• Aanpak van veldonderzoek bij gevallen van lokale bodemverontreiniging

      Duijvenbooden; W.van; Grootens; J.P.A.; Obdam; A.N.M.; Peeters; A.A.; Wever; D. (1985-01-31)
      In het rapport wordt de onderzoeksaanpak in geval van een lokale bodemverontreiniging besproken. Ingegaan wordt o.m. op de verzameling van historische gegevens van verontreinigde bedrijfsterreinen en van beschikbare veldgegevens. Voorts wordt ingegaan op de keuze van waarnemingspunten en wordt een aantal mogelijke onderzoekstechnieken belicht. Tenslotte wordt ingegaan op de problematiek van het nemen van bodem- en grondwatermonsters.
    • Bepaling van de depositie van zwavelverbindingen in Nederland

      Onderdelinden; D.; Jaarsveld; J.A.van; Egmond; N.D.van (1984-12-14)
      Door analyse van de voor Nederland beschikbare meetgegevens (SO2, SO4, natte depositie) en toepassing van een nieuw lange termijn model is de totale S-depositie geschat. De schatting is mede gebaseerd op analyse van de verticale concentratiegradienten, zoals die m.b.v. de 200 m KNMI-mast te Cabauw zijn vastgesteld. In tegenstelling met het tot op heden in Nederland verrichte onderzoek is deze studie, naast modelbeschouwingen, gebaseerd op meetresultaten die als representatief voor de Nederlandse situatie worden beschouwd. De voor Nederland effectieve droge depositie-snelheid wordt geschat op 1 cm/s ; resulterend in een totale (droge- en natte-) S-depositie van 1320 mol/ha per jaar, overeenkomend met 2640 eq zuur per ha per jaar. Tot op heden werd uitgegaan van 2750 eq zuur/ha/jaar (IMP-lucht). In een, eveneens op de literatuur gebaseerde studie van ECN (november 1983) werd deze depositie echter geschat op 915 eq/ha/jaar.
    • Deposition of metals from the atmosphere into the North Sea: model calculations

      Jaarsveld; J.A. van; Aalst; R.M. van; Onderdelinden; D. (1986-10-31)
      De resultaten van een berekening van de jaargemiddelde atmosferische depositie van de spoorelementen As, Sb, Cd, Cu, Ni en Pb in de Noordzee worden gepresenteerd. Het model beschrijft de verspreiding in de atmosfeer dichtbij de bron met een Gaussische pluim en gaat voor grotere afstanden over in een doossector model met meerdere lagen in de verticaal. Droge en natte depositie worden beschreven als factor van de deeltjesgrootte en meteorologische variabelen. Emissies van alle Europese landen zijn in de berekening opgenomen. De berekende concentraties in het Noodzee-gebied zijn in het algemeen iets lager dan de overeenkomstige metingen op kustposities. Een verdere evaluatie vergt zowel betere emissieschattingen als betere metingen. De grootste bijdragen aan de depositie van bovenvermelde elementen is afkomstig van emissies van de landen aan de Noordzee: Verenigd Koninkrijk, Belgie, West-Duitsland, Frankrijk en Nederland.
    • Glasboer of glasbak

      Joosten; J.M.; Nagelhout; D. (1984-03-31)
      In het rapport worden de resultaten van een vergelijkend onderzoek weergegeven van een systeem van het inzamelen van eenmalig glas door middel van de glasbak en een systeem van het huis aan huis inzamelen van eenmalig met het doel de flessen niet als scherven her te gebruiken, maar als flessen. Het onderzoek spitst zich toe op een vergelijking van de milieuhygienische (grondstoffen, energie, milieu) konsekwenties van beide systemen en op een vergelijking van de economische resultaten.
    • Luchtkwaliteit, jaarverslag 1984 en 1985

      Onderdelinden; D.; Blom; W.F.; (1986-12-31)
      Een overzicht van concentraties en deposities in Nederland in '84 en '85. Hoge Hoge 98-percentielwaarden voor SO2 en zwevende deeltjes (en enigszins NO2) in '85 door een episode in jan. van dat jaar. De gemid. 98- percentielwaarde voor de overige componenten (m.u.v. Pan) zijn zowel in '84 als '85 lager dan in de meeste voorafgaande jaren. De 50- percentielwaarden zijn in '84 en '85 voor bijna alle componenten lager dan in de meeste voorafgaande jaren. Alleen NO2 en NOx vertonen een licht stijgende trend. de Ned. bijdrage aan de gemid. SO2, NO2 en Nox concentraties wordt geschat op 27, 40 en 45%. Naast de gasvorminge componenten worden concentraties en deposities van Pb en Cd gerapporteerd. In de rapportperiode is overschrijding waargenomen van de Ned. grens- en richtwaarden alsmede de EG-richtwaarde voor SO2 en NO2, de Ned. richtwaarde voor )3 en Ned. grenswaarde en EG-richtwaarde voor zwevende deeltjes. de zure depositie is voor '84 gemid. over Nederland, berekend
    • Luchtverontreinigingsepisode van 14-24 januari 1987, concentraties van So2 en NO2 in Nederland en nabije omgeving

      Onderdelinden; D.; Blom; W.F.; Rheineck Leyssius; H.J. van (1987-02-28)
      Na een periode van strenge vorst in de eerste helft van januari 1987 is een weersituatie ontstaan waarbij in centraal en West-Europa hoge niveaus van luchtverontreiniging zijn opgetreden. Door aanvoer vanuit brongebieden in Oost-Europa worden in de periode van 14-22 januari in geheel Nederland zwaveldioxide concentraties gemeten in de orde van 300 u,g/m3 in het zuid-oosten van het land worden de concentraties extra verhoogd door aanvoer vanuit het Roergebied. Door het RIVM zijn gedurende de gehele episode de provinciale milieudiensten en de inspecties geinformeerd op basis van zowel de meetgegevens van het landelijk meetnet en de additionele uitgevoerde meetwagenmetingen als de tijdens de episode uitgevoerde prognostische modelberekeningen. In Limburg wordt gedurende het optreden van hoge NO2-niveaus de alarmfase afgekondigd. Mede aan de han van de modelberekeningen wordt in dit rapport een meet gedetailleerd overzicht
    • Modelmatige beschrijving van concentratie en depositie van kolenrelevante componenten in Nederland, veroorzaakt door emissies in Europa

      Jaarsveld; J.A.van; Onderdelinden; D. (1986-04-30)
      Door middel van een verspreidingsmodel werden de concentratie en depositieniveaus voor Nederland berekend m.b.v. geschatte emissies in Europa. Validatie van de berekende waarden werd uitgevoerd met metingen van deeltjes- en gasvormige verontreiniging zoals beschikbaar in Nederland. De volgende conclusies zijn getrokken: De hoogste bijdragen van inlandse emissies aan de gemiddelde niveaus in Nederland worden gevonden voor Pb (44%), Hg (43%) en NOx (42%). Voor de verzurende componenten SOx en NOx zijn deze percentages 27% en 40%. Hoge buitenlandse bijdragen (80%) worden gevonden voor As, Sb, Cd, Be en Se. De bijdragen van kolengestookte installaties in Europa is relatief groot (50%) voor de elementen Al, Be, Ba, Hg, Se en Sr. Slechts 5 tot 30% van de door Nederland kolengestookte elektriciteitscentrales wordt gedeponeerd binnen Nederland.
    • Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging Verslag april 1982/1983

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (Afdeling Operationele Metingen en GegevensverwerkingIPO, 1984-06-28)
      Het gemiddelde SO2-niveau over de periode 1982/1983 lag op een aanzienlijk lager niveau dan in de vorige jaarperiode. Uit modelberekeningen werd geconcludeerd dat er naast de jaarlijkse fluctuaties van het SO2-niveau, t.g.v. varierende verspreidingscondities, sinds 1979/1980 een neergaande tendens van ongeveer 7% per jaar optreedt. Deze afname hangt hoogstwaarschijn- lijk samen met een vermindering van de emissies. Overschrijdingen van de geadviseerde grenswaarden voor SO2 werden niet waargenomen. Het gemiddelde Nox-niveau lag eveneens op een lager niveau dan in de vorige verslagperiode. Overschrijding van de 50%-grenswaarde werd daardoor op slechts een meetstation geconstateerd. Overschrijding van het 240 mug/m3 niveau werd 530 x waargenomen, een aanzienlijke toename t.o.v. de vorige verslagperiode. De beschadiging van tabak bleek ook dit jaar, hoewel minder duidelijk, samen te hangen met verhoogde ozoncentraties. De beschadiging bij tulp is afgenomen. De beschadiging van gladiool toont een grote overeenkomst met de zomer van 1981.
    • Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging verslag over de periode 1 april 1983 - 1 april 1984

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (Afdeling Operationele Metingen en GegevensverwerkingIPO, 1985-04-30)
      Het rapport geeft een verslag van de metingen van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging over de periode april 1983 - april 1984. De gemeten componenten zijn SO2, NOx, O3, CO, SO4, NO3 en stof. Ook zijn biologische metingen verricht. Van de gemeten waarden worden percentielen en gemiddelden zowel in kaartvorm als in tabelvorm gepresenteerd. Daarnaast worden, o.a. m.b.v. modelberekeningen, enkele interpretaties van de gemeten waarden gegeven. Uit het rapport blijkt dat: - de niveaus van SO2, NOx en CO iets hoger lagen dan in de vorige jaarperioden - de zure depositie t.g.v. SO4 en NO3 over de periode oktober 1982-oktober 1983 respectievelijk 2640 en 1160 eq./ha bedroeg - voor SO2, NO2 en O3 overschrijdingen van een aantal grenswaarden zijn geconstateerd.
    • Onderzoek naar de immuunstatus t.a.v. kinkhoest bij 1-12 jaar oude kinderen

      Nagel; J.; Graaf; S.de; Schijf-Evers; D. (1985-02-12)
      Er werden 548 sera onderzocht van 1-12 jaar oude kinderen. Antistoffen gericht tegen een extract van Bordetella pertussis in het IgA, IgM en IgG isotype en IgG antistoffen specifiek gericht tegen de LPF werden in ELISA bepaald. Geconcludeerd werd dat het percentage IgA positieve kinderen tot de leeftijd van 4 jaar constant blijft na deze leeftijd treedt een stijging van dit percentage op. Dit zou kunnen worden toegeschreven aan een langzame uitdoving van de vaccinatie-immuniteit waardoor op de schoolleeftijd, ws. mede door intensievere contacten met leeftijdsgenoten, infecties met B.p. een kans zouden kunnen krijgen. Controlegroepen bestaande uit niet-gevacc.kinderen van dezelfde leeftijden waren echter niet beschikbaar, zodat deze verklaring reeel maar hypothetisch blijft. Uit de hoogte v.d. IgG anti LPF niveaus in IgA-pos. en IgA-neg. sera kan worden geconcludeerd dat anti LPF niveaus >25 eenheden/ml wijzen op een kinkhoestinfectie, terwijl niveaus 15<25 E/ml als verdacht kunnen worden beschouwd.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 1 Limburg

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 2 Noord-Brabant

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 3 Zeeland

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 4 Zuid-Holland

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 5 Noord-Holland

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 6 Utrecht

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 7 Gelderland

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 8 Overijssel

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1983 - april 1984. Regio 9 Noord-Nederland

      Onderdelinden; D.; Tissing; O. (1984-06-27)
      Overschrijding van de door de Centrale Raad voor de Milieuhygiene geadviseerde grenswaarde voor de uurgemiddelde SO2-concentratie (830 mug/m3) werd in de afgelopen periode niet gemeten. Voor NO2 werd op een tweetal stations (Tilburg-Zuid en Amsterdam-West) de uurgemiddelde waarde van 300 mug/m3 over een periode van enkele dagen (in november '83) meermalen overschreden. Overschrijding van dit uurgemiddelde werd voorts gemeten op de stations Posterholt, Bocholz en Denekamp (eenmaal) en op het station Oost-Maarland (tweemaal). Het daggemiddelde van 150 mug/m3 werd eenmaal overschreden op de stations Tilburg-Zuid en Velsen-Zuid. Op 5 van de 30 ozonstations werd de Amerikaanse norm voor O3 overschreden. Volgens deze norm mag per station de uurgemiddelde waarde van 240 mug/m3 op slechts een dag per jaar worden overschreden. Voor CO werd de grenswaarde van 10 mg/m3 als gemiddelde voor 8 opeenvolgende uren op een station (Eindhoven-Noord) driemaal overschreden.
    • Overzicht van meetresultaten van het Nationaal Meetnet voor Luchtverontreiniging april 1985 - april 1986. Regio 1 Limburg

      Blom; W.F.; Onderdelinden; D. (1986-07-31)
      In verband met moderniseringswerkzaamheden aan het meetnet voor luchtverontreiniging is het aantal operationele stations in de rapportageperiode beperkt. Uit de tabellen blijkt geen overschrijding van de (interim) grens- en richtwaarden voor SO2, NO2, CO en O3 gedurende de rapportageperiode. De richtwaarden voor SO2 worden op bijna alle stations in de zuidelijke helft van Nederland overschreden. Voor de richtwaarden van NO2 en O3 geldt dit voor respectievelijk bijna alle en alle stations in het gehele land.