• Fertility Change ; a Global Integrated Perspective

      Asselt MBA van; Hilderink HBM; Niessen LW; Rotmans J; Vianen HAW van; Willekens FJ; Hutter I; CWM (1994-12-31)
      Het rapport beschrijft de menselijke fertiliteit en de veranderingen daarvan in de tijd in relatie tot sociale, economische en culturele processen. Het aantal kinderen per vrouw is een biologisch proces, dat gestuurd wordt door sociale, economische, culturele en milieufactoren. De effecten van deze factoren op de vruchtbaarheid worden bepaald door een verzameling intermediaire variabelen ('proximate variables'). De relatie tussen deze intermediaire variabelen en vruchtbaarheid is bekend en vormt de kern van het fertiliteitsmodel. Ongeacht de beperkingen inherent aan modelleren en ten gevolge van lacunes in kennis kan het fertiliteitsmodel als geintegreerd onderdeel van het TARGETS-model een nuttig instrument voor het verkennen van mogelijke toekomstige ontwikkelingen en het ontwikkelen van duurzame beleidsstrategieen zijn.
    • Fertility change in India

      Hilderink HBM; Niessen LW; Hutter I; Willekens FJ; MNV; RUG (Populations Research CentreUniversiteit Groningen, 1996-09-30)
      Achtergrond en doelstelling: de toepassing van een generiek fertiliteitsmodel, beschreven op basis van de Indiase situatie. Het model bestaat uit vier onderdelen. Het deel waarin de toestand is beschreven berekent de fertiliteitsratio en de factoren die dit direct bepalen zoals onderscheiden door Bongaarts en Potter: huwelijkse leeftijd, gebruik van anticonceptiva, abortus provocatus en post-partum amenorroe. Het druksysteem beschrijft de causale krachten: levensverwachting, scholingsniveau van vrouwen, bruto nationaal produkt, en populatiegroei. Het impactsysteem beschrijft de ontwikkeling van het aantal geboorten, dat, tezamen met geprojecteerde en/of gesimuleerde sterftecijfers, de geschatte populatiegroei bepaalt. Het sturingsgedeelte bevat vier beleidsvelden: beleid in relatie tot abortus, scholingsbeleid, anticonceptieprogramma's en massacommunicatie. Resultaten: De toegepaste scenarios gebruiken een aantal trajecten in het model die het volgende aantonen: a. Een verdere verlaging van de vruchtbaarheid zonder een expliciete bevolkingspolitiek is mogelijk, als gevolg van de aanname dat de diffusie van methoden zich zal continueren en de voorkeur voor zonen zal afnemen. De daling zal echter meer tijd nodig hebben om het vervangingsniveau te halen. Deze verandering zal zich dan op micro-niveau voltrekken. b. In het geval van tegenvallende economische groei zijn er expliciete bevolkingsstrategieen mogelijk met betrekking tot het moment van kinderen krijgen. Er is een afgenomen effectiviteit van methoden, die slechts partieel door informatieve programma's is te compenseren. c. De daling van het aantal kinderen per vrouw zal doorzetten en kent in sommige gebieden een versnelling. Sommige scenario's tonen dat het vervangingsniveau binnen twee decennia bereikt kan worden. Onder ongunstiger omstandigheden kan het diffusieproces zich nog steeds voltrekken, maar het gewenste kinderaantal zal boven het vervangingsniveau blijven liggen. Conclusies: De relatie tussen fertiliteitsontwikkeling en de directe bepalende factoren zijn relatief goed te kwantificeren. Sociaal-economische ontwikkeling en bevolkings-programma's hebben slechts indirect effecten op het aantal geboorten en tonen een tijdsvertraging. Het model toont hoe de effectiviteit van bevolkingsbeleid beinvloed kan worden door de factoren die liggen tussen het beleid en de beslissingen op micro-niveau.