• Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met vleesconsumptie. I: Erysipelothrix rhusiopathiae

      Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Groothuis; D.G.; Knapen; F.van; Oosterom; J.; et al. (1984-09-24)
      Erysipelothrix rhusiopathiae infecties bij de mens zijn in hoofdzaak wondinfecties, die meestal gelocaliseerd blijven. De belangrijkste diersoorten betrokken bij de besmetting van de mens zijn varkens en vis. De enkele beschreven gevallen van besmetting door consumptie van besmet voedsel zijn niet geheel overtuigend. Antibiotisch zijn locale infecties goed behandelbaar. Er is geen overdracht van mens op mens bekend. Deze infectieziekte kan dus niet als een belangrijke alimentaire ziekte beschouwd worden, waartegen directe maatregelen getrokken zouden moeten worden om de consument te beschermen. Wel kan de ziekte van belang zijn voor bepaalde risicogroepen, zoals personeel, betrokken bij de produktie en verwerking van vlees en vis.
    • Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met de vleesconsumptie II: Listeria monocytogenes

      Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Groothuis; D.G.; Knapen; F.van; Oosterom; J.; et al. (1984-12-31)
      Listeria monocytogenes besmettingen bij de mens kunnen tot zeer uiteenlopende ziektebeelden aanleiding geven. Deze varieren van acute sepsis, al of niet met meningitis, tot abortus, geringe locale afwijkingen of zelfs symptoomloos dragerschap. Voor het optreden van een klinisch manifeste infectie is meestal een predispositie van de kant van de gastheer nodig in de vorm van een of andere staat van verminderde weerstand. De kiem komt veelvuldig bij vele diersoorten voor waarbij in analogie met de situatie bij de mens verschillende ziektebeelden en dragerschap voorkomen. In het milieu kan de kiem overleven en onder bepaalde omstandigheden vermenigvuldigen. Hoewel alimentaire infecties kunnen voorkomen wordt het gevaar van besmetting via consumptie van vlees zo gering geacht dat vooralsnog geen directe maatregelen bij de vleesproduktie ter bescherming van de consument noodzakelijk lijken. Verder epidemiologisch onderzoek om de leemtes in de kennis op dat gebied op te vullen is gewenst.
    • Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met de vleesconsumptie. III: Leptospira interrogans

      Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Groothuis; D.G.; Knapen; F.van; Oosterom; J.; et al. (1985-01-31)
      Leptospira interrogans komt bij veel diersoorten en de mens voor. De ziektebeelden kunnen uiteenlopen van acute infecties met koorts, nephritis en soms hepatitis tot symptoomloos dragerschap. Uitscheiding kan gedurende vele maanden plaatsvinden (intermitterend). Besmetting van de mens geschiedt gewoonlijk via kleine huidwondjes, de verweekte huid of via intacte slijmvliezen door contact met besmette urine. Alimentaire infecties worden van ondergeschikt belang geacht, zodat vooralsnog geen directe maatregelen in de vleeskeuring ter bescherming van de consument noodzakelijk zijn.
    • Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met de vleesconsumptie. IV: Coxiella burnetii

      Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Groothuis; D.G.; Knapen; F.van; Oosterom; J.; et al. (1985-04-30)
      Coxiella burnetii besmettingen bij de mens kunnen tot uiteenlopende ziektebeelden aanleiding geven. Deze kunnen varieren van een acute septichaemie, al of niet met pneumonie, tot een chronisch ziektebeeld, vaak gepaard gaande met endocarditis, of tot zelfs een subklinisch verloop. Meestal treedt spontaan herstel op na het acute beeld, maar chronische gevallen vergen langdurige antibiotische behandeling. De ziekteverwekker komt bij vele in het wild levende diersoorten en bij teken voor, maar daarnaast ook bij landbuwhuisdieren. De meeste infecties bij dieren verlopen subklinisch, maar kunnen bij drachtige dieren tot abortus leiden. Geboortemateriaal en melk kunnen sterk besmet zijn. De kiem is resistent tegen uitdrogen en kan daarom lang in het milieu overleven. Inhalatie van besmette stof of aerosolen wordt als de belangrijkste besmettingsroute naar de mens beschouwd. Ook orale besmetting is mogelijk, vooral via besmette melk. Vlees kan als potentiele besmettingsbron niet worden uitgesloten.
    • Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met de vleesconsumptie. V. Pasteurella multocida

      Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Groothuis; D.G.; Knapen; F.van; Oosterom; J.; et al. (1985-08-31)
      Infecties bij de mens manifesteren zich voornamelijk als wondinfecties of luchtwegaandoeningen. Predisponerende (weerstandverminderende) factoren zijn in de meeste gevallen echter noodzakelijk voor het aanslaan van een infectie. Het microorganisme komt momenteel voor bij tal van zoogdieren en vogels en ook bij de mens, zodat endogene infecties zich kunnen voordoen. Daarnaast treedt besmetting het meest op via beten en krabben van dieren. Er wordt geconcludeerd, dat pasteurellose bij de mens geen belangrijke alimentaire infectie genoemd kan worden waartegen speciale maatregelen getroffen moeten worden om de consument van vlees en vleesprodukten te beschermen, anders dan het uit de consumptie weren van vlees afkomstig van "zieke" dieren. Beschermende maatregelen om wondinfecties te voorkomen bij personen, die bij het slachten werkzaam zijn, zijn uiterwaard wel gewenst. Gelet op het feit, dat zeer weinig bekend is over het voorkomen van dit soort infecties bij de mens in Nederland lijkt nader onderzoek noodzakelijk.
    • Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met de vleesconsumptie. VI: Yersinia enterocolitica

      Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Groothuis; D.G.; Knapen; F.van; Oosterom; J.; et al. (1985-09-30)
      Yersinia enterocolitica kan bij de mens aanleiding geven tot verschillende ziektebeelden. Het meest wordt de acute enterocolitis beschreven, vooral bij zeer jonge kinderen, maar daarnaast zijn ook de acute mesenteriale lymfadenitis en terminale ileitis (pseudoappendicitis) bekend. Dragerschap zou vooral bij convalescenten kunnen voorkomen, maar er bestaat onvoldoende inzicht in de frequentie. De bacterie is niet alleen bij de mens en verschil. diersoorten uit de faeces geisoleerd, maar ook uit div. levensmiddelen en uit het milieu. Het vermogen om bij lage temp. (4oC) te vermenigvuldigen kan van epidemiologische betekenis zijn. Yersiniosis bij de mens moet primair als een voedselinfectie beschouwd worden, waarbij verschil. meest secundaire faecaal besmette voedingsmiddelen een rol spelen. Toch zijn geen goed gedocumenteerde voedselinfecties met deze bacterie door vleesconsumptie beschreven. Gelet op de leemten in de epidemiologische kennis m.b.t. deze bacterie is het niet mogelijk advies te geven t.a.v. het nemen van maatregelen.
    • Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met de vleesconsumptie. VII: Clostridium perfringens

      Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Groothuis; D.G.; Knapen; F.van; Weiss; J.W. (1986-07-31)
      Besmettingen met Clostridium perfringens kunnen bij de mens leiden tot uiteenlopende ziektebeelden. Deze kunnen varieren van necrotiserende wondinfecties en necrotiserende enteritis met toxinemie tot relatief milde zelflimiterende enteritis. E.e.a. hangt af van de plaats van infectie en de toxinen die door het betreffende microorganisme worden gevormd. Alimentaire infecties komen relatief frequent voor. Op grond van de toxinevorming worden 5 hoofdgroepen (A t/m E) onderkend. C.perfringens komt veelvuldig bij veel diersoorten voor waarbij, in analogie met de situatie bij de mens, verschill. ziektebeelden en dragerschap beschreven zijn. In het milieu kan de kiem door zijn sporenvorming goed overleven. Onder bepaalde omstandigheden kan vermenigvuldiging optreden. De besmetting van vlees, vleeswaren, maar ook van bereide voedingsmiddelen kan gemakkelijk plaatsvinden door het ubiquitair voorkomen van de kiem. Besmetting dient door hygienische maatregelen voorkomen te worden.
    • Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met de vleesconsumptie. VIII: Brucella abortus

      Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Groothuis; D.G.; Knapen; F. van; Weiss; J.W.; (1986-08-31)
      Brucellose bij de mens heeft meestal een weinig specifiek, griepachtig beeld. In Nederland is de voornaamste verwekker Brucella abortus, waar toe het literatuuronderzoek zich dan ook beperkt. Bij dieren is het rund de voornaamste gastheer en leidt een infectie bij drachtige dieren tot abortus. Bij een volgende dracht is de kans op abortus meestal kleiner, maar het dier kan jaren kiemen met de melk en vaginaalsecreet blijven uitscheiden. Direct contact met besmette dieren of besmet materiaal wordt de belangrijkse besmettingsbron voor de mens geacht. Vlees als besmettingsbron wordt van geringe betekenis geacht, maar oppervlakte-besmetting tijdens het slachten kan niet uitgesloten worden. Daarom wordt geadviseerd vlees afkomstig van besmette dieren niet zonder meer in consumptie te brengen.
    • Literatuuronderzoek naar gegevens betreffende de betekenis van een aantal verwekkers van zoonosen in verband met de vleesconsumptie. X.Mycobacterien

      Groothuis; D.G.; Bos; J.M.; Engel; H.W.B.; Knapen; F. van; Weiss J.W. (1986-08-31)
      M.tuberculosis, M.bovis en M.avium kunnen zowel bij mens als dier ziekte veroorzaken. De klinische verschijnselen bij de mens en de epidemiologie van de mycobacterien worden besproken. In de literatuur zijn geen aanwijzingen gevonden voor het voorkomen van besmettingen door de consumptie van vlees afkomstig van tuberculeuze dieren. Echter, gezien de mogelijkheid van besmetting bij slachthuispersoneel en de mogelijke verspreiding van de bacterien tijdens het "opknappen" van deze dieren, verdient het aanbeveling tuberculeuze dieren af te keuren.