• Nationaal plan tuberculosebestrijding, Update 2021-2025. Tuberculosebestrijding en infectieziektebestrijding: samen sterker

      G de Vries; J van den Boogaard; C Schenk (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2021-12-03)
      Sinds 2011 verschijnt elke vijf jaar een Nationaal plan tuberculosebestrijding. Het RIVM heeft het plan samen met organisaties in de tuberculosebestrijding geactualiseerd voor de periode 2021-2025. Tussen 2016 en 2020 daalde het aantal mensen met tuberculose in Nederland met 25 procent. Ondanks deze daling blijft het belangrijk om de ziekte in Nederland goed te blijven bestrijden. De update 2021-2025 beschrijft drie doelen. Het eerste is het streven dat het aantal mensen met tuberculose de komende vijf jaar weer met 25 procent daalt. Het tweede doel is om ook het aantal mensen dat in deze periode ge?nfecteerd raakt met de tuberculosebacterie in Nederland met 25 procent te verminderen. Het derde doel is minimaal 90 procent van de tuberculosepati?nten te genezen. Om dit te bereiken zijn 20 doelstellingen bepaald, zoals periodieke evaluatie van screeningen. Mensen uit de meeste landen in Afrika en Azi? worden getest (gescreend) op tuberculose als ze in Nederland aankomen. Sinds 2017 is de screening van immigranten onder de 18 jaar veranderd om de kans te verkleinen dat ze later alsnog tuberculose krijgen. Zij krijgen geen longfoto meer, maar een huid- of bloedtest om te kijken of ze zijn ge?nfecteerd met de tuberculosebacterie. Mensen met een tuberculose-infectie zijn niet ziek en krijgen een behandeling aangeboden om te voorkomen dat ze ziek worden. Vanaf 2022 wordt deze werkwijze uitgebreid naar asielzoekers onder de 12 jaar. Door het gedaalde aantal pati?nten is de uitvoering en kwaliteit van de tuberculosebestrijding in GGD-regio’s onder druk komen te staan. Om de kwaliteit te waarborgen gaan de GGD’en de zorgverlening organiseren in aansluiting op de lokale omstandigheden. Verder zijn bepaalde landelijke taken, zoals richtlijnen opstellen, overgedragen naar het RIVM. Het ministerie van VWS, het RIVM en stakeholders gaan voortaan elk jaar de voortgang van het plan in een landelijk platform bespreken.