• Geluid in de vijfde Milieuverkenning. Achtergronden

      Dassen AGM; Dolmans JHJ; Hamminga NAR; Jabben J; Hoffmans WH; Nijland HA; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2000-12-22)
      In this report details on, and background to a study on the extent and effects of exposure to noise from road, rail and air traffic in the framework of the fifth National Environmental Outlook are given as they are expected to develop from 1995 to 2030. The results have indicated environmental noise to be among the persistent environmental problems in the Netherlands. The whole process, from the basic data collection and processing to the application of a computer model for noise mapping and the analysis of its results has been described. The most comprehensive description is dedicated to the starting points and assumptions in line with the methodological approach. Special focus has also been placed on the way the effects of existing policy and measures to reduce noise (annoyance) in the Netherlands are estimated and taken into account. The reproducibility of the figures and conclusions given in this fifth Environmental Outlook have been adequately handled in this way, while providing the interested reader with all the necessary background information.
    • Geluid in de vijfde Milieuverkenning. Achtergronden

      Dassen AGM; Dolmans JHJ; Hamminga NAR; Jabben J; Hoffmans WH; Nijland HA; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2000-12-22)
      Dit rapport geeft de achtergronden van hetgeen in de Vijfde Milieuverkenning (MV5) is berekend ten aanzien van de ontwikkeling van de omvang en effecten van transportgeluid in de periode 1995-2030. Het hoofddoel is het reproduceerbaar maken van de berekeningsresultaten. Daartoe wordt de totstandkoming van de resultaten geschetst aan de hand van een gedetailleerde beschrijving van het gehele proces van gegevensverwerking en geluidberekening.<br>
    • Geluidmonitor 2002

      Jabben J; Dassen AGM; Potma CJM; LOK (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-11-27)
      Continuous noise measurements were made on a number of specific sites on noise from roadways, railways and a military airport at Volkel in the Netherlands. Road traffic measurements, started in 1999 along the A2 roadway near Breukelen, were continued in 2000, 2001 and 2002. Here, the results of the measurements, including the analysis, are given for this site in 2002. The measurements were combined with traffic volume figures in order to determine the source strength of different vehicle categories. Furthermore results are given as obtained at a newly set up measurement in april 2003 site at A10 in Amsterdam where the effect of porous asphalt was investigated. Also measurements on railway lines were conducted along the track between Utrecht and Amsterdam. Additional measurements in 2003 concerning the various train categories for each passage were used in order to determine between emission of different stock. Finally results are given of the monitoring of the noise load by aircraft operation near the military airport base Volkel in the Netherlands that started in 2000 en was continued in 2002.
    • Geluidmonitor 2002

      Jabben J; Dassen AGM; Potma CJM; LOK (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2003-11-27)
      In dit onderzoek zijn met behulp van permanent registrerende meetposten geluidmetingen verricht aan wegverkeer, railverkeer en (militaire) luchtvaart. Er wordt gerapporteerd over de metingen die zijn verricht in 2002. Metingen aan het wegverkeer vonden plaats langs de rijksweg A2 bij Breukelen en zijn gecombineerd met tel- en snelheidsgegevens van het verkeer teneinde geluidemissies van personenauto's en het vrachtverkeer te bepalen. Daarnaast wordt een meetlocatie langs de A10 bij Amsterdam West geintroduceerd. Het onderzoek gaat ook in op de resultaten van metingen op een binnenstedelijke meetlocatie aan de Constant Erzeijstraat te Utrecht waar onder andere het effect van neerslag op geluidemissie is onderzocht. Metingen aan railverkeer zijn verricht langs het spoor tussen Utrecht en Amsterdam waarbij geluidmetingen bij een steekproef zijn gekoppeld aan treincategorie. Tenslotte wordt ingegaan op metingen die vanaf maart 2000 zijn verricht op een meetlocatie vlakbij het militaire luchtvaartterrein Volkel.<br>
    • Geluidmonitor 2003

      Jabben J; Dassen AGM; Potma CJM; LOK; LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-11-05)
      In dit onderzoek zijn met behulp van permanent registrerende meetposten geluidmetingen verricht aan wegverkeer, railverkeer en (militaire) luchtvaart. Er wordt gerapporteerd over de metingen die zijn verricht in 2003. Metingen aan het wegverkeer vonden plaats langs de rijkswegen A2 bij Breukelen en A10 bij Amsterdam en op een binnenstedelijke meetlocatie aan de Constant Erzeijstraat te Utrecht. De metingen bij de A2 en de A10 zijn gecombineerd met tel- en snelheidsgegevens van het verkeer teneinde geluidemissies van personenautos en het vrachtverkeer te bepalen.. Metingen aan railverkeer zijn verricht langs het spoor tussen Utrecht en Amsterdam. Daarnaast wordt een meetlocatie langs het spoor tussen Delft en Schiedam geintroduceerd, waarbij gelijktijdig met geluidmetingen ook treincategorie en snelheid worden geregistreerd. Tenslotte wordt ingegaan op metingen die vanaf maart 2000 zijn verricht op een meetlocatie vlakbij het militaire luchtvaartterrein Volkel.
    • Geluidmonitor 2003

      Jabben J; Dassen AGM; Potma CJM; LOK; LVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-11-05)
      Continuous noise measurements were made on a number of specific sites on noise from roadways, railways and a military airport at Volkel in the Netherlands. Trend measurements on road traffic noise, started in 1999 along the A2 roadway near Breukelen and were continued in 2000 up to 2003. A similar measurement site was introduced in 2003 at the A10 roadway in Amsterdam where the effect of porous asphalt was estimated. The measurements were combined with traffic volume figures in order to determine the source strength of different vehicle categories. Also measurements on railway lines were conducted along the track between Utrecht and Amsterdam. Furthermore results are given as obtained at a newly set up measurement site in february 2004 along the track between Delft and Schiedam. Here measurements in 2003 concerning the various train categories for each passage were used in order to determine between noise emissions of different stock. Finally results are given of the monitoring of the noise load by aircraft operation near the military airport base Volkel in the Netherlands that started in 2000 en was continued in 2003.
    • Informatiestructuur Landelijk Beeld Verstoring

      Dassen AGM; Hoffmans W; Jabben J; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-06-18)
      In the national Environmental Balances and Environmental Outlooks, the Dutch National Institute of Public Health and the Environment (RIVM) reports the state-of -the-art in environmental quality, respectively. One of the aspects to be evaluated and monitored is the impact of noise levels in the Netherlands caused by road and railway traffic, and airport noise. Use is made of an acoustic model for monitoring the noise situation in the Netherlands in which noise levels from all roads, railway lines and major airports are taken into account. To monitor the development of the noise levels correctly requires the necessary model input data - specifically noise emission - and volume numbers to be available and sufficiently up to date. The current state of the available model input data is described and quality aspects for these sources, such as completeness and topicality, are evaluated, and possibilities for improvement are discussed.
    • Informatiestructuur Landelijk Beeld Verstoring

      Dassen AGM; Hoffmans W; Jabben J; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-06-18)
      Dit rapport gaat in op de huidige stand van zaken met betrekking tot de bij het RIVM beschikbare bron- en volumegegevens voor het opstellen en monitoren van een landelijk beeld van milieuverstoring door geluid van weg- en railverkeer, luchtvaart en industrie. Het rapport beschrijft de kwaliteit van de huidige invoergegevens, geeft een aantal mogelijkheden tot verbetering en schetst een informatiestructuur waarmee de voor de monitorfunctie benodigde informatie op structurele wijze zou kunnen worden verkregen en beheerd.<br>
    • Monitor resultaten geluid 2001

      Jabben J; Potma CJM; Dassen AGM; Swart WJR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-12-09)
      Continuous noise measurements were made on a number of specific sites on noise from roadways, railways and a military airport at Volkel in the Netherlands. Road traffic measurements, started in 1999 along the A2 roadway near Breukelen were continued in 2000 en 2001. Here, the results of the measurements, including the analysis, are given for this site in 2001. The measurements were combined with traffic volume figures in order to determine the source strength of different vehicle categories. Furthermore results are given as obtained at a newly set up measurement site at the Constant Erzeijstraat in Utrecht where the effect of rainfall in urban situations was investigated. Also measurements on railway lines were conducted along the track between Utrecht and Amsterdam and at Nieuwerkerk aan de IJssel near Rotterdam. Additional information concerning the various train categories for each passage was used in order to determine between emission of different stock. Finally results are given of the monitoring of the noise load by aircraft operation near the military airport base Volkel in the Netherlands that started in 2000 en was continued in 2001.
    • Monitor resultaten geluid 2001

      Jabben J; Potma CJM; Dassen AGM; Swart WJR (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-12-09)
      In dit onderzoek zijn met behulp van permanente registrerende meetposten geluidmetingen verricht aan wegverkeer, railverkeer en (militaire) luchtvaart. Er wordt gerapporteerd over de metingen die zijn verricht in 2001. Metingen aan het wegverkeer vonden plaats langs de rijksweg A2 bij Breukelen en zijn gecombineerd met tel- en snelheidsgegevens van het verkeer teneinde geluidemissies van personenauto's en het vrachtverkeer te bepalen. De resultaten zijn vergelijkene met voorgaande resultaten en met waarden uit standaard rekenvoorschriften. Het onderzoek gaat daarnaast ook in op de resultaten van metingen op een binnenstedelijke meetlocatie aan de Constant Erzeijstraat te Utrecht waar o.a. het effect van neerslag op geluidemissie is onderzocht. Metingen aan railverkeer zijn verricht langs het spoor tussen Utrecht en Amsterdam ter hoogte van Breukelen en langs het spoor bij Nieuwerkerk aan den IJssel waarbij geluidmetingen zijn gekoppeld aan treincategorie. Tenslotte wordt ingegaan op metingen die vanaf maart 2000 zijn verricht op een meetlocatie vlakbij het militaire luchtvaartterrein Volkel<br>
    • Monitoring van de geluidbelasting door militaire luchtvaart bij Volkel, Uitvoering en resultaten over het jaar 2000

      Dassen AGM; Swart WJR; Potma C; Jabben J; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-11-07)
      A description is geven of the set up of the results of a system for permamnet measurements of noise from military aircraft near Volkel military airbase. Here, at a location approximately 2000 m south-west of the runway, noise events are recorded automatically. The levels of these events were processed from March 2000 till January 2001 to obtain the value for the 'averaged' noise load in such a way as to allow comparison with the calculated annual noise load due to military aircraft operation at this airbase. In the period from March till December 2000, the measured noise load equalled 51 plus or minus 2 Kosten units (Ke), the Dutch noise unit for measuring aircraft noise. In Lden, the noise load amounts to 69 dB(A). The load of 51 plus or minus 2 Ke is within the margins of the load calculated by the National Aerospace Laboratory (NLR) over the year 2000. Depending on the assumed lateral dispersion of the flight routes across nominal ground tracks, these margins are 48 and 51 Ke. The value of 48 Ke is almost 8 Ke higher than the noise loads calculated for previous years. This increase is related to the completion (by the end of 1999) of a technical and operational update programme for the F16 aircraft (Mid-Life Update, MLU) at Volkel. As a result, the flight profiles of the aircraft have been changed.The measurements at Volkel have revealed that large differences, in time as well as in space, may occur in the annual noise load. A great number of the changes in the aircraft operation responsible for these differences will be logged and used in the calculation of the annual noise load. However, some aspects may be overseen due to legal regulations or agreements. The measurements at Volkel have shown that the assumption of a large lateral dispersion of the flight routes leads to an underestimation of the annual noise load of 3 Ke at the measurement location, while at other locations this assumption may lead to the same degree of overestimation For the time being, continuation in the measurement of aircraft noise close to an airport is recommended. Regarded as being worthwhile is investigating to see if short measurements closer to the airport runway, and measurements on a larger number of aircraft types under different technical and operational conditions, may present an alternative to permanent measurements at one location and for one aircraft type. By comparing the measured noise emission with the emission values used in the calculations, it will become clear to what extent the real flight, and meteo and environmental conditions, cause a difference in the 'real' noise load compared to the calculated noise load. This will contribute to the reliability of the monitoring of the noise load around airports. Furthermore, by repeating the measurements every year, the development in time of the fleet's noise emission can be followed.
    • Monitoring van de geluidbelasting door militaire luchtvaart bij Volkel, Uitvoering en resultaten over het jaar 2000

      Dassen AGM; Swart WJR; Potma C; Jabben J; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-11-07)
      Uitvoering en resultaten worden beschreven van de meting van het geluid van militaire vliegtuigen die opereren vanaf de militaire luchtmachtbasis Volkel. Hiertoe is het vliegtuiggeluid gedurende bijna een jaar continu gemeten op een vaste locatie op een afstand van circa 2 km van de startbaan. Na correctie van de ruim 4000 registraties voor invloeden van de meetapparatuur en de meteo- en omgevingsomstandigheden is de 'gemiddelde' geluidbelasting over de periode van bijna een jaar bepaald. De jaargemiddelde geluidbelasting wordt ook berekend. Dit gebeurt ter vergelijking met de jaarcontouren die het resultaat zijn van de handhaving van de geluidszone.Op de meetlocatie bij Volkel bedraagt de gemeten 'gemiddelde' geluidbelasting in de geluidmaten B65 en Lden 51 Kosteneenheden (plus of min 2 Ke) respectievelijk 69 dB(A) Lden (plus of min 1 dB(A)). De waarde van 51 Ke (plus of min 2 Ke) valt binnen de marges van de waarde die het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium berekent op basis van het werkelijke luchthaven- en vliegtuiggebruik in 2000. Afhankelijk van het gebruikte spreidingsprofiel ligt de berekende waarde tussen 48 Ke en 51 Ke. De waarde van 48 Ke ligt bijna 8 Ke boven de waarden van de jaarberekeningen van de voorgaande jaren. Deze toename in de berekende geluidbelasting houdt verband met de afronding van technisch-operationele aanpassingen (Mid Life Update) aan de F16's. Hierdoor zijn de vliegprocedures en de geluidproductie van de F16's gewijzigd. De hoofdconclusie van het onderzoek is dat de jaarberekeningen de invloed van veranderingen in het luchthaven-en vliegtuiggebruik op de geluidbelasting niet 'automatisch' en in alle gevallen weerspiegelen. Dit is het gevolg van vastliggende (wettelijke) voorschriften en/of afspraken tussen de wetgever en de terreinbeheerder (de Koninklijke Luchtmacht) en treedt op ondanks de grote aandacht die de Koninklijke Luchtmacht besteedt aan de registratie van het luchthaven- en vliegtuiggebruik. Zo leidt 'hindervermijdend' vlieggedrag op de locatie van de meetpost tot een 3 Ke (plus of min 2 Ke) hogere waarde dan de berekeningen aangeven. Voor de geluidbelasting in de woonkern ten noorden van de meetpost geldt waarschijnlijk het omgekeerde.Om de kwaliteit van de monitoring van het luchtvaartgeluid te verbeteren, wordt aanbevolen om de haalbaarheid te onderzoeken van metingen aan meerdere vliegtuigtypes, onder verschillend technische en operationele omstandigheden. Met deze metingen kan de betrouwbaarheid van de (landelijke) modelberekeningen worden vergroot doordat direct en representatief voor de Nederlandse situatie, wordt vastgesteld hoe de geluidproductie van startende en landende vliegtuigen zich ontwikkelt. Op een drukke (burger)luchthaven kunnen deze metingen in kort tijdsbestek worden uitgevoerd met een opstelling van meerdere microfoons.<br>
    • Ontsnippering van natuurgebieden: effecten op natuur, mobiliteit, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en geluid. Achtergronddocument bij de Nationale Natuurverkenning 2.

      Geurs KT; Schoemakers A; Dassen AGM; Hoffmans WH; Timmermans W; Alkemade GP; Wee GP van; LAE (2002-10-18)
      Infrastructuur (wegen, spoorwegen, waterwegen) vormt vaak een barriere voor mens en dier, en doorsnijdt de ecologische hoofdstructuur (EHS) op diverse plekken. Dit rapport beschrijft een verkennende studie naar de effecten van ontsnipperingsmaatregelen op provinciale en gemeentelijke wegen. De studie is uitgevoerd in het kader van de tweede Nationale Natuurverkenning, in samenwerking met de Adviesdienst Verkeer en Vervoer en Alterra. De hoofdconclusie is dat ontsnippering van infrastructuur (door provinciale en gemeentelijke wegen verkeersluw te maken) vooral op lokaal niveau duidelijke positieve en negatieve effecten heeft. Positieve effecten treden op voor de natuur: de lokale habitatkwaliteit van barrieregevoelige diersoorten en de akoestische kwaliteit in natuurgebieden nemen toe. Daarnaast heeft ontsnippering gunstige effecten op verkeersveiligheid en de geluidbelasting in woongebieden. De belangrijkste nadelen liggen op het gebied van bereikbaarheid. Uit deze verkennende studie blijkt dat ontsnipperingsmaatregelen een positief saldo van (op geld waardeerbare) effecten op kunnen leveren. Op landelijk niveau zijn zowel de effecten op de natuur als op de mens beperkt: hiervoor is de omvang van de veronderstelde ontsnipperingsmaatregelen te gering. Op basis van deze verkennende studie is het te vroeg om een conclusie te trekken over de wenselijkheid van het ontsnipperen van provinciale en gemeentelijke wegen in natuurgebieden. Voor zo'n conclusie dienen alle relevante voor- en nadelen beter in kaart te worden gebracht, met name op regionaal niveau, en moeten eventuele alternatieve maatregelen worden onderzocht.
    • Ontsnippering van natuurgebieden: effecten op natuur, mobiliteit, bereikbaarheid, verkeersveiligheid en geluid. Achtergronddocument bij de Nationale Natuurverkenning 2.

      Geurs KT; Schoemakers A; Dassen AGM; Hoffmans WH; Timmermans W; Alkemade GP; Wee GP van; LAE (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-10-18)
      Road infrastructure has important impacts on the quality and quantity of animal habitats. Animals are killed by road traffic and roads "fragment" habitats dividing wildlife populations into smaller, more isolated units. This may threaten wildlife species that have to cross roads to meet their biological needs. This report analysed the impacts of wildlife habitat defragmentation due to provincial and municipal roads (by restricting them to local traffic only) in nature areas in the Netherlands. The study analysed both impacts on wildlife (habitat quality, noise levels in nature areas) and humans (passenger mobility, accessibility impacts, noise levels in residential areas, road safety). The study concludes that habitat defragmentation has important benefits for the quality of animal habitats, traffic safety and noise levels in natural and residential areas at the local level, but important negative impacts on accessibility: congestion levels and average travel times increase. A conclusion on the balance of impacts, expressed in monetary terms, can not yet be given. The uncertainty in impacts and their monetary valuation for the impacts on humans is very large, and the impacts on wildlife are difficult to express in monetary terms. Furthermore, it can not yet be concluded if large scale habitat defragmentation by restricting road traffic on local roads is desirable. More research is necessary on alternative measures for habitat defragmentation, relevant impacts, and their costs and benefits.
    • Uitbouw en optimalisatie van het Landelijk Beeld van Verstoring. Partiele validatie en gevoeligheidsanalyse

      Dassen AGM; Jabben J; Janssen PMH; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-09-07)
      In this report details on, and background to a study on the extent and effects of exposure to noise from road, rail and air traffic in the framework of the fifth National Environmental Outlook are given as they are expected to develop from 1995 to 2030. The results have indicated environmental noise to be among the persistent environmental problems in the Netherlands. The whole process, from the basic data collection and processing to the application of a computer model for noise mapping and the analysis of its results has been described. The most comprehensive description is dedicated to the starting points and assumptions in line with the methodological approach. Special focus has also been placed on the way the effects of existing policy and measures to reduce noise (annoyance) in the Netherlands ar estimated and taken into account. The reproducibility of the figures and conclusions given in this fifth Environmental Outlook have been adequately handled in this way, while providing the interested reader with all the necessary background information.
    • Uitbouw en optimalisatie van het Landelijk Beeld van Verstoring. Partiele validatie en gevoeligheidsanalyse

      Dassen AGM; Jabben J; Janssen PMH; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2001-09-07)
      Aan de hand van de modelvergelijking, validatie en gevoeligheidsanalyse is getracht de onzekerheden in de modeluitkomsten van het Landelijke Beeld van Verstoring (EMPARA) te kwantificeren. De belangrijkste bevinding is dat de nauwkeurigheid van de 'gemiddelde' geluidbelasting berekend op een gebied, minimaal ter grootte van een middelgrote stad, zo'n 2 decibel bedraagt. De nauwkeurigheid kan worden vertaald in een onzekerheid in de geaggregeerde modelresultaten (geluidbelast oppervlak, geluidbelaste woningen) van enkele tientallen procenten. Een uitzondering vormt het aantal hoogbelaste woningen (>65 dB). Bij dit aantal moet in sommige situaties rekening worden gehouden met een onzekerheid die gelijk is aan het berekende aantal. De onzekerheden in de trends zijn over het algemeen kleiner. Op basis van de bevindingen is geconcludeerd dat het model geschikt is om op landelijke schaal evaluaties uit te voeren van scenario's en het uitvoeren van beleid, zoals dat bijvoorbeeld gebeurt in het kader van de Milieuverkenningen. Voor het jaarlijkse, op landelijke schaal monitoren van (kleine) veranderingen, en zeker voor studies aan specifieke maatregelen en lokale situaties is het model over het algemeen te onnauwkeurig.<br>
    • Verkeerslawaai in Europa

      Nijland HA; Dassen AGM; LAE; LLO (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2002-07-19)
      Clear, unambiguous legislation and international agreements on noise and noise policy are often hampered by the different ways different countries deal with measures and calculations.This obstructs the comparison of international data on annoyance by noise.This report describes the legal indices of road, railway and aircraft noise of different European countries. It shows the diversity of current indices, especially in the area of aircraft noise.This report also describes the consequences of changes due in noise indices for the Dutch situation. The way of calculating traffic noise differs a lot between different European countries. Biggest differences occur in calcultating the emission. Finally, noise standards in different European countries are compared. Again, it shows a big diversity, as well in the height of the standards as in the noise indices used.
    • Verkeerslawaai in Europa

      Nijland HA; Dassen AGM; LAE; LLO (2002-07-19)
      Het zicht op eenduidige regelgeving voor en heldere internationale afspraken over geluid en geluidbeleid wordt nog te vaak vertroebeld door het feit dat verschillende landen op verschillende wijze en met verschillende maten meten en rekenen. Hierdoor is het moeilijk om gegevens over geluidhinder van verschillende landen met elkaar te vergelijken. In dit rapport worden de wettelijk voorgeschreven geluidmaten van een groot aantal Europese landen voor het geluid van weg-, trein en vliegverkeer met elkaar vergeleken. Hieruit blijkt de grote verscheidenheid aan gehanteerde geluidmaten, met name bij het vliegverkeer. Dit rapport gaat tevens in op de consequenties van op handen zijnde veranderingen van dosismaten voor de Nederlandse situatie. Ook in de wijze waarop gerekend wordt volgens de verschillende vigerende nationale reken- en meetvoorschriften voor verkeerslawaai (en waarvan de resultaten in de slecht vergelijkbare geluidmaten worden uitgedrukt) blijken grote verschillen te bestaan, vooral in het emissiegedeelte van de berekeningen. Tenslotte wordt een vereenvoudigd overzicht van de normstelling voor de verschillende Europese landen gegeven. Ook hieruit blijkt weer de grote verscheidenheid aan normen, zowel in hoogte als in dosismaat waarin deze zijn uitgedrukt.