• De bepaling van aromatische amines in grond- en sedimentmonsters

      Korte; G.A.L.de; Marsman; J.A.; Wegman; R.C.C. (1984-04-10)
      Voor de bepaling van aromatische amines zoals chlooranilines, dichlooranilines, 2,4,5-trichlooraniline en methylanilines in grond- en sedimentmonsters werd een gaschromatografische methode ontwikkeld. De methode bestaat uit een gecombineerde basische hydrolyse- en extractieprocedure in een zgn. Bleidnerapparaat gevolgd door een bromering. De gebromeerde aromatische amines werden vervolgens met een gaschromatograaf met capillair kolom en elektroneninvang-detector bepaald. De grens van aantoonbaarheid ligt op het 1-2 mug kg-1 niveau berekend op droge stof-basis. Teneinde de praktische bruikbaarheid van de methode te testen werden een aantal sediment- en zwevend slibmonsters afkomstig uit het Nederlandse oppervlaktewater onderzocht. De concentraties in het zwevend slib waren in het algemeen belangrijk hoger dan die in het sediment.
    • Betekenis en gebruik van referentiekaders, concentratiemetingen en stofeigenschappen bij de beoordeling van bodemverontreinigingsgevallen

      Verweij; G.C.G.*; Luijten; J.A. (1984-10-23)
      Ingegaan is op de totstandkoming en onderbouwing van een door DGMH opgestelde tabel met toetsingswaarden voor concentraties van chemische verontreinigingen in de bodem. Hierbij zijn bestaande toetsingskaders voor toxische stoffen in de verschillende milieucompartimenten betrokken, evenals een modelmatige benaderingswijze voor het aangeven van (on)aanvaardbare verontreinigingsconcentraties. Voor benzeen, benzo(a)pyreen, lindaan, trichlooretheen en cadmium is de blootstelling via verschillende opname-routes vergeleken met de mogelijke additionele expositie via de opname van verontreinigde bodem. Het rapport draagt suggesties aan tot wijziging en aanvulling van gehanteerde toetsingswaarden voor de onderzochte stoffen, vooral ingegeven door bestaande richtlijnen.
    • Ringonderzoek bepaling residu-gehalte trichlooretheen en tetrachlooretheen in gereinigde grond uit de gemeente Oss

      Slingerland; P.; Luijten; J.A. (1986-01-31)
      In deze ringtest werden 5 bodemmonsters onderzocht, afkomstig uit een grondwal met gereinigde grond van het terrein Boschpoort in Oss. Voor tri- en tetrachlooretheen werden gemiddelde gehalten gevonden van resp. 1,6 (+ 1) en 2,4 (+ 2) mg/kg droge grond. De verschillen in analyse resultaat tussen de 9 deelnemende laboratoria zijn voornamelijk terug te voeren op de isolatietechniek, voorafgaande aan de gaschromatografische bepaling. Bij de gasextractie is er een duidelijk verband tussen de opbrengst enerzijds en temperatuur en doorgeleid gasvolume anderzijds. Het beste resultaat is verkregen door extractie met zwavelkoolstof of methanol. De restgehalten aan tri- en tetrachlooretheen per grondmonster blijken consistent methode afhankelijk te zijn, hetgeen duidt op een goede homogeniteit per in behandeling genomen monster, maar heterogeniteit tussen de afzonderlijk onttrokken monsters. Een representatief mengmonster zal uit minimaal 24 submonsters moeten bestaan.