• Metingen van de gehalten aan diaceton-keto-gulonzuur (dikegulac) in grensoverschrijdend rivierwater gedurende het tijdvak 1 oktober 1990 tot en met 30 juni 1994

      Brinkmann FJJ; Engelsman G den; Wammes JIJ; Willemsen WH; IEM. (1995-03-31)
      Medio 1989 werd binnen de Duitste Waterleidingbedrijfstak geconstateerd dat diaceton-keto-gulonzuur (dikegulac) in een concentratie van meerdere microgrammen per liter in het Rijnwater aanwezig was. De verbinding werd ook aangetoond in het Nederlandse Rijnwater alsmede in het drinkwater en/of halffabrikaten van twee Nederlandse waterleidingbedrijven die hun grondstof aan de Rijn of haar takken onttrokken. De voorkomende concentraties hielden, gezien de betrekkelijk lage toxiciteit van de stof, voor drinkwaterconsumenten geen risico voor de gezondheid in. De twee bedrijven die verantwoordelijk zouden zijn voor de lozing van diaceton-keto-gulonzuur zegden toe hun lozing te verminderen. Het onderhavige onderzoek bevestigde een belangrijke verlaging van het diaceton-keto-gulonzuur te Lobith en wel van 2 a 4 mug/l tot 0,05 a 0,4 mug/l. In het Maaswater te Eijsden kon geen diaceton-keto-gulonzuur aangetoond worden.