• PIE-EXCEL Platform voor Integrale Energie- en emissieverkenningen. Technische beschrijving

      Gijsen A; Wijngaart RA van den; Daniels BW; ECN; KMD; ECN (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2005-09-08)
      The information system, platform on integral energy and emission surveys (PIE), described here has been developed by the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM), and the Netherlands Research Centre of the Netherlands(ECN), two centres in the Netherlands whose activities show a large overlap in the area of energy and emission surveys. The PIE was set up on the one hand to share data common to both centres and, on the other, as a means to respond to policy questions more rapidly, and with more flexibility and insight. Along with the documentation on the history and the purpose of the PIE, an outline of the conceptual model has also been included. This is followed by a discussion of the model's implementation in Excel and the mathematical rules connected with its use. The final chapter discusses plans for PIE application in the near future.
    • PIE-EXCEL Platform voor Integrale Energie- en emissieverkenningen. Technische beschrijving

      Gijsen A; van den Wijngaart RA; Daniels BW; KMD; ECN (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMECN, 2005-09-08)
      Dit rapport beschrijft het informatiesysteem genaamd Platform voor Integrale Energie- en emissieverkenningen (PIE). Omdat het RIVM en ECN een grote overlap hebben op het terrein van energie en emissies werken zij gezamenlijk aan de ontwikkeling en het gebruik van het Platform voor Integrale Energie- en emissieverkenningen. PIE dient bij te dragen aan enerzijds het vastleggen van gezamenlijke informatie en anderzijds aan flexibeler, sneller en inzichtelijker beantwoorden van beleidsvragen. Dit rapport geeft allereerst een beschrijving van de historie en het doel van PIE. Vervolgens wordt het conceptuele model uitgelegd. De toepassing van het conceptuele model in Excel en de daarmee samenhangende rekenregels worden toegelicht en als laatste wordt afgesloten met een beschrijving van de te nemen vervolgstappen.
    • Sectoral CO2 emissions in the Netherlands up to 2010. Update of the Reference Projection for Policy-making on Indicative Targets

      Boonekamp PGM; Daniels BW; Dril AWN van; Kroon P; Ybema JR; Wijngaart RA van den; KMD (ECN, 2004-04-20)
      Op verzoek van de Ministeries van VROM, EZ, V&W en LNV hebben Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) van het RIVM de CO2-emissie per sector tot 2010 ingeschat. Nederland stoot in 2010 precies zoveel CO2 uit om de doelstelling volgens het Kyoto-protocol te halen. In deze studie is uitgegaan van een eerdere studie, de Referentieraming energie en CO2 uit 2002. Deze raming is aangepast met onder meer gecorrigeerde emissiecijfers voor 2000 en een groot aantal recente beleidsaanpassingen.De update is door de vier ministeries gebruikt voor het opstellen van CO2-streefwaarden voor de sectoren op hun beleidsterrein. Hiermee hoopt de overheid meer zekerheid te scheppen over het behalen van het binnenlandse emissiedoel in 2010. Uit het rapport blijkt dat de CO2-emissie in 2010 overeenkomt met de Kyoto-doelstelling van 186 Mton. Enkele aanpassingen van sectorontwikkelingen leiden tot een iets hogere verwachte emissie van de industrie en energiesector. Echter, door een verbetering in de nationale emissie-registratie blijken de CO2 emissies de afgelopen jaren bijna 4 Mton lager te zijn dan tot nu toe is gedacht. Dit werkt ook door in de prognoses voor het jaar 2010. Hierdoor komt het behalen van de binnenlandse Kyoto doelstelling voor broeikasgassen dichterbij. De beleidsmaatregelen van de kabinetten Balkenende I en II hebben per saldo weinig effect op het realiseren van het Kyoto-doel.
    • Sectoral CO2 emissions in the Netherlands up to 2010. Update of the Reference Projection for Policy-making on Indicative Targets

      Boonekamp PGM; Daniels BW; Dril AWN van; Kroon P; Ybema JR; Wijngaart RA van den; ECN; KMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-04-20)
      The Dutch government intends to formulate indicative targets for maximum sectoral CO2- emission levels in the year 2010. To this end the expected future emission levels have been determined for four sectors: Build Environment, Agriculture, Transportation and Industry/ Energy. The study relies heavily on the Reference projection for energy and greenhouse gases in the Netherlands which was used to evaluate the progress with respect to the national climate changed in 2002 has been updated for a number of new implemented policy measures. The update of the Reference projection focuses on partial changes in the future CO2 emissions; no detailed picture of developments with respect to energy use, energy conservation, fuel mix or energy costs are presented. The results have been discussed with representatives of the sectors involved; this has led to some adjustments to the trends until 2010 and extra emission changes. The results for Industry/Energy in 2005 are of of the Dutch National Allocation Plan under the EU Emission Trading Scheme. The report starts with the definition of the new sectoral emission format and a fitting of the base year figures to the updated national emission statistics. A substantial downward correction on industrial emissions has been implemented. Then three rounds of recent policy updates, totalling more than 40 emission changes, are described. Taken together these policy updates also provide a significant decrease in future emission levels. The results are presented for the national level and the four different sectors mentioned earlier. In the industry/energy sector emissions increase due to adaptations to the earlier expected trends in the outlook. All emission changes together lead to a total emission in 2010 in accordance with present GHG policy. Finally, as a contribution to the discussion on allocation of emission rights, the results for industry/energy are com-pared with future emission levels according to expectations of sectors representatives. Also the insights of sectors that differ from the study results are described. Differences with sector expectations can be explained by, among other factors, differing expected growth rates.
    • Sectorale CO2-emissies tot 2010 Update van Referentieramingen ten behoeve van besluitvorming over Streefwaarden

      Boonekamp PGM; Daniels BW; Dril AWN van; Kroon P; Ybema JR; Wijngaart RA van den; ECN; KMD (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2004-02-24)
      The Dutch government intends to formulate indicative targets for maximum sectoral CO2- emission levels in the year 2010. To this end the expected future emission levels have been determined for four sectors: Build Environment, Agriculture, Transportation and Industry/ Energy. The study relies heavily on the Reference projection for energy and greenhouse gases in the Netherlands which was used to evaluate the progress with respect to the national climate changed in 2002 has been updated for a number of new implemented policy measures. The update of the Reference projection focuses on partial changes in the future CO2 emissions; no detailed picture of developments with respect to energy use, energy conservation, fuel mix or energy costs are presented. The results have been discussed with representatives of the sectors involved; this has led to some adjustments to the trends until 2010 and extra emission changes. The results for Industry/Energy in 2005 are of of the Dutch National Allocation Plan under the EU Emission Trading Scheme. The report starts with the definition of the new sectoral emission format and a fitting of the base year figures to the updated national emission statistics. A substantial downward correction on industrial emissions has been implemented. Then three rounds of recent policy updates, totalling more than 40 emission changes, are described. Taken together these policy updates also provide a significant decrease in future emission levels. The results are presented for the national level and the four different sectors mentioned earlier. In the industry/energy sector emissions increase due to adaptations to the earlier expected trends in the outlook. All emission changes together lead to a total emission in 2010 in accordance with present GHG policy. Finally, as a contribution to the discussion on allocation of emission rights, the results for industry/energy are com-pared with future emission levels according to expectations of sectors representatives. Also the insights of sectors that differ from the study results are described. Differences with sector expectations can be explained by, among other factors, differing expected growth rates.
    • Sectorale CO2-emissies tot 2010 Update van Referentieramingen ten behoeve van besluitvorming over Streefwaarden

      Boonekamp PGM; Daniels BW; Dril AWN van; Kroon P; Ybema JR; Wijngaart RA van den; KMD (ECN, 2004-02-24)
      Op verzoek van de Ministeries van VROM, EZ, V&W en LNV hebben Energieonderzoek Centrum Nederland (ECN) en het Milieu- en Natuurplanbureau (MNP) van het RIVM de CO2-emissie per sector tot 2010 ingeschat. Nederland stoot in 2010 precies zoveel CO2 uit om de doelstelling volgens het Kyoto-protocol te halen. In deze studie is uitgegaan van een eerdere studie, de Referentieraming energie en CO2 uit 2002. Deze raming is aangepast met onder meer gecorrigeerde emissiecijfers voor 2000 en een groot aantal recente beleidsaanpassingen.De update is door de vier ministeries gebruikt voor het opstellen van CO2-streefwaarden voor de sectoren op hun beleidsterrein. Hiermee hoopt de overheid meer zekerheid te scheppen over het behalen van het binnenlandse emissiedoel in 2010. Uit het rapport blijkt dat de CO2-emissie in 2010 overeenkomt met de Kyoto-doelstelling van 186 Mton. Enkele aanpassingen van sectorontwikkelingen leiden tot een iets hogere verwachte emissie van de industrie en energiesector. Echter, door een verbetering in de nationale emissie-registratie blijken de CO2 emissies de afgelopen jaren bijna 4 Mton lager te zijn dan tot nu toe is gedacht. Dit werkt ook door in de prognoses voor het jaar 2010. Hierdoor komt het behalen van de binnenlandse Kyoto doelstelling voor broeikasgassen dichterbij. De beleidsmaatregelen van de kabinetten Balkenende I en II hebben per saldo weinig effect op het realiseren van het Kyoto-doel.