• Appendix to Report no. 710401005 - Basisdocument Chloorbenzenen

      Slooff W; Bremmer HJ; Hesse JM; van den Berg R; Bloemen HJT; Eerens HC; Hrubec J; Janssens H; de Leeuw FAAM; van der Linden AMA; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1991-04-30)
      This document contains data on chlorobenzenes with regard to sources and distribution, the risks based on a consideration of exposure levels and harmful concentrations and the technical possibilities to reduce these risks. Chlorobenzenes form a group of 12 compounds in total. They are unnatural ; often they are produced by humans by chlorating benzenes, but it is possible that they are formed by integration of substreams of waste water and/or by degradation of chlorinated hydrocarbons. In the Netherlands there are standards and guidelines for soil and groundwater and for surface water, water and soil.<br>
    • Basisdocument Chloorbenzenen

      Slooff W; Bremmer HJ; Hesse JM; van den Berg R; Bloemen HJT; Eerens HC; Hrubec J; Janssens H; de Leeuw FAAM; van der Linden AMA; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1991-04-30)
      This document contains data on chlorobenzenes with regard to sources and distribution, the risks based on a consideration of exposure levels and harmful concentrations and the technical possibilities to reduce these risks. Chlorobenzenes form a group of 12 compounds in total. They are unnatural ; often they are produced by humans by chlorating benzenes, but it is possible that they are formed by integration of substreams of waste water and/or by degradation of chlorinated hydrocarbons. In the Netherlands there are standards and guidelines for soil and groundwater and for surface water, water and soil.<br>
    • Basisdocument Chloorfenolen

      Slooff W; Bremmer HJ; Janus JA; Matthijsen AJCM; van Beelen P; van den Berg R; Bloemen HJT; Canton JH; Eerens HC; Hrubec J; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1990-08-31)
      This report contains data on chlorophenols concerning its sources and distribution pattern (soil, water, air, biota), the risks based on a careful consideration of exposure levels and toxic concentrations, the technical possibilities of reducing these risks and the financial consequences for the industries concerned of any measures to be taken. Chlorophenols are mainly brought into the environment via man (directly or indirectly). There is no industrial production of chlorophenols in the Netherlands. The damaging effects of chlorophenols to the environment has generally decreased in the past years. This decrease is the direct result of a sharp reduction of the use of chlorophenols in the last decennium.<br>
    • Definitierapport graadmeters drink- en industriewatervoorziening in de Milieubalans/Milieuverkenning

      Mulschlegel JHC; Hrubec J; Kragt FJ; Medema GJ; Versteegh JFM; Verweij W; LWD; LWL (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-11-30)
      Bij de voorbereiding, de onderbouwing en de toetsing van de effectiviteit van het Nederlandse milieubeleid is er behoefte aan een goede informatievoorziening. De informatie moet daarvoor beleidsrelevant, leesbaar en zo mogelijk kwantitatief en beknopt zijn. Het RIVM heeft de opdracht vanaf 1995 jaarlijks een Milieubalans (MB) en vierjaarlijks een Milieuverkenning (MV) uit te brengen. In deze rapporten zullen op diverse plaatsen aspecten van de drink- en industriewatervoorziening (DIV) aan de orde komen. In dit Definitierapport Graadmeters DIV in de MB en MV worden primair op basis van een tiental overwegingen, alsmede argumenten vanuit de sector DIV de doelvariabelen of graadmeters gekozen waarmee de toestand en ontwikkeling met betrekking tot de DIV periodiek op kwantitatieve wijze kan worden uitgedrukt. Deze graadmeters worden ontwikkeld voor de functie "Drink- en Industriewatervoorziening" en tevens voor de doelgroep "Drink- en Industriewatervoorziening" ten behoeve van de Milieubalans en de Milieuverkenningen. Gekozen is voor een aantal (typen) graadmeters binnen de aspecten milieukwaliteit, milieudruk en volksgezondheid. Het betreft "kwaliteit bronnen", "waterwinning", "zuiveringskosten", "milieueffecten", "kwaliteit ruwwater" en "kwaliteit drinkwater". Daarnaast is een graadmeter "waterverbruik" opgenomen die de relatie met het aspect maatschappelijke ontwikkelingen representeert. Voor het realiseren van de graadmeters zijn van verleden, heden en toekomst gegevens nodig. Nagegaan is welke gegevens, waar, hoe en door wie gemeten worden en met welke modellen of methodieken prognoses tot stand komen. In veel gevallen zal aggregatie van grote hoeveelheden informatie moeten plaatsvinden om tot een rationele invulling van een graadmeter te komen. De daarbij gevolgde werkwijze is geschetst.<br>
    • Gedrag van chloriet tijdens infiltratie van rivierwater

      Hrubec J; Koot W (1990-02-28)
      Abstract niet beschikbaar
    • Gedrag van EDTA tijdens infiltratie van rivierwater: resultaten van een proefinstallatie onderzoek

      Hrubec J; Groot AC de; Koot W; Veen RPM van; LWD; ECO (1994-06-30)
      Ethyleendiaminotetra-azijnzuur (EDTA) is, als gevolg van haar uitgebreide industriele en huishuidelijke toepassingen, de meest voorkomende synthetische complexvormer in oppervlaktewater geworden. In de proefinstallatie van het RIVM in Leiduin werd een modelonderzoek verricht naar haar gedrag tijdens infiltratie van voorgezuiverd rivierwater. Het hoofddoel van het onderzoek was informatie te verkrijgen over afbreekbaarheid van EDTA en over haar invloed op het gedrag van zware metalen tijdens waterpercolatie door de grond. De proeven werden uitgevoerd in grote infiltratie ketels (6,5m hoog en 2m in diameter), die gevuld waren met drie soorten zand met verschillende soorten organisch materiaal en verschillende gehaltes aan zware metalen. De infiltratie van het voorgezuiverde Rijnwater, waarin EDTA werd gedoseerd, vond plaats onder verschillende redoxomstandigheden, die varieerde van aerobie tot anaerobie, gekarakteriseerd als een volledige denitrificatie. De resultaten van de proeven bevestigden dat EDTA onder anaerobe en zuurstofarme omstandigheden niet werd afgebroken. Onder aerobe omstandigheden vond een langzame afbraak plaats, die sterk concentratie- en temperatuur afhankelijk was. Bij de toevoerconcentraties van ca. 500 mug EDTA/l werd een afbraak bereikt van ca. 60% na infiltratie bij temperaturen >10 graden C en ca. 30% bij temperaturen <10 graden C. Bij de laagste onderzochte concentraties (7 mug/l) werd geen afbraak gevonden. Van de onderzochte zware metalen werd de sterkste mobilisatie waargenomen bij Ni, Cu en Pb. Verhoogde concentraties van Ni en Cu werden waargenomen in het bovenwater van de ketels tijdens de infiltratieproeven met ca 90 mug EDTA/l, wat overeen komt met het huidige maximale concentratie niveau van EDTA in het Rijn- en Maaswater. Deze verhoogde concentraties kunnen toegeschreven worden aan de mobilisatie van de metalen uit het op de oppervlakte van het infiltratiepakket liggende slib. De mobilisatie van Pb werd aangetoond tijdens de infiltratie in de ketel met het door rivierslib verontreinigde duinzand, dat hogere Pb-concentraties bevatte dan de andere onderzochte zanden. De toename van Pb na de infiltratie was aanzienlijk hoger bij winter- dan bij zomertemperaturen. In de winter lagen tijdens de infiltratie van het water met 500 mug EDTA/l de Pb-concentraties in het effluent van de ketel boven waarden van de VEWIN-aanbevelingen voor het maximale Pb-gehalte in drinkwater van 10 mug/l. Gezien het feit, dat m. b. v. de huidige nazuivering van duinwater geen substantiele Pb-verwijdering te verwachten is, kan deze omvangrijke Pb-mobilisatie als een ernstige bedreiging voor de kwaliteit van het geproduceerde drinkwater gezien worden. De temperatuur afhankelijke schommelingen van de concentraties van Pb werden toegeschreven aan de vorming van het onoplosbare chloridefosfaat Pb5(PO4)3Cl. In het algemeen kan geconcludeerd worden dat de mogelijke mobilisatie van zware metalen, resp. verslechtering van hun verwijderbaarheid de belangrijkste consequentie is van de aanwezigheid van EDTA in rivierwater voor duin- en oeverinfiltratie. De resultaten van de proeven wijzen er op, dat onder de omstandigheden van de duininfiltratie reeds bij de huidige maximale concentratieniveaus van EDTA in Maas en Rijnwater, die in de orde van tientallen mug/l liggen, het gedrag van zware metalen negatief beinvloed kan worden. In de duininfiltratie praktijk bevat het te infiltreren water, als gevolg van vergaande voorzuivering van rivierwater, weinig zwevende stoffen, die door zware metalen verontreinigd zijn. Verder vindt de infiltratie plaats in een ondergrond met lage gehaltes aan zware metalen. Onder deze omstandigheden bestaat, bij de huidige EDTA-concentraties in het Rijn- en Maaswater, geen acuut gevaar voor de kwaliteit van het door de duinwaterleidingbedrijven geproduceerde drinkwater. Niettemin wijzen de resultaten van het onderzoek op de noodzaak van terugdringing van de EDTA-emissies naar het oppervlaktewater. De Zwitserse streefwaarden voor EDTA in oppervlaktewater van 10 mug/l lijkt een reele kwaliteitsdoelstelling voor het te infiltreren water te zijn.
    • Gedrag van enkele gesubstitueerde benzenen, bestrijdingsmiddelen en complexvormers tijdens langzame zandfiltratie

      Hrubec J; den Engelsman G; de Groot AC; den Hartog RS; de Jong APJM; Koot W; Meiring HD; Peters R (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1990-09-30)
      A pilot plant study has been conducted to investigate the behaviour of organic micropollutants during slow sand filtration. The main goal of the study was to obtain information on the removal of some substituted benzenes, pesticides, synthetic complexing agents and AOX under the characteristic conditions of slow sand filtration practice. From the studied organic micropollutants a substantial removal of the following compounds has been found: - Substituted benzenes: p-dichlorobenzene (ca.80% decrease), o-dichlorobenzene 70%, nitrobenzene (70-80%) and p-chloronitrobenzene (60-80%). - Pesticides: 2,4-D (r.b.d.), MCPA (r.b.d.), Mecoprop (r.b.d), Fenoprop (60%) en TCA (50%). - Complexing agents: NTA (75-85%). No or only a slight decrease in concentrations has been observed for the following compounds: - Substituted benzenes: m-dichlorobenzene (20-40%), o-chloronitrobenzene (40%), 2,4-dichloroaniline (20-40%). - Pesticides: Atrazine (0%), Bentazon (0%). - Complexing agents: EDTA (0%). - AOX (10%). The study revealed that slow sand filtration is an effective drinking water treatment process for the removal of a number or organic micropollutants. A high removal of organic micropollutants can be expected especially in combination with anaerobic artificial recharge of river water in dunes, and in combination with activated carbon filtration, which could be less effective for the removal of high polar organic compounds.<br>
    • Integrated Criteria Document chlorobenzenes : [with appendix]

      Slooff W; Bremmer HJ; Hesse JM; Matthijsen AJCM; van den Berg R; Bloemen HJT; Eerens HC; Hrubec J; Janssens H; de Leeuw FAAM; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1991-10-31)
      This document contains data on chlorobenzenes with regard to sources and distribution, the risks based on a consideration of exposure levels and harmful concentrations and the technical possibilities to reduce these risks. Chlorobenzenes form a group of 12 compounds in total. They are unnatural ; often they are produced by humans by chlorating benzenes, but it is possible that they are formed by integration of substreams of waste water and/or by degradation of chlorinated hydrocarbons. In the Netherlands there are standards and guidelines for soil and groundwater and for surface water, water and soil.<br>
    • Integrated Criteria document Chlorophenols

      Slooff W; Bremmer HJ; Janus JA; Matthijsen AJCM; van Beelen P; van den Berg R; Bloemen HJT; Canton JH; Eerens HC; Hrubec J; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1991-08-31)
      This report contains data on chlorophenols concerning its sources and distribution pattern (soil, water, air, biota), the risks based on a careful consideration of exposure levels and toxic concentrations, the technical possibilities of reducing these risks and the financial consequences for the industries concerned of any measures to be taken. Chlorophenols are mainly brought into the environment via man (directly or indirectly). There is no industrial production of chlorophenols in the Netherlands. The damaging effects of chlorophenols to the environment has generally decreased in the past years. This decrease is the direct result of a sharp reduction of the use of chlorophenols in the last decennium.<br>
    • Milieurapportage 1993. I. Integrale rapportage stikstof

      Aben JMM; Bollen MJS; Boumans LJM; Bouwman AF; van Dijk GM; van Drecht G; van de Eertwegh G; van Grinsven JJM; Heij GJ; Heinhuis A; et al. (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1994-10-31)
      Dit rapport bevat een integrale beschrijving van de rol van stikstof in het milieu. Emissies van verschillende stikstofverbindingen worden gegeven en het transport van stikstof door het milieu (lucht, bodem, grond- en oppervlaktewater) wordt beschreven. Ook worden de ecologische effecten op zowel terrestrische als aquatische ecosystemen besproken, alsmede de risico's voor de volksgezondheid. De consequenties voor de drinkwatervoorziening worden eveneens behandeld.<br>
    • Onderzoek in een proefinstallatie naar het gedrag van organische microverontreinigingen tijdens infiltratie van voorgezuiverd rivierwater

      Hrubec J; Boer AC den; Hart MJ &apos;t (1988-06-30)
      In de proefinstallatie van het RIVM te Leiduin werd een modelonderzoek verricht naar het gedrag van een aantal organische en anorganische verontreinigingen tijdens infiltratie van het voorgezuiverd water in het zand met verschillende soorten organisch materiaal. Uit het onderzoek kwam naar voren een grote invloed van de aard van organisch materiaal in infiltratie pakket op het gedrag van vrijwel alle gevolgde verontreinigingen. T.a.v. het gedrag van organische microverontreinigingen werd een aanzienlijke invloed van de temperatuur op de omzettingssnelheid en op de vorming van potentieel schadelijke afbraak/tussenprodukten waargenomen. Tenslotte wijzen de resultaten van het onderzoek erop dat onder de omstandigheden van duininfiltratiepraktijk geen betrouwbare verwijdering van organische microverontreinigingen gegarandeerd kan worden. Een veilige nazuivering van het teruggewonnen water is derhalve noodzakelijk.
    • Een onderzoek naar het voorkomen van mutagene en/of carcinogene verbindingen in organische concentraten van Nederlands drinkwater alsmede naar de effecten van diverse zuiveringsstappen op de mutagene activiteit

      Kool HJ; van Kreijl CF; Hrubec J; van Oers JAM; Persad S (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1987-08-31)
      In drinkwater, bereid uit oppervlaktewater en grondwater werd in veel gevallen mutagene activiteit aangetoond. Duinfiltratie en actiefkool filtratie verwijderen de mutagene activiteit. Chloring verhoogt die activiteit aanzienlijk, chloordioxide in concentraties kleiner dan 1 mg/l C10-2 leidt tot een lagere toename in mutageniteit dan chloor. Toepassing van ozon verlaagt in de meeste gevallen (maar niet altijd) de mutagene activiteit. Mutagene organische stoffen in drinkwater bevinden zich voornamelijk in de licht polaire vluchtige fractie, zijn moeilijk gaschromatografeerbaar en hebben een mol.gewicht in de orde van grootte van 200. Mutagene drinkwater concentraten (bron Maas, gechloord drinkwater) induceerden chromosoomafwijkingen in CHO-cellen. Mutagene drinkwater concentraten (bron Rijn, gechloord drinkwater) induceerden geen verhoogde tumor incidentie in een carcinogeniteits experiment met Wistar ratten.<br>
    • Orienterend onderzoek naar bestrijdingsmiddelen in oppervlaktewater bestemd voor de drinkwatervoorziening

      Hrubec J; Baumann RA; LWD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 1996-08-31)
      In de jaren 1991-1994 werd een orienterend onderzoek uitgevoerd naar de omvang van de verontreiniging van twee innamepunten van Rijn- en Maaswater voor de drinkwatervoorziening door bestrijdingsmiddelen. Van de 35 geselecteerde bestrijdingsmiddelen en hun metabolieten werd alleen Diuron in het Maaswater in concentraties boven de detectiegrens van 0.1 mug/l gevonden.<br>
    • Predictability of the removal of organic compounds by drinking water treatment

      Hrubec J; Toet C (1992-03-31)
      Abstract niet beschikbaar
    • Uitgestelde effecten van infiltratie van voorgezuiverd rivierwater in duinen op ecologie en drinkwaterkwaliteit

      Hrubec J; LWD (1996-03-31)
      De resultaten van deze studie naar de mogelijke negatieve gevolgen van de infiltratie van rivierwater in de Nederlandse duinen voor de drinkwaterkwaliteit en duinecologie wijzen er op dat de grootste bedreiging voor de ecologie de belasting van de duinen met nutrienten, (fosfaat, nitraat en ammonia) is. De beheersing van de nutrientenrijkdom in de door de infiltratie beinvloede duingebieden kan waarschijnlijk door de toepassing van de inrichtings- en beheersmaatregelen bereikt worden. De accumulatie van sporenelementen in de ondergrond onder infiltratiemiddelen is vrij beperkt. De gegevens over de omvang van de verontreiniging van water en ondergrond in natte duinvalleien met sporenelementen zijn echter schaars en nader onderzoek is noodzakelijk. De informatie over accumulatie van organische microverontreinigingen is onvoldoende om de accumulatie betrouwbaar te kwantificeren. Niettemin bestaan er geen aanwijzingen van een ernstige accumulatie van organische microverontreinigigen als gevolg van de infiltratie.
    • Verwijderbaarheid van chloraat tijdens infiltratie van rivier water

      Hrubec J; Bom CM (1991-01-31)
      Abstract niet beschikbaar