• Environmental effect indicators for priority pollutants

      Zwart D de; Hollander HA den; Geelen L; Huijbregts MAJ; Vakgroep Milieukunde, Radboud Universiteit, Nijmegen; LER (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2006-12-11)
      Here a method is described for estimating public health and ecosystem effects due to the emission of priority pollutants in the Netherlands. Priority pollutants are subject to measures of emission reduction because of their immediate threat to the environment. The method proposed calculates so-called environmental effect indicators (MEI in Dutch) and is designed to test the effectiveness of the environmental policy in the Netherlands. The first indicator, for ecological environmental effect (MEI/eco), estimates the impact of priority pollutant emissions on the relative loss of species from surface waters in the Netherlands. Evaluation of historical data reveals the impact of priority pollutants on the composition of aquatic species was to have approximately halved between 1990 and 2003. When considering only the impact of emissions originating from the Netherlands, the loss of species was estimated at 3.2% in 1990 and 1.8% in 2003. The calculation of the MEI/eco is based on estimated exposure, pollutant-specific species-sensitivity distributions and considerations on mixture toxicity. The second indicator, the public health effect indicator (MEI/vgz), estimates the impact of priority pollutant emissions on the health of the Dutch population. Evaluation of historical data reveals an impact reduction of approximately one-third of the priority pollutants on public health in the Netherlands between 1990 and 2003. The impact is expressed as the loss of Disability Adjusted Life Years (DALY), which is the population loss of healthy life years due to disease and untimely death. If we consider only the emissions originating from the Netherlands, the health impact is estimated at a loss of 59,000 DALY in 1990 and 41,000 DALY in 2003. The calculation of the MEI/vgz is based on estimated exposure, the pathogenic properties of priority pollutants and epidemiological considerations.
    • Environmental effect indicators for priority pollutants

      de Zwart D; den Hollander HA; Geelen L; Huijbregts MAJ; LER (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMVakgroep MilieukundeRadboud UniversiteitNijmegen, 2006-12-11)
      Dit rapport beschrijft een methode die de effecten schat van Nederlandse emissies van prioritaire stoffen op de volksgezondheid en ecosystemen. Prioritaire stoffen vormen een dusdanig gevaar voor het milieu, dat met voorrang emissiereducerende maatregelen zijn getroffen om dat gevaar te verminderen. De methode berekent zogenaamde MilieuEffectIndicatoren (MEI) en is ontwikkeld om te toetsen of de doelstellingen van het Nederlandse milieubeleid gehaald zijn. De eerste milieueffectindicator, de MEI/eco, schat het verlies van soorten organismen in het Nederlandse oppervlaktewater als gevolg van emissies van prioritaire stoffen. Uit een toetsing blijkt dat het effect van prioritaire stoffen op de soortensamenstelling in de periode 1990-2003 ongeveer is gehalveerd. Op basis van de Nederlandse emissies wordt het verlies van soorten in 1990 geschat op 3,2% en in 2003 op 1,8%. De MEI/eco wordt berekend op basis van geschatte blootstelling, de gevoeligheid van soorten voor bepaalde stoffen en de giftigheid van bepaalde stofmengsels. De tweede milieueffectindicator, de MEI/vgz, schat het effect van emissies van prioritaire stoffen op de volksgezondheid. Uit een analyse van de situatie in Nederland blijkt dat de impact van de prioritaire stoffen op de volksgezondheid met ongeveer eenderde is afgenomen. Het effect wordt uitgedrukt in het verlies aan DALY's (Disability Adjusted Life Years), ofwel het aantal gezonde levensjaren dat een populatie verliest door ziekten of voortijdig overlijden. Het effect van de Nederlandse emissies wordt geschat op een verlies van 59.000 DALY in 1990 en 42.000 DALY in 2003. De MEI/vgz wordt berekend op basis van geschatte blootstelling, de ziekteverwekkende eigenschappen van bepaalde stoffen en epidemiologische gegevens.
    • ReCiPe 2016 : A harmonized life cycle impact assessment method at midpoint and endpoint level Report I: Characterization

      Huijbregts MAJ; Steinmann ZJN; Elshout PMF; Stam G; Verones F; Vieira MDM; Hollander A; Zijp M; van Zelm R; M&E; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2016-12-15)
      Met een zogeheten levenscyclusanalyse (LCA) is het mogelijk om te bepalen in welke mate een productieproces van een product het milieu belast. De analyse omvat alle stadia die nodig zijn om een product te produceren en te gebruiken, dus vanaf het onttrekken van de benodigde grondstoffen tot en met de verwerking van afval. Het doel van een LCA is bijvoorbeeld om alternatieven te vergelijken, of om stappen in het productieproces die een grote milieuschade veroorzaken in kaart te brengen. Op basis van deze kennis kan het productieproces worden geoptimaliseerd. Binnen LCA worden 'levenscyclus-impactassessments' (LCIA) gebruikt om de milieubelasting te bepalen. Het RIVM presenteert een nieuwe, herziene versie van het zowel in Nederland als Europa veelgebruikte levenscyclus-impactassessment ReCiPe: ReCiPe 2016. De methodiek en data zijn hierin aangepast aan de huidige wetenschappelijke stand van zaken. Een LCIA levert een soort milieuprofiel op: een 'scorelijst' met milieueffecten, zoals klimaatverandering, waterverbruik en -schaarste, landgebruik en bodemverzuring. Aan het milieuprofiel is te zien welke milieuaspecten slecht scoren in de levenscyclus van een product of dienst en welke onderdelen in de levenscyclus de grootste bijdrage leveren aan de verschillende milieueffecten. De ReCiPe-methode is in 2008 ontwikkeld door een samenwerkingsverband tussen RIVM, Radboud Universiteit Nijmegen, Leiden Universiteit en Pré Consultants.