• Grondwatermeetnetten en databestanden. verslag van een workshop

      Duijvenbooden; W. van; Kooyman; J.*; Peeters; A.A.; Rolf; H.L.M.* (1986-09-15)
      Het rapport bevat verslag, conclusies en aanbevelingen, alsmede een hoeveelheid basisinformatie van een workshop over grondwatermeetnetten en databestanden. Aanbevolen wordt te komen tot inrichting van provinciale kwaliteitsnetwerken. Gestreefd dient te worden naar integratie van kwaliteits- en grondwaterstands netwerken. Inrichting van provinciale netwerken is een provinciale taak. Landelijke uniformering is evenwel noodzakelijk. Op korte termijn zijn landelijke richtlijnen nodig m.b.t. de inrichting van netwerken. Overleg is nodig over het financieringsprobleem en voor onderlinge afstemming. Een bruikbaarheidsclassificatie van bestaande grondwaterstandsmeetpunten voor kwaliteitsonderzoek is noodzakelijk.
    • Immuunstatus met betrekking tot tetanus bij vrouwen van 21 t/m 24 jaar. I Tetanus

      Hagenaars; A.M.; Veer; M.van der; Hannik; C.A.; Waerdt; W.J.van de; Nagel; J.; et al. (1985-10-31)
      In sera van 344 vrouwen, van wie de vaccinatie-status grotendeels bekend was, werd het niveau van de tetanus-antistoffen m.b.t. de ELISA bepaald. De vrouwen varieerden in leeftijd tussen 21 en 24 jaar, d.w.z. de tijd verlopen sinds de laatste vaccinatie bedroeg 13-16 jaar. Een goede overeenstemming tussen de resultaten van de beide bepalingsmethoden (ELISA en TNR) werd gevonden, ook voor sera met een laag antistofniveau. De resultaten tonen aan dat bij volledig geimmuniseerde personen de gemeten antistofniveau's meer afhangen van de periode verlopen na de laatste vaccinatie dan van het totaal aantal vaccinaties dat werd toegediend. Berekend kan worden dat 15 jaar na de laatste vaccinatie nog slechts gemiddeld ongeveer 1% van het oorspronkelijke niveau aanwezig zal zijn. Negen v.d. 344 vrouwen bleken een antistoftiter te hebben die lager was dan 0,1 EE/ml. Vijf van deze vrouwen werden opnieuw geimmuniseerd; zij vertoonden duidelijk een zgn. boosterreactie, als bewijs voor het aanwezig zijn van een latente immuniteit.
    • Een vergelijking van vier methoden van onderzoek voor het bepalen van nitraat in groenten

      Ellen; G.; Egmond; E.; Japenga; J.* (1985-09-30)
      Vier methoden van onderzoek voor het bepalen van nitraat werden met elkaar vergeleken, nl. de zgn. cadmium-reductie methode (A), een methode waarbij gebruik wordt gemaakt van een ion-selectieve nitraat elektrode (B) ; een methode waarbij nitraat in zwavelzuur milieu wordt gekoppeld aan 2-sec.-butylfenol, gevolgd door spectrofotometrische meting (C) en een methode gebaseerd op HPLC met UV-detectie (D). Vanwege de algemeen erkende betrouwbaarheid ervan werd meth.(A) in dit onderzoek beschouwd als referentie methode. Als materiaal voor het vergelijkende onderzoek werden 12 monsters gevriesdroogde bladgroenten gebruikt. De resultaten verkregen met meth.B weken het sterkst af van die van de ref.methode nl. gem. 22,0%, uiterste waarden -65,9 en +48,0%. De resultaten van meth.D sloten het best aan bij die van de ref.methode, gem. verschil 5,4% uiterste waarden -22,7 en +10,3%. Geconcludeerd wordt dat de HPLC-methode (D) een bruikbaar en aantrekkelijk alternatief vormt voor de referentiemethode.
    • De verspreiding van arseen in het grondwater in zuidelijk Noord-Brabant

      Flink; J.* (1985-12-31)
      In zuidelijk Noord-Brabant en de noordelijke Kempen heeft men op diepte varierend van 40 tot meer dan 300 m verhoogde arseen gehalten in het grondwater aangetroffen. Uit literatuuronderzoek en bestudering van de beschikbare wateranalyses komt als meest aannemelijk naar voren, dat het As gebonden is in (complexe) arsenaten in fosfaathoudende mineralen en/of aan ijzerhydroxide. Het oplossen van deze mineralen geschiedt onder zure en vooral reducerende omstandigheden. Hieraan wordt voldaan o.m. langs de grondwaterscheiding in de noordelijke Kempen. Vanuit Belgie wordt het As Nederland binnengevoerd.