• Blootstelling aan risicovolle situaties op het werk in 2006 en 2011

      Damen M; Sol VM; Wouters R; CEV (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVMRIGO, 2012-11-21)
      In opdracht van het ministerie van SZW heeft het RIVM in 2006 en 2011 uitgezocht welke kans werknemers in Nederland tijdens hun werk lopen op een ongeval. Hiervoor is in kaart gebracht hoe lang mensen blootstaan aan risicovolle situaties, zoals werken op hoogte, werken met elektriciteit of machines, vallende voorwerpen en agressieve mensen. Het doel is te identificeren welke werknemers een groter risico lopen op een ongeval. Op die manier kan het ministerie, maar ook de werkgever, beter prioriteiten stellen in zijn beleid en indien nodig de juiste beschermende maatregelen treffen. Ten opzichte van 2006 is het aantal uren per jaar dat een werknemer werd blootgesteld aan risicovolle situaties met 3,7 procent gedaald. Uit het onderzoek blijkt dat een werknemer in een jaar gemiddeld aan 4,6 risicovolle situaties tegelijk blootstaat. Deze aantallen verschillen sterk per beroepsgroep. Bovenaan, met een blootstelling aan gemiddeld 10,5 risicovolle situaties, staan de machinebankwerkers, monteurs, instrumentmakers en reparateurs. Onderaan staan de beroepsgroepen van verzekeringsagenten, boekhouders, makelaars en dergelijke, met 2,5 risicovolle situaties. Effectief arbeidsveiligheid verbeteren Er lijkt een extra risico te schuilen in de combinatie van risicovolle situaties. Werknemers die aan een groot aantal van deze situaties blootstaan, blijken er het meest bij gebaat te zijn als dat aantal afneemt. Dit heeft meer effect dan het totaal aantal uren waarin zij aan risicovolle situaties blootstaan te verminderen. Veel variatie in blootstelling op het werk Per risicovolle situatie varieert bovendien de mate waarin werknemers eraan blootstaan. Zo is voor 90 procent van hen struikelen en uitglijden een van die risicovolle situaties; in totaal stond de Nederlandse beroepsbevolking daaraan in 2011 4,3 miljard uur blootgesteld. Vallen van een vaste trap of helling staat op de tweede plaats, met een aandeel van 62 procent van de werknemers en een totale blootstelling van 353 miljoen uur. Dat is per traploper gemiddeld 80 uur per jaar. Slechts 2 procent van de werkzame beroepsbevolking staat bloot aan het risico op stofexplosies, maar dat betreft per persoon wel een groot aantal uren (gemiddeld 910 uur per jaar). Grote verschillen tussen werknemers Voor het onderzoek is aan 25.000 mensen, representatief voor de werkzame beroepsbevolking, gevraagd of zij in de week voorafgaand aan het onderzoek met risicovolle situaties te maken hebben gehad. Door de informatie over blootstelling en letsel en verzuim als gevolg van ongevallen te combineren, was het bovendien mogelijk te duiden binnen welke groep werknemers bijna alle ongevallen met verzuim plaatsvinden. Deze groep beslaat circa 20 procent van de werkzame beroepsbevolking. Dit betreft vooral personen onder de 25, vrouwen, deeltijders en lager opgeleiden. Als sector is de horeca hierin oververtegenwoordigd, als beroepsgroep zijn dat verpleegkundigen.
    • Ernstige arbeidsongevallen 1999-2011 : Trends en ontwikkelingen

      Berkhout PHG; Damen M; Ameling CB; Sol VM; ABI; M&V (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2015-06-25)
      Het totale aantal ernstige arbeidsongevallen in Nederland daalt van circa 2600 in 1999 tot circa 2000 in 2011. Dat blijkt uit een analyse van de arbeidsongevallen uit 1999-2011. De ernst van de ongevallen verandert niet: per jaar overlijdt 3% van de slachtoffers (80 personen in 1999; 60 personen in 2011) en 4% wordt arbeidsongeschikt. Bijna een derde van de werknemers in loondienst loopt een bovengemiddelde kans op een ernstig ongeval. De kans op een arbeidsongeval verschilt De kans op een ernstig arbeidsongeval wordt beïnvloed door leeftijd, sekse, arbeidsverband, herkomst en bedrijfstak. Zo blijkt dat jongeren rond 19 jaar relatief veel risico lopen. Werknemers achter in de 50 lopen de grootste kans op een ernstig arbeidsongeval. Het lijkt er op dat uitzendkrachten meer risico lopen dan medewerkers met een vaste werkweek (en vast of tijdelijk contract). Mannen lopen meer risico dan vrouwen, zelfs als wordt gecorrigeerd voor de bedrijfstak. Ook allochtone werknemers van de eerste generatie lopen meer risico, maar de risico's van de tweede generatie zijn gelijk aan die van autochtone werknemers. Het aantal arbeidsongevallen daalt niet in alle sectoren Ondanks de algehele daling, blijft in vier sectoren het aantal ongevallen onveranderd hoog. Het gaat om 'textiel en kleding', 'landbouw, visserij en delfstoffen', 'vervaardiging van machines en apparaten', en 'gespecialiseerde bouw'. Tot de laatste sector behoren activiteiten zoals dakbouw, steigerbouw, heien en betonvlechten. Bij andere bouwgerelateerde sectoren als 'afwerken van gebouwen' en 'bouwen van infrastructuur (zoals bruggen en leidingen)' daalde het aantal ongevallen wel. De analyse is gebaseerd op informatie over arbeidsongevallen die door de Inspectie SZW zijn onderzocht, gekoppeld aan CBS-gegevens over persoonskenmerken van werknemers in loondienst, zoals leeftijd en bedrijfstak. Het onderzoek geeft geen verklaringen over de geschetste ontwikkelingen.
    • Kwantitatieve risicoanalyse voor arbeidsveiligheid. De ontwikkeling van een risicomodel en software

      Aneziris O; Baedts E de; Baksteen J; Bellamy LJ; Bloemhoff A; Damen M; Eijk V van; Kuiper JI; Leidelmeijer K; Mud M; et al. (WORM Metamorphosis ConsortiumNCSR DemokritosEDBCRondas Safety ConsultancyWhite Queen BVConsumer Safety InstituteRIGORPS Advies BVMinisterie SZWNIFVHCRM Ltd., 2009-08-27)
      Er is een model ontwikkeld om arbeidsrisico's tijdens het werk in Nederland te berekenen. Per activiteit, baan, bedrijf of industrietak kan het risico op ongevallen of overlijden worden berekend. Werkgevers kunnen vervolgens maatregelen kiezen die het risico hierop beperken. Ook kunnen de kosten van deze maatregelen en de behaalde risicobeperking met het model worden berekend. Hiermee is een optimale afweging mogelijk van de kosten en de baten van maatregelen die risico's verminderen. Het model is ontwikkeld in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Het RIVM gaf leiding aan het internationale onderzoeksconsortium. Voor het onderzoek is een groot aantal arbeidsongevallen geanalyseerd, op basis van de ongevalrapporten van de Arbeidsinspectie. Deze gegevens zijn in een database gezet, waarbij de arbeidsongevallen werden verdeeld naar 36 typen ongevalscenario's. De ongevalscenario's werden gebruikt om zogenoemde 'vlinderdasmodellen', bow ties, te construeren. Aan de ene kant van dit model staan de onderliggende oorzaken van een ongeval vermeld en aan de anders kant de gevolgen ervan (gewond raken of dodelijk letsel). In een bow tie worden de maatregelen genoemd die een ongeval helpen voorkomen, dan wel helpen om de gevolgen te beperken. De bow ties geven eveneens getalsmatig aan hoe vaak dergelijke maatregelen kunnen falen. Vervolgens is een analyse gemaakt van de activiteiten en arbeidsomstandigheden van de gemiddelde werknemer. Daarmee is bepaald in welke mate werkende personen aan risicovolle activiteiten blootstaan en hoe goed de risicobeperkende maatregelen op de werkplek zijn.
    • The quantification of occupational risk. The development of a risk assessment model and software.

      Aneziris O; Baedts E de; Baksteen J; Bellamy LJ; Bloemhoff A; Damen M; Eijk V van; Kuiper JI; Leidelmeijer K; Mud M; et al. (WORM Metamorphosis ConsortiumNCSR DemokritosEDBCRondas Safety ConsultancyWhite Queen BVConsumer Safety InstituteRIGORPS Advies BVMinisterie SZWNIFVHCRM Ltd., 2008-09-18)
      Op verzoek van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is een model ontwikkeld om arbeidsrisicos in Nederland te berekenen. Werknemers kunnen tijdens hun werk gewond raken of overlijden als gevolg van ongevallen. Met het model kunnen werkgevers combinaties van maatregelen kiezen die het risico reduceren. Ook kunnen de kosten van deze maatregelen en de behaalde risicoreductie worden berekend. Hiermee is een optimale afweging mogelijk van de kosten en de baten van risicoreducerende maatregelen. Voor het onderzoek is een groot aantal arbeidsongevallen geanalyseerd, op basis van de ongevalrapporten van de Arbeidsinspectie. Deze gegevens zijn in een database gezet, waarbij de arbeidsongevallen werden verdeeld naar 36 typen ongevalscenarios, zoals 'vallen van hoogte'. De ongevalscenarios werden gebruikt om zogenoemde vlinderdasmodellen te construeren. Hierin staan de oorzaken van een ongeval vermeld (welke gebeurtenissen leiden tot het optreden van het ongeval?) en de gevolgen ervan (gewond raken of dodelijk letsel?). In een vlinderdasmodel worden tevens de maatregelen genoemd die een ongeval helpen voorkomen, dan wel helpen om de gevolgen te beperken. De vlinderdasmodellen geven eveneens getalsmatig aan hoe vaak dergelijke maatregelen kunnen falen. Vervolgens is een analyse gemaakt van de activiteiten en werkplaatsomstandigheden van de gemiddelde werknemer. Daarmee is bepaald in welke mate werknemers aan risicovolle activiteiten blootstaan en van welke kwaliteit de risicobeperkende maatregelen op de werkplaats zijn. Met deze gegevens kan per activiteit, baan, bedrijf of industrietak het risico op ongevallen worden berekend.