissie-eisen, worden ze onder laboratoriumomstandigheden getest. De afgelopen jaren is gebleken dat personenauto's en vrachtwagens rijdend op diesel in de praktijk meestal veel meer stikstofoxiden uitstoten dan op basis van de laboratoriumtests werd verwacht. Dit effect heeft ook invloed op de totale uitstoot van stikstofoxiden in Nederland. Volgens de verwachte emissies zou de totale stikstofoxidenuitstoot van het wegverkeer in 2015 in Nederland ongeveer 50 miljoen kilogram zijn. Op basis van de feitelijke emissies wordt dat getal 50 procent hoger geschat, ongeveer 74 miljoen kilogram.
    • Greenhouse gas emissions in The Netherlands 1990-2012 : National Inventory Report 2014

      Coenen PWHG; van der Maas CWM; Zijlema PJ; Arets EJMM; Baas K; van den Berghe ACWM; te Biesebeek JD; Nijkamp MM; van Huis EP; Geilenkirchen GP; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMNetherlands Organisation for Applied Scientific Research (TNO)Netherlands Enterprise AgencyStatistics Netherlands (CBS)Dutch Emissions Authority (NEa)PBL Netherlands Environmental Assessment AgencyAlterra Wageningen URRijkswaterstaat, 2014-06-01)
      In 2012 is de totale uitstoot van broeikasgassen van Nederland, zoals CO2, methaan en lachgas, met ongeveer 1,7 procent gedaald ten opzichte van 2011. Deze daling komt vooral door een lager brandstofgebruik in de energie- en transportsector. Dit lijkt een gevolg van de economische recessie, waardoor emissies door elektriciteitsproductie en het wegtransport in Nederland zijn afgenomen. Cijfers De totale broeikasgasemissie wordt uitgedrukt in CO2-equivalenten en bedraagt in 2012 191,7 teragram (megaton of miljard kilogram) . Ten opzichte van de uitstoot in het Kyoto-basisjaar (213,2 Tg CO2-equivalenten) is dit een afname van ongeveer 10 procent. Het basisjaar, dat afhankelijk van het broeikasgas 1990 of 1995 is, dient voor het Kyoto-protocol als referentie voor de uitstoot van broeikasgassen. De uitstoot van de overige broeikasgassen zoals lachgas en methaan is sinds het basisjaar met 51 procent afgenomen. De CO2-uitstoot daarentegen is in deze periode met 4 procent gestegen. Landen zijn voor het Kyoto-protocol verplicht om de totale uitstoot van broeikasgassen op twee manieren te rapporteren: met en zonder het soort landgebruik en de verandering daarin. Dit is namelijk van invloed op de uitstoot van broeikasgassen. Voorbeelden zijn natuurontwikkeling (dat CO2 bindt) of ontbossing (waardoor CO2 wordt uitgestoten). In bovengenoemde getallen zijn deze zogeheten LULUCF-emissies (Land Use, Land Use Change and Forestry) niet meegenomen. Overige onderdelen inventarisatie Het RIVM stelt jaarlijks op verzoek van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) de inventarisatie van broeikasgasemissies op. De inventarisatie bevat trendanalyses om ontwikkelingen in de uitstoot van broeikasgassen tussen 1990 en 2012 te verklaren, en een analyse van de onzekerheid in deze getallen. Ook is aangegeven welke bronnen het meest aan deze onzekerheid bijdragen. Daarnaast biedt de inventarisatie documentatie van de gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren. Met deze inventarisatie voldoet Nederland aan de nationale rapportageverplichtingen voor 2012 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC), van het Kyoto-Protocol en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie.
    • Greenhouse gas emissions in the Netherlands 1990-2013 : National Inventory Report 2015

      Coenen PWHG; van der Maas CWM; Zijlema PJ; Arets EJMM; Baas K; van den Berghe ACWM; Nijkamp MM; van Huis EP; Geilenkirchen G; Versluijs CW; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-03-31)
      In 2013 is de totale broeikasgasemissie van Nederland met ongeveer 0,2 procent gedaald ten opzichte van de emissie in 2012. Deze daling komt vooral door de afname van brandstofgebruik in de transportsector en de petrochemische industrie. De totale broeikasgasemissie in 2013 bedraagt 195,8 teragram (megaton of miljard kilogram) CO2 equivalenten. Ten opzichte van het basisjaar (221,1 Tg CO2 equivalenten) is dit een afname van ongeveer 11,5 procent. Beide getallen zijn exclusief de emissies afkomstig uit het soort landgebruik en de verandering daarin, zoals natuurontwikkeling of ontbossing (land use, land use change and forestry, LULUCF). Dit blijkt uit een inventarisatie van broeikasgasemissies die het RIVM op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) heeft opgesteld. Met deze inventarisatie voldoet Nederland aan de nationale rapportageverplichtingen voor 2015 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC)4 en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. De emissiecijfers zijn in absolute zin gewijzigd ten opzichte van eerdere rapportages omdat de nu gerapporteerde cijfers berekend zijn conform de nieuwste UNFCCC 2006 Guidelines. De inventarisatie bevat verder trendanalyses voor de emissies van broeikasgassen in de periode 1990-2013, een analyse van belangrijkste emissiebronnen (sleutelbronnen) evenals de onzekerheid in hun emissies. Daarnaast biedt de inventarisatie documentatie van de gebruikte berekeningsmethoden, databronnen en toegepaste emissiefactoren. Ten slotte bevat het een overzicht van het kwaliteitssysteem en de validatie van de emissiecijfers door de Nederlandse Emissieregistratie.
    • Greenhouse gas emissions in the Netherlands 1990-2014 : National Inventory Report 2016

      Coenen PWHG; van der Maas CWM; Zijlema PJ; Arets EJMM; Baas K; van den Berghe ACWM; Nijkamp MM; van Huis EP; Geilenkirchen G; Versluijs CW; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-07-01)
      In 2014 is de totale uitstoot van broeikasgassen van Nederland met ongeveer 4 procent gedaald ten opzichte van de emissie in 2013. Deze daling komt vooral doordat er als gevolg van de relatief warme winter minder brandstof is gebruikt. De totale emissie van broeikasgassen naar de lucht wordt uitgedrukt in CO2-equivalenten en bedroeg in 2014 187,1 miljard kilogram (megaton of teragram). Ten opzichte van het zogeheten Kyoto-basisjaar (223,8 miljard kilogram CO2-equivalenten) is dit een afname van ongeveer 16,4 procent. Dit basisjaar, dat afhankelijk van het broeikasgas 1990 of 1995 is, dient voor het Kyoto-protocol als referentie voor de uitstoot van broeikasgassen. De afname in de broeikasgasemissies wordt voor het grootste deel (78 procent) veroorzaakt doordat de emissies van methaan, distikstofoxide en gefluoreerde gassen (CH4, N2O en F-gassen) afnemen. De CO2-uitstoot is beduidend minder afgenomen (-3 procent ten opzichte van het basisjaar 1990). Dit blijkt uit een inventarisatie van broeikasgasemissies die het RIVM jaarlijks op verzoek van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) opstelt. Met deze inventarisatie voldoet Nederland aan de nationale rapportageverplichtingen voor 2016 van het Klimaatverdrag van de Verenigde Naties (UNFCCC), van het Kyoto Protocol en van het Bewakingsmechanisme Broeikasgassen van de Europese Unie. De emissiecijfers uit brandstoffen zijn in absolute zin gewijzigd ten opzichte van eerdere rapportages om de Nederlandse cijfers beter te laten aansluiten bij de internationale definities. De inventarisatie bevat verder trendanalyses voor de emissies van broeikasgassen in de periode 1990-2014, een analyse van belangrijkste emissiebronnen ('sleutelbronnen'), evenals de onzekerheid in hun emissies. Daarnaast zijn in de inventarisatie de gebruikte berekeningsmethoden beschreven, evenals databronnen en gebruikte emissiefactoren. Ten slotte bevat het een overzicht van het kwaliteitssysteem en de validatie van de emissiecijfers door de Nederlandse Emissieregistratie.
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2013

      Velders GJM; Aben JMM; Geilenkirchen GP; den Hollander HA; Jimmink BA; van der Swaluw E; de Vries WJ; Wesseling J; van Zanten MC; L&E; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2013-05-29)
      Nieuwe concentratie- en depositiekaarten voor NSL en PAS Het RIVM presenteert de nieuwste kaarten waarop de concentraties in de lucht van onder andere stikstofdioxide en fijn stof in Nederland staan weergegeven in 2012. Ook worden kaarten gepresenteerd van de mate waarin stikstof op de bodem neerslaat in dat jaar. Daarnaast zijn toekomstberekeningen gemaakt voor de periode 2015-2030. De kaarten worden gebruikt voor het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) waarmee ruimtelijke ordeningsplannen wettelijk worden getoetst. Hogere bijdragen aan concentraties vanuit het buitenland In de kaarten, gebaseerd op berekeningen en metingen, zijn de effecten meegenomen van de nieuwe verplichtingen voor landen om emissies te reduceren. Deze verplichtingen komen voort uit het herziene Gotenburg-protocol van de Verenigde Naties van mei 2012, waarin de maximaal toegestane emissies voor 2020 zijn vastgesteld. Deze waarden zijn hoger dan vorig jaar was verondersteld, waardoor de bijdrage aan de concentraties stikstofdioxide en fijn stof uit de landen die Nederland omringen hoger uitvallen dan eerder was geraamd. Als gevolg hiervan zijn de verwachte concentraties voor de luchtkwaliteit in Nederland in 2015 en 2020 hoger. Lagere concentraties in 2012, maar hogere inschatting voor 2015 De gemeten concentraties van stikstofdioxide (NO2) waren in 2012 lager dan in 2011. De daling in steden die voor 2015 is berekend, zal echter iets minder sterk zijn dan vorig jaar was geraamd. Een belangrijke oorzaak hiervoor zijn de hierboven genoemde nieuwe emissieverplichtingen. Verder zijn voor het eerst stikstofoxide-emissies uit mestopslag meegenomen in de totale uitstoot van stikstofoxide. Deze extra bron is meegenomen omdat er sinds 2012 een rapportageverplichting voor is aan de EU. Ook zijn de geraamde emissies van dieselpersonenauto's hoger. Uit nieuwe metingen blijkt namelijk dat de emissies van deze categorie auto's ongunstiger zijn dan verwacht. De concentratie fijn stof (PM10) laat dezelfde tendens zien: de gemeten concentraties in 2012 zijn lager dan in 2011, maar ook deze concentratie daalt naar verwachting de komende jaren minder sterk. Ook hier komt dat door de hogere toegestane emissies voor het buitenland. Op basis van de huidige inzichten is de kans groot dat het aantal locaties in Nederland waar mogelijk de grenswaarden voor stikstofdioxide en fijn stof worden overschreden, hoger is dan de inschattingen van vorig jaar in het NSL aangaven. Stikstofdepositie daalt naar verwachting meer De neerslag van stikstof op de bodem in Nederland tot 2030 laat het tegenovergestelde beeld zien: deze daalt sterker dan in 2012 was geschat. Dit komt omdat een nauwkeurigere berekeningsmethodiek van de ammoniakuitstoot lagere waarden berekent. Daarnaast is het effect ingecalculeerd van voorgenomen PAS-maatregelen om de ammoniakuitstoot vanuit stallen en bij het uitrijden van mest op het land te beperken.
    • Grootschalige concentratie- en depositiekaarten Nederland : Rapportage 2015

      Velders GJM; Aben JMM; Geilenkirchen GP; den Hollander HA; van der Swaluw E; de Vries WJ; van Zanten MC; L&E; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-09-14)
      Nieuwe concentratie- en depositiekaarten voor NSL en PAS: 2014 Het RIVM heeft op kaarten weergegeven wat in 2014 in Nederland de concentraties in de lucht waren van onder andere stikstofdioxide en fijn stof. Ook is aangegeven in welke mate stikstof op de bodem neerslaat. Daarnaast zijn toekomstberekeningen voor deze stoffen gemaakt voor de periode 2015-2030. De kaarten worden gebruikt om het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) en de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) te monitoren. Met deze programma's worden onder andere de effecten van ruimtelijke plannen getoetst. Stikstofdioxideconcentraties voor 2015 veelal lager De gemeten concentraties stikstofdioxide (NO2) waren in 2014 lager dan in 2013, waarschijnlijk als gevolg van lagere emissies. De concentraties die voor 2015 zijn berekend, zijn op de meeste locaties lager dan vorig jaar voor 2015 was geraamd. Op locaties nabij drukke rijkswegen zijn de concentraties wat hoger dan de raming van vorig jaar aangaf. De oorzaak hiervan zijn de hoger gemeten emissies van stikstofoxiden van dieselbestelauto's. Fijnstofconcentraties ook lager De gemeten concentraties PM10 en PM2,5 waren in 2014 lager dan in 2013. Ook de concentraties die voor 2015 zijn berekend, zijn op de meeste locaties lager dan vorig jaar was geraamd. De roetconcentraties dalen naar verwachting de komende jaren verder, onder andere doordat steeds meer dieselauto's een roetfilter hebben. Roet komt vrij bij allerlei verbrandingsprocessen en is een onderdeel van fijn stof. Roetconcentraties worden in beeld gebracht omdat ze mogelijk de lokale bijdrage van vooral verkeersemissies aan de gezondheidsrisico's van luchtluchtverontreiniging beter weergeven dan stikstofdioxide, PM10 en PM2,5. Verwachte neerslag van stikstof op de bodem daalt In lijn met eerdere ramingen daalt de hoeveelheid stikstof die op de bodem neerslaat naar verwachting de komende jaren. Wel zullen de maatregelen die vanaf 2015 vanwege de Programmatische Aanpak Stikstof (PAS) voor de landbouw zijn gepland om de neerslag van stikstof te verminderen, minder effect hebben dan de bedoeling was. De PAS is opgezet om economische groei mogelijk te maken en tegelijkertijd de neerslag van stikstof op natuurgebieden te laten afnemen, conform de doelen van Europees natuurbeleid. Minder stikstof op de bodem is een voorwaarde voor het behoud van de natuur.
    • Informative Inventory Report 2016 : Emissions of transboundary air pollutants in the Netherlands 1990-2014

      Jimmink BA; Coenen PWHG; Dröge R; Geilenkirchen GP; Leekstra AJ; van der Maas CWM; te Molder RAB; Oude Voshaar SV; Peek CJ; Wever D; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-04-22)
      Toename ammoniakemissies In 2014 steeg de ammoniakemissie. Ondanks de daling in de voorgaande jaren blijft de ammoniak emissie nog steeds boven het plafond dat de Europese Unie hieraan sinds 2010 stelt. De twee belangrijkste oorzaken voor de stijging zijn de groei van de melkveestapel en de veranderde voedselsamenstelling voor het vee. De emissies van stikstofoxiden, zwaveldioxiden en niet-methaan vluchtige organische stoffen blijven licht dalen. Voor deze stoffen voldoet Nederland aan de gestelde plafonds. Dit blijkt uit het Informative Inventory Report (IIR) 2016. Hierin verzamelt, analyseert en rapporteert het RIVM de emissiecijfers met partnerinstituten. Behalve bovengenoemde stoffen gaat het om de uitstoot van koolmonoxide, fijn stof, zware metalen en persistente organische stoffen. De uitstoot van de meeste van deze stoffen is tussen 1990 en 2014 gedaald. Dit komt vooral door schonere auto's en brandstoffen en door emissiebeperkende maatregelen in de industrie. Bijstellingen landbouw De ammoniakemissie steeg in 2014 met 3,4 kiloton ten opzichte van 2013 tot een nationaal totaal van 133,8 kiloton. Deze stijging is gedeeltelijk veroorzaakt door de veranderde voedselsamenstelling voor het vee. Het kuilgras dat in 2014 is gevoerd zorgde voor een hogere ammoniakproductie per dier. In combinatie met een stijging van het aantal koeien steeg de totale ammoniak uitstoot. Door nieuwe wetenschappelijke inzichten over mestaanwendingstechnieken is de ammoniak emissiereeks met terugwerkende kracht vanaf 2008 ongeveer 3 kiloton omlaag bijgesteld. Daartegenover staat dat de emissiefactor bij beweiding is verhoogd, waardoor er circa 0,5 kiloton meer ammoniak per jaar vrijkomt. Bijstellingen verkeer Bij de uitstoot van stikstofoxiden door verkeer vallen een aantal zaken op. De emissie van bestelauto's is nu gemeten en blijkt hoger dan voorheen berekend. De emissie van wegverkeer die op basis van de brandstofverkoop voor dieselauto's wordt bepaald, is in 2014 relatief harder gedaald (8 procent ten opzichte 2013) dan die op basis van verbruikte brandstof (1,6 procent). Deze cijfers zijn toegevoegd om een internationale vergelijking mogelijk te maken. De bijdrage van mobiele werktuigen in havens aan het nationale totaal stikstofoxiden, die als nieuwe emissiebron is toegevoegd, is 1,2 procent.
    • Methodology report on the calculation of emissions to air from the sectors Energy, Industry and Waste, as used by the Dutch Pollutant Release and Transfer Register

      Dröge R; Peek CJ; Montfoort JA; van der Maas CWM; Guis B; Baas C; van Hunnik OR; van den Berghe ACWM; L&E; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-09-27)
      In deze technische rapportage staat de methoden beschreven waarmee de Nederlandse Emissieregistratie de uitstoot van verontreinigende stoffen naar de lucht berekent vanuit de sectoren Industrie, Energieopwekking en Afvalverwerking. Dit om de uitstoot in internationaal verband goed onderbouwd te rapporteren, in het kader van bijvoorbeeld het Kyoto-protocol en de EU Emissieplafonds (NEC). Doelgroep voor deze rapportage zijn de (internationale) reviewers die de Nederlandse rapportages aan de EU en VN valideren.
    • Monitoringsysteem luchtkwaliteit in perspectief : Achtergrondrapport

      van Alphen A; Pot JWGA; L&E; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-06-14)
      Nederland is wettelijk verplicht om de luchtkwaliteit te monitoren. Na interne en externe toetsing van de luchtkwaliteitsmonitoring blijkt de huidige werkwijze waarmee het RIVM de luchtkwaliteit meet en berekent, effectief en efficiënt. Wel is vanwege nieuwe technologische en maatschappelijke ontwikkelingen de tijd rijp om enkele vernieuwingen door te voeren. Een andere aanleiding is de komst van de Omgevingswet, waarvoor de manier van monitoren nog in wet- en regelgeving moet worden vastgelegd. Technologische ontwikkelingen maken het mogelijk om in de toekomst slimme en goedkopere sensoren in te zetten voor metingen. Daarnaast stimuleren deze ontwikkelingen lokale overheden en burgers om zelf aanvullende meetinformatie te kunnen geven, zodat een grootschalig meetnetwerk kan worden gerealiseerd. Gecombineerd met verbeterde rekenmethoden kan dit de monitoringsystematiek van de luchtkwaliteit in Nederland vernieuwen. Het is hierbij van belang dat aantoonbaar hetzelfde betrouwbare kwaliteitsniveau wordt behaald als bij de huidige manier van monitoren. De huidige monitoring van de luchtkwaliteit bestaat uit een systeem waarmee de luchtkwaliteit wordt gemeten en berekend. Daarnaast worden de emissies van vervuilende stoffen geregistreerd. Hiermee wordt een gedetailleerd beeld verkregen van de luchtkwaliteit in Nederland. De resultaten worden gebruikt voor vele nationale en internationale rapportages. Naast de wettelijke verplichting blijft gezondheid een belangrijke reden om de luchtkwaliteit te monitoren, ondanks de dalende concentraties van vervuilende stoffen in de afgelopen decennia. De gezondheidseffecten van bijvoorbeeld fijnstof en stikstof doen zich namelijk ook voor als de concentraties onder de normen zitten.