• DIMITRI 1.0: Beschrijving en toepassing van een dynamisch input-output model

      Wilting HC; Blom WF; Thomas R; Idenburg AM; LAE (2001-05-10)
      Deze rapportage beschrijft de structuur en mogelijkheden van het dynamisch input-output model DIMITRI (Dynamic Input-output Model to study the Impacts of Technology Related Innovations). Het model is ontwikkeld in het kader van het project Milieu en Economie om vragen rond relaties tussen economische parameters, technologie en milieu te kunnen beantwoorden. DIMITRI is een meso-economisch model (op het niveau van productiesectoren) en richt zich zowel op productie en daaraan gerelateerde milieudruk in Nederland als op productie ten behoeve van de inwoners van Nederland (die ook gedeeltelijk in het buitenland plaats vindt). De geinstalleerde technologie in een productiesector wordt, zoals gebruikelijk in input-output tabellen, beschreven aan de hand van alle inputs van die sector, zoals energie, materialen, kapitaal en arbeid. Het rapport bevat zowel een globale beschrijving van het model als een uitgebreide formele beschrijving. Daarnaast wordt een overzicht gegeven van de gegevens die nodig zijn voor het model zowel voor het basisjaar als voor scenario's. Het model is gevalideerd door voor een historische periode de berekende productie te vergelijken met gerealiseerde gegevens. Daarnaast is voor het jaar 1995 het berekende energiegebruik als gevolg van de consumptie van Nederlanders vergeleken met de uitkomsten van een ander model. De geconstateerde verschillen blijken voor een groot deel te verklaren. Het model rekent op basis van scenario's betreffende ontwikkelingen in vraag en technologie per sector. De vraag betreft de consumptie van de inwoners van Nederland en de exporten van Nederland. Technologische veranderingen worden in het model gebracht door per productiesector de verzameling inputs te wijzigen. Aan de hand van drie scenario's worden de mogelijkheden en toepassing van DIMITRI geillustreerd. Tenslotte wordt bij de evaluatie ingegaan op het mogelijke belang van DIMITRI in relatie tot andere modellen (en omgekeerd) en een aantal verbeterpunten.
    • DIMITRI 1.0: Beschrijving en toepassing van een dynamisch input-output model

      Wilting HC; Blom WF; Thomas R; Idenburg AM; LAE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-05-10)
      DIMITRI, the Dynamic Input-Output Model to study the Impacts of Technology Related Innovations, was developed in the framework of the RIVM Environment and Economy project to answer questions about interrelationships between economy, technology and the environment. DIMITRI, a meso-economic model, operates at the level of production sectors, focusing on production and related environmental pressure in the Netherlands, and for the Dutch population. Production for the Dutch population takes place partly outside the national borders of the Netherlands. Technology installed in the production sectors is described here, as usual, in input-output tables, using inputs like energy, materials, capital and labour per sector. This dynamic input-output model is described both in general and mathematical terms; the structure is also outlined and possibilities for use presented. Data required for the model in the base year and scenarios are described. The comparison of production calculated with the model to actual production figures from statistics ensures validation of the model for a historical period. The calculated energy use related to Dutch consumption is also compared to the outcomes of a hybrid energy analysis model for the base year. Most of the differences observed were found to be explainable. DIMITRI can explore the future by using scenarios on demand and technological developments. Demand refers to consumption of the population and national exports. Technological changes can be implemented by changing the set of inputs for each production sector. Three scenarios concerning changes in demand, energy-efficiency, and production structure have been developed to illustrate DIMITRI's application and further possibilities. Finally, the model was evaluated and possible applications discussed in relation to other RIVM models.
    • Doorbraaktechnologieen en het milieu. Achtergrondinformatie bij de Vijfde Milieuverkenning

      Idenburg AM; Nagelhout D; LAE (2001-06-18)
      Ontwikkelingen in doorbraaktechnologieen als informatie- en communicatietechnologie, biotechnologie, nanotechnologie en materiaaltechnologie hebben een belangrijke invloed op het aanzien van de wereld in 2050. In combinatie met elkaar bieden zij nog nauwelijks voorzienbare mogelijkheden. De doorbraaktechnologieen zijn daarmee ook van groot belang voor de kwaliteit van het milieu. Welke invloed dat zal zijn is echter veel minder eenvoedig te voorspellen. Veel van de technologieen bieden mogelijkheden voor verbeteringen van het milieu. Te denken valt bijvoorbeeld aan een lager energiegebruik, minder emissies en minder ruimtebeslag. Het effect op het milieu hangt mede af van het verloop van volume-ontwikkelingen als gevolg van een toenemende welvaart. Ook zijn er risico's verbonden aan nieuwe technologieen, effecten die nu nog nauwelijks of niet in te schatten zijn. Deze risico's spelen al een belangrijke rol in de discussie omtrent biotechnologie, maar zijn ook aanwezig bij andere technologieen. Daarnaast zijn ethische aspecten van (toepassingen van) doorbraatechnologieen in het geding. In het overbruggen van de kloof tussen onderzoek en toepassing kan de overheid een rol spelen door the stellen van regels, door onderwijs beleid en als klant van nieuwe toepassingen.
    • Doorbraaktechnologieen en het milieu. Achtergrondinformatie bij de Vijfde Milieuverkenning

      Idenburg AM; Nagelhout D; LAE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-06-18)
      Developments in pioneering technologies like information and communication technology, biotechnology, nanaotechnology and materials technology, will affect our society to a great extent in the next fifty years, and for this reason, are very important to the quality of the environment. With this in mind a study was undertaken within the framework of the fifth National Environmental Outlook. How our environment will be changed remains to be seen. Many of the technologies offer possibilities for improvement, like less use of energy, lower emissions and less use of space. To what extent depend on changes in volumes related to increasing welfare. There are also risks associated with new technologies because of effects that are hardly predictable or not predictable at all. These risks, which play an important role in the discussion on biotechnology, also exist in other technologies. Ethical aspects of (applying) pioneering technologies are at issue too. Governments can play an important role in bridging the gap between research and applications, by issuing regulations, (higher) education policy and client of new applications.
    • Een historische beleidsanalyse van effecten van het milieubeleid

      Harmelink MGM; Idenburg AM; Hoek D; Peek CJ; Albers RAW; Meeder TA; LAE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1995-10-31)
      In september 1995 heeft het RIVM de Milieubalans '95 uitgebracht. Deze geeft een beschrijving van de milieukwaliteit, die onder andere het resultaat is van eerder gerealiseerd milieubeleid. In de Milieubalans '95 is aangegeven hoe emissies van NOx, SO2 en lood naar lucht over de periode 1980-1994 zijn beinvloed door ontwikkelingen in de brandstofinzet, de energie-intensiteit en het (milieu)beleid. Daarbij is een methodiek gebruikt om de effecten en kosten van de verschillende ontwikkelingen te kwantificeren. Dit rapport beschrijft deze methodiek en geeft een uitwerking van de methodiek met een analyse van het emissieverloop voor bovengenoemde stoffen. De studie is erop gericht te komen tot een algemeen toepasbare methodiek die het effect van de verschillende ontwikkelingen op het emissieverloop kwantificeert. Bij de historische beleidsanalyse gaat het daarbij met name om het kwantificeren van de effecten en kosten van (milieu)beleid, naast de effecten van niet door het beleid gestuurde autonome ontwikkelingen. Uit ervaringen opgedaan bij de analyse naar het emissieverloop van NOx, SO2 en lood, blijkt dat de methodiek een heldere en gestructureerde aanpak biedt om de oorzaak van veranderingen in emissies en kosten te bepalen. Binnen de methodiek is gekozen voor een vaste volgorde om effecten van de ontwikkelingen te bepalen, een eventuele andere keuze is hier denkbaar.<br>
    • Leefomgevingsbalans, voorzet voor vorm en inhoud

      Slooff W; Idenburg AM; Ros JPM; Brink BJE ten; Braat LC; Esch SA van; Nijs ACM de; Niet R de; MNV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1998-04-30)
      A future policy instrument for assessing the consequences of changes (already made) to the physical environment can be found in the instrument known as the human environmental balance. By taking all relevant aspects into account when using this instrument, present and future serious defects along with necessary areas of focus will become clear. In this way, the balance will fulfil an important evaluative and indicative function, serving as an integral conceptual framework to find out what investments to make and where they should be made. This report describes a survey, representing an initial step on the road to a balanced physical environment, charting further work along the way. It is also meant to stimulate a broad debate on how to audit this physical environment and what to study. The concept of the physical environment is defined as consisting of (stocks of) various objects in a certain (spatial) arrangement. These objects are evaluated from three perspectives: ecological, economic and social/psychological. The first two perspectives focus on long-term issues on sustainability. In the third perspective the central theme is the perception of the environment by humans themselves; here, we are concerned about short-term issues on the sub-national (local) level. The 1970-1995 draft balance also saw its first elaboration in this report.
    • Ontkoppeling Milieu en Economie de noodzaak van een toename van de eco-efficientie?

      Hofkes MW; Idenburg AM; Verbruggen H; VU/IVM; LAE; VU/IVM (Vrije Universiteit VU, 1998-11-02)
      De begrippen factor 4 en eco-efficientie worden geanalyseerd aan de hand van drie vragen die er op gericht zijn de beleidsrelevantie van deze begrippen te verhelderen. Deze drie vragen zijn: wat is factor 4? is een factor 4 haalbaar? wat betekent factor 4 voor het beleid? Met factor 4 wordt bedoeld: verdubbeling van de welvaart bij een gelijktijdige halvering van de milieudruk. In plaats van een afname van de milieudruk per eenheid product of per eenheid welvaart wordt ook wel gesproken van een toename van de eco-efficientie. Bij het operationaliseren van het begrip eco-efficientie doen zich verschillende problemen voor van natuurwetenschappelijke en van maatschappelijke c.q. politieke aard. Voor de haalbaarheid van factor 4 blijkt bestaat een groot optimisme over de technologische mogelijkheden. Bij het toepassen van technologische oplossingen dreigen echter verschillende problemen, die vaak onderbelicht worden. Deze problemen hebben betrekking op het hele productiesysteem, alsmede op institutionele, sociaal-culturele en psychologische factoren. Ten slotte is er nog het probleem van het zogenaamde rebound- effect. Het huidige beleid is sterk op het eco-efficientie spoor gericht. Het begrip eco-efficientie geeft echter geen inzicht in het bereiken van de uiteindelijke milieukwaliteitsdoelstellingen. Daarbij rijst de vraag wat het ontbreken van een verband tussen milieukwaliteitsdoelen en het begrip eco-efficientie voor de rol van factor 4 in het beleid betekent. Uit het antwoord op deze en andere vragen moet blijken of het zinvol is om het begrip eco-efficientie verder te operationaliseren.
    • Provinciale milieukostenberekeningen met RIM+. Verslag van een pilot voor Limburg

      Quarles van Ufford CHA; Idenburg AM; Engelen RFJM; Laan WPM; van Lohuizen ZI; Oostenrijk CR; Peek C; Ubachs R; van Duyse P; LAE; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1996-04-30)
      De resultaten werden beschreven van een haalbaarheidsstudie met als doel om na te gaan of het RIM+ (Reken en informatiesysteem Milieuhygiene) dat nu door het RIVM wordt gebruikt voor het doorrekenen van nationale milieukosten, ook geschikt is voor het maken van provinciale milieukostenberekeningen. Hiertoe zijn voor een provincie (Limburg) de benodigde gegevens verzameld en ingevoerd in RIM+, waarna milieukosten met RIM+ zijn berekend. Resultaat van de pilot is dat het inderdaad mogelijk is provinciale milieukosten te berekenen met het RIM+. De uitkomsten zijn wat methodiek, soort resultaten en kwaliteit betreft vergelijkbaar met de kostenberekeningen die TME in 1994 voor de provincies heeft uitgevoerd. Tijdens de pilot is een aantal knelpunten onderkend, waarmee in een eventuele vervolgfase rekening moet worden gehouden. Behalve met het model RIM+ hebben deze knelpunten betrekking op de organisatie van provinciale kostenberekeningen en de methodiek en databehoefte van een provinciaal kostenmodel. Drie opties voor een provinciaal milieukostenmodel worden geevalueerd. Uiteindelijk wordt een voorstel gepresenteerd, dat zoveel mogelijk de positieve punten van de verschillende opties combineert.<br>
    • Survival of the Greenest - Evolutionaire Economie als inspiratie voor energie- en transitiebeleid

      Bergh JCJM van den; Faber A; Idenburg AM; Oosterhuis FH; NMD (VUIVM, 2005-02-15)
      De evolutionaire economie toont inzicht in de mechanismen achter innovaties, transities en veranderingen in institutionele structuur. Deze theorie kan daarom bijzonder waardevol zijn in de vormgeving van het huidige milieubeleid, dat transities naar een duurzame ontwikkeling als doelstelling hanteert. Dit rapport geeft eerst een overzicht van de belangrijkste literatuur op het vakgebied van de evolutionaire economie, waaruit een aantal centrale concepten van de evolutionaire economie wordt gedestilleerd: diversiteit, innovatie, selectieomgeving, beperkte rationaliteit, padafhankelijkheid, insluiting en co-evolutie. Deze concepten worden gebruikt ten behoeve van een beter begrip van en inzicht in processen van verandering in economische structuur, technologische ontwikkeling en institutionele verandering. Aan de hand hiervan tonen we een aantal inzichten, dat van belang kan zijn voor beleidsmakers, zoals het bewustzijn van historische technologische paden en het creeren van een gelijk speelveld. Vervolgens evalueren we het Nederlandse beleid ten aanzien van energie-innovaties aan de hand van de evolutionair-economische concepten. Hiervoor is gebruik gemaakt van de beschikbare documenten op het gebied van innovatiebeleid, energiebeleid en transitiebeleid. Tenslotte is het evolutionair-economische raamwerk gebruikt om de ontwikkeling van een aantal specifieke technologieen te onderzoeken. . Dit betreft brandstofcellen, kernfusie en fotovoltaische energie (PV). Uit de evolutionair-economische analyse komen een aantal zeer concrete aanbevelingen voor beleid, die deels strijdig zijn met huidige beleidsadviezen en trends in beleid. De case studie toont tevens aan dat evolutionair-economische mechanismen een belangrijke rol hebben gespeeld in de totstandkoming van energie-innovaties in het verleden.
    • Survival of the Greenest - Evolutionaire Economie als inspiratie voor energie- en transitiebeleid

      Bergh JCJM van den; Faber A; Idenburg AM; Oosterhuis FH; VU; IVM; NMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2005-02-15)
      Evolutionary economics offers clear insights into the mechanisms that underlie innovations, structural changes and transitions. It is therefore of great value for the framing of policies aimed at fostering environmental innovations and a transition to a sustainable development. This report offers an overview of the main literature on evolutionary economics and derives some core concepts from this theory, namely 'diversity', 'innovation', 'selection environment', 'bounded rationality', 'path dependence and lock-in', and 'coevolution'. These concepts are subsequently used to assess and understand processes of change in economic structure, technological development and institutions, as well as to formulate guidelines for the role of the government and the design of public policies, such as the learning from historical technological pathways and the creation of an extended level playing field. Next, current Dutch policies relating to energy technologies - and related policy documents - are evaluated against the background of the identified concepts and derived policy suggestions. In addition, the developments of certain energy technologies are examined in detail within the adopted evolutionary economics framework. Three particular technologies received attention, namely fuel cells, nuclear fusion, and photovoltaic cells. The evolutionary-economic analysis results in a number of very concrete policy recommendations, which partly conflict with current policy advise as well as current policy developments. The case study further illustrates that evolutionary-economic mechanisms have played an important role in the emergence of energy-innovations in the past.