• Bestrijdingsmiddelen in duplicaat 24-uurs voedingen. (deelrapport I: organochloorbestrijdingsmiddelen)

      Greve; P.A.; Harten; D.C. van; Heusinkveld; H.A.G.; Janssen; G.E.; Verschraagen; C.; et al. (1987-03-31)
      Twee series duplicaat 24-uursvoedingen, verzameld in resp. oktober 1984 en maart 1985, werden onderzocht op hexachloorbenzeen (HCB), alfa-, beta- en gamma-hexachloorcyclohexaan (HCH's), heptachloor en Beta- epoxide (HEPO), aldrin/dieldrin en het DDT-complex (p,p'-DDE, o,p'-DDT, TDE en p,p'-DDT). Uit vergelijking van de berekende dagelijkse opnames en ADI's (Acceptable Daily Intake) blijkt dat er voor geen van bovenge- noemde bestrijdings- middelen een gezondheidskundig risico bestaat.
    • Chemische contaminanten in moedermelk. Deelrapport 2: PCB's (sombepaling)

      Greve; P.A.; Harten; D.C.van; Heusinkveld; H.A.G.; Leussink; A.B.; Verschraagen; C. (1985-01-31)
      278 Monsters moedermelk zijn onderzocht op PCB's. Gevonden werd een mediaan van 0,72, een rekenkundig gemiddelde van 0,77, een 90%-waarde van 1,11 en een bereik van 0,27-2,23. De waarden zijn berekend als Clophen A60 na bepaling als decachloorbifenyl. Bij de analyse van de getallen blijkt: a) Er is een significante toename van het PCB-gehalte in het melkvet met toenemende leeftijd (ca 3% per jaar). b) Er is een significante afname van het PCB-gehalte in het melkvet met toenemende pariteit. (ca 8% per pariteit). c) Er is geen aanwijsbare invloed van woonplaats of door de deelnemers opgegeven eetgewoonten op het PCB- gehalte in het melkvet. d) Er is geen verband tussen PCB-gehalte in het melkvet en vetgehalte van de melk, evenmin tussen vetgehalte van de melk en leeftijd.
    • Chemische contaminanten in moedermelk. Deelrapport 3: Organochloorbestrijdingsmiddelen en verwante verbindingen

      Greve; P.A.; Harten; D.C.van; Heusinkveld; H.A.G.van; Hulst; S.van; Janssen; G.E.; et al. (1985-01-31)
      278 Monsters moedermelk zijn onderzocht op organochloorbestrijdingsmiddelen en verwante verbindingen. De resultaten kunnen als volgt samengevat worden (gegeven zijn: mediaanwaarde en, ts () 90%-waarden in mg/kg op vetbasis) HCB 0,19 (0,34), alfa-HCH <0,01 (<0,01), beta-HCH 0,10 (0,16), gamma HCH <0,01 (0,02), beta-HEPO 0,02 (0,03), dieldrin 0,03 (0,05), p.p'-DDE 0,82 (1,6), o.p'-DDT <0,03 (<0,03), TDE <0,02 (<0,02), p.p'-DDT 0,04 (0,13). T.o.v. het vorige onderzoek is een daling in gehalte aanwijsbaar ; deze is het meest opvallend voor HCB, beta-HCH, p.p'-DDE en p.p'-DDT. De daling loopt in de meeste gevallen parallel aan de al eerder gevonden daling voor de gehalten in depotvet (autopsiemonsters). De gehalten in de moedermelk liggen over het algemeen lager dan die in de autopsiemonsters ; in hoeverre hier sprake is van een leeftijdseffect of van een selectieve overdracht van de onderzochte stoffen naar de melk zou nader moeten worden onderzocht. Er is geen verband tussen herkomst van de monsters en gehalten org.chlo.bestr.middel daarin.
    • Contaminanten in moedermelk. Deelrapport 4: Chloorfenolen

      Broek; H.H.van den; Greve; P.A.; Janssen; G.E.; Verschraagen; C.; Wegman; R.C.C. (1985-01-31)
      209 Monsters moedermelk zijn onderzocht op chloorfenolen. 2,3- Dichloorfenol en pentachloorfenol zijn het meest frequent gevonden (mediaanwaarden resp. 0,9 en 0,09 mug/l) ; voor de overige chloorfenolen lagen de mediaanwaarden beneden de aantoonbaarheidsgrens (d.i. 10 mug/l voor de monochloorfenolen, 0,5 mug/l voor de dichloorfenolen, 0,1 mug/l voor de trichloorfenolen en 0,02 mug/l voor de tetrachloorfenolen).