• Hydrologische effecten van beregening uit grondwater in een studiegebied in midden- en west Noord-Brabant ; model verzadigde grondwaterstroming

      Mulschlegel; J.; Thunnissen; H.; (1986-12-31)
      Door het RIVM is een studie uitgevoerd om het inzicht in de hydrologische effecten van beregening in de landbouw te vergroten. De gekozen rekenmethode gaat uit van een losgekoppelde benadering van de verzadigde en onverzadigde grondwaterstroming. Om tot consistente resultaten te komen is een iteratie procedure uitgevoerd. In dit rapport wordt ingegaan op de ontwikkeling van een niet stationair super-positiemodel van de verzadigde stroming. De berekeningen zijn uitgevoerd voor de groeiseizoenen in de periode '71-80 en voor het groeiseizoen van '49. Een drietal beregeningsscenario's m.b.t. de omvang zijn in beschouwing genomen. De belangrijkse resultaten betreffen de verandering van de grondwaterstand de kwel/wegzijgingsintensiteiten, de afvoer naar/toevoer vanuit opp. water en de verdamping. Duidelijk zijn de verschillen te onderkennen in de klimatologisch uiteenlopende jaren. Uit een gevoeligheidsanalyse blijkt dat de resultaten verreweg het sterkst worden beinvloed door de waarden van de freatische bergingscoofficient.
    • Sorptie van chloorfenolen in de bodem

      Lagas; P.; Snell; M.C.; Wytzes; H.; (1986-10-30)
      Het sorptieproces alsmede de kinetiek van sorptie van chloorfenolen in natuurlijke en synthetische grondsoorten werd bestudeerd met behulp van laboratoriumexperimenten. Uit de resultaten bleek dat sorptie van chloorfenolen kan worden beschouwd als tweestapsproces. De eerste stap verloopt snel. De tweede stap verloopt langzaam. In kalkrijke gronden kan fenolaatsorptie van tetrachloor- en pentachloorfenol een rol spelen. Uit de resultaten blijkt dat potentiele mogelijkheden van uitspoeling van alle chloorfenolen aanwezig zijn bij kalkhoudende en humusarme gronden, zoals kleigrond, podzol en duinzand.