• Het ammoniakgat: onderzoek en duiding

      van Pul WAJ; van den Broek MMP; Volten H; van der Meulen A; Berkhout AJC; van der Hoek KW; Wichink Kruit RJ; Huijsmans JFM; van Jaarsveld JA; de Haan BJ; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMWUR-PRIECNPBL, 2008-10-30)
      De berekende concentratie van ammoniak in de buitenlucht was de afgelopen jaren ongeveer 25% lager dan de gemeten concentraties uit het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit van het RIVM. Dit verschil werd het ammoniakgat genoemd. Op basis van recent onderzoek door het RIVM in samenwerking met het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), Wageningen Universiteit (WUR) en het Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) is het rekenmodel aangepast en kon worden vastgesteld dat er geen significant verschil meer is tussen de gemeten en de berekende concentraties van ammoniak. Dit betekent dat een grote onzekerheid die er was rond de hoogte van de ammoniakemissies en het bereiken van de ammoniakemissiedoelstelling in de National Emission Ceiling Directive (NECD) van de EU in 2010 voor Nederland is afgenomen. In dit onderzoek zijn de drie gebieden waar de mogelijke oorzaken van het ammoniakgat zaten verder uitgewerkt: a) in de metingen van ammoniak in het Landelijk Meetnet Luchtkwaliteit, b) in de berekeningswijze van het verspreidingsmodel OPS van PBL/RIVM en c) in de ammoniakemissies. De metingen van ammoniak in de buitenlucht blijken een onzekerheid van circa 7% te hebben. Op basis van recente literatuur en nieuwe metingen door RIVM/WUR kon de conclusie getrokken worden dat de snelheid waarmee ammoniak uit de atmosfeer verwijderd wordt, tengevolge van opname door vegetatie en bodem, aanzienlijk lager is dan werd aangenomen in het OPS-model. Hierdoor werd de ammoniakconcentratie in de buitenlucht ongeveer 15% te laag berekend. Hiermee werd het ammoniakgat verkleind naar 10%. Daarnaast blijken er nog emissies van ammoniak te zijn vanaf gewassen, met name tijdens afrijping, die niet in de nationale emissies meegenomen worden. Dit zou circa 4% van de nationale emissies kunnen bedragen. Als deze emissies meegenomen worden, verkleint het ammoniakgat verder naar circa 5%. Aangezien zowel de metingen als de berekeningen van de ammoniakconcentratie nog onzekerheden bevatten, kan gesteld worden dat het huidige verschil tussen de gemeten en de berekende ammoniakconcentratie niet significant meer is.
    • Evaluatie duurzame gewasbescherming 2006: milieu

      van der Linden AMA; van Beelen P; van den Berg GA; de Boer M; van der Gaag DJ; Groenwold JG; Huijsmans JFM; Kalf DF; de Kool SAM; Kruijne R; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMAlterraCBSCLMCMLKiwaPDPPOPRIRIZA, 2007-01-16)
      Het Nederlandse gewasbeschermingsbeleid heeft duurzame gewasbescherming tot doel. Om dit te bereiken zijn operationele doelen voor 2010 gesteld: 95% reductie in de milieubelasting van het oppervlaktewater en 95% vermindering van het aantal knelpunten in de drinkwatervoorziening, beide ten opzichte van 1998. Tussentijdse doelstellingen voor 2005 zijn respectievelijk 75% en 50%. De berekende vermindering van de milieubelasting van het oppervlaktewater als gevolg van drift is 86%. Verplichte driftreducerende maatregelen en, in mindere mate, het van de markt halen van een aantal stoffen leverden de belangrijkste bijdragen aan deze vermindering. Concentraties van gewasbeschermingsmiddelen in het oppervlaktewater lieten in het algemeen een dalende trend zien, maar nog steeds worden stoffen aangetroffen boven maximaal toelaatbare concentraties. Het aantal knelpunten in de drinkwatervoorziening daalde van 33 naar 27, waarmee de tussentijdse doelstelling niet werd gehaald. Hiervoor zijn gebruik buiten de landbouw en aanvoer vanuit het buitenland gedeeltelijk verantwoordelijk. Demonstratieprojecten geven aan dat een verdere vermindering van de milieubelasting mogelijk is. Daarvoor moeten gewasbeschermingsstrategieen en management op de bedrijven worden aangepast. Om dit te bereiken is een brede verspreiding van de opgedane kennis noodzakelijk.
    • Measuring ammonia emissions from manured fields

      Berkhout AJC; van der Hoff GR; Bergwerff JB; Swart DPJ; Hensen A; Kraai A; Bleeker A; Huijsmans JFM; Mosquera J; van Pul WAJ; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMECNWUR, 2009-02-19)
      Het RIVM en het Energie Onderzoekcentrum Nederland (ECN) hebben twee nieuwe meetinstrumenten ontwikkeld om de ammoniakuitstoot van bemeste velden te meten. Het gaat om respectievelijk een LIDAR (Light Detection and Ranging) en een TDL (Tuneable Diode Laser). Een belangrijke reden om een goed beeld van ammoniakemissies te krijgen is de Europese verplichting om deze emissies voor 2010 terug te dringen. Door ammoniak verzuren natuurgebieden en bevatten ze te veel voedingsstoffen. Ook draagt ammoniak bij aan de vorming van fijn stof. De resultaten van de twee instrumenten komen goed met elkaar overeen. Op grasland meten ze relatief hoge emissies vergeleken bij metingen in het verleden, maar wel binnen de bandbreedte ervan. Op bouwland is geen verschil gemeten tussen de emissies met de nieuwe meetmethoden en gemiddelde emissies gebaseerd op eerdere metingen. Daarnaast bleek de maximale uitstoot van een bemest veld op een ander moment op te treden dan verwacht: niet direct na het opbrengen van de mest, maar een tot twee uur later. Om de nationale emissiecijfers te verbeteren verdient het daarom aanbeveling een rekenmodel te gebruiken dat expliciet de belangrijkste omgevingsfactoren meeneemt.