• Een indicatorsysteem voor natuurlijke zuivering in oppervlaktewater

      Ietswaart Th; Breure AM; LWD; ECO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-06-18)
      One important aspect of environmental quality is the functioning of ecosystems. It concerns the biogeochemical cycles, such as the carbon cycle and the nitrogen cycle, and biological purification of ecosystems. These functions, regulation functions or life support functions (LSF), are largely performed by organisms: plants, animals and bacteria. From this point of view biodiversity, the occurrence of organisms in a sufficient abundance and diversity that LSF can be performed on a sufficient level, is a point of interest of environmental policy. To substantiate the environmental policy in this field it was assigned to investigate the possibilities to develop an indicator system for several LSF, to quantify the function in relation to the biodiversity. In this report we describe the results of a survey of the possibilities to develop an indicator for the self-cleaning capacity of surface water, based on a description of the processes such as the carbon cycle and the degradation of organic micropollutants such as polycyclic aromatic hydrocarbons and chlorinated compounds; the nitrogen cycle with nitrification and denitrification; the sulfur cycle; the phosphorous cycle; the immobilization of heavy metals and the physical transport of pollutants in mowing, water-flow, dredging, and sedimentation. An extensive literature review that was performed to substantiate the choice of the indicative variables is published separately in RIVM report 607605002.
    • Een indicatorsysteem voor natuurlijke zuivering van oppervlaktewater. Achtergrondrapport

      Ietswaart Th; Breure AM; Hersbach L; Verhoeven JTA; Portielje R; Boers PCM; Admiraal W; Leslie H; Dankers N; Brinkman B; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-06-18)
      This report contains the literature reviews that have been performed as the basis for a proposal for an indicator system for the life support function 'natural purification of surface waters'. The proposal for the indicator system is given in RIVM report 607605001.
    • Effecten van eutrofiering en hydrologische omstandigheden op fytoplankton in de Maas ; consequenties voor de drinkwaterbereiding

      Ietswaart Th; Dijk GM van; LWD (Samenwerkende Rijn- en Maaswaterleidingbedrijven RIWAAmsterdam, 1996-07-31)
      Bij de productie van drinkwater uit oppervlaktewater kunnen algen problemen opleveren. Cyanobacterien kunnen geur- en smaakstoffen en toxines produceren en dringen soms door tot in het halffabrikaat of eindproduct. Kolonievormende kiezel- en groenwieren kunnen van zandfilters verstoppen. Deze problemen treden soms op bij de zuivering van Maaswater. Een aantal potentiele probleemalgensoorten komt voor in de Maas, zoals ketenvormende kiezelwieren die van nature voorkomen, en groen- en blauwwieren die toenemen in geeutrofieerde en gestuwde rivieren, zoals de Maas. Trendanalyse van de soortensamenstelling sinds de jaren '50 wijst op een langzame toename van groen- en blauwwieren. Over de laatste acht jaar is geen duidelijke trend te zien, op enkele extreme cyanobacteriebloeien door warme zomers na. Wel zijn er effecten gevonden van de waterkwaliteit en de hydrologische toestand op de soortensamenstelling van het fyto- en zooplankton in de Maas. In wateren die gevoed worden met Maaswater, zoals de Andelse Maas en de spaarbekkens in de Biesbosch, is het aantal potentiele probleemsoorten veel hoger. Dit wordt hoogst waarschijnlijk veroorzaakt door het stagnerende karakter van het water in die bekkens. Aangezien bijna alle innamepunten van waterleidingbedrijven in dergelijke wateren liggen, is het fytoplankton in die wateren een punt van aandacht.
    • Een indicatorsysteem voor natuurlijke zuivering in oppervlaktewater

      Ietswaart Th; Breure AM; LWD; ECO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-06-18)
      Een belangrijk aspect m.b.t. milieukwaliteit is het functioneren van ecosystemen. Het gaat hierbij over het verloop van de biogeochemische cycli, zoals de koolstof- en stikstofcyclus, en de biologische zuivering van ecosystemen. Deze functies, regulatiefuncties of life support functies (LSF), worden grotendeels uitgevoerd door organismen: planten, dieren en bacterien. Vanuit deze invalshoek is biodiversiteit, het voorkomen van organismen in een voldoende hoge diversiteit en aantallen dat de LSF blijvend kunnen worden uitgevoerd op een voldoende niveau, een aandachtspunt van de milieupolitiek. Om deze politiek te onderbouwen is opdracht gegeven een indicatorsysteem voor te stellen voor een aantal LSF. In dit rapport geven we de resultaten van een onderzoek naar de mogelijkheid om een indicatorsysteem op te zetten voor het zelfreinigend vermogen van oppervlaktewater, gebaseerd op een beschrijving van de processen zoals de koolstofcyclus, en de afbraak van organische microverontreinigingen zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen, en gechloreerde verbindingen, de stikstofcyclus met nitrificatie en denitrificatie, de zwavel en fosfaat cycli, de immobilisatie van zware metalen en het fysische transport van verontreinigingen door maaien, baggeren en sedimentatie. Een uitgebreid literatuuronderzoek dat is uitgevoerd om de verschillende processen in beeld te brengen wordt separaat uitgebracht in RIVM rapport 607605002.<br>
    • Een indicatorsysteem voor natuurlijke zuivering van oppervlaktewater. Achtergrondrapport

      Ietswaart Th; Breure AM; Hersbach L; Verhoeven JTA; Portielje R; Boers PCM; Admiraal W; Leslie H; Dankers N; Brinkman B; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-06-18)
      In dit rapport zijn een aantal literatuurstudies weergegeven, die als achtergrond gediend hebben bij het voorstel van een graadmeter voor de regulatie functie (life support functie) 'zelfreinigend vermogen van oppervlaktewater'. Het voorstel voor deze indicator is weergegeven in RIVM rapport 607605001<br>
    • Veldonderzoek naar planktongradienten in een kribvak en strang van de rivier de Waal

      Abbink Spaink AP; Ietswaart Th; LWD (1996-11-30)
      De studie is uitgevoerd in een deel van de zomer in 1995. Doel was meer inzicht te krijgen over de variatie in dichtheden en ruimtelijke verdeling van fyto- en zooplankton in aquatische systemen die grenzen aan een rivier. Zowel een hoge monstername-frequentie (tweemaal per week en soms driemaal daags) als fysisch/chemische- en planktonanalyses van de monsters hebben geresulteerd in een dataset waaruit onder andere is gebleken dat water tussen kribvak en hoofdstroom niet verschilt. Tussen strang en rivier zijn echter wel verschillen gevonden. Gradienten in samenstellingen en hoeveelheden van het plankton, concentraties van nutrienten en doorzicht doen vermoeden dat er een aanzienlijk hogere productie en grotere dynamiek plaatsvindt in de strang. De gradienten van sommige diatomeeen duiden wellicht op een sedimentatiezone in de strang, en het voorkomen van grote dichtheden crustaceeen en de groenalg Pandorina morum duiden op een hoge retentie achterin de strang. Nagegaan werd in hoeverre deze systemen een ent voor het plankton in de rivier kunnen vormen.