• Hemodynamische en respiratoire evaluatie van een onderhoudsanesthesie met enfluraan na verschillende inleidingsanesthesieen en onder verschillende experimentele omstandigheden bij de rat

      Wildt; D.J.de; Sangster; B.; Olling; M.; Blokhuizen; N.J.P.; Kuil; A.van de; et al. (1985-08-31)
      Uit het onderzoek blijkt dat een inleidingsnarcose met een gasmengsel van CO2/O2 in combinatie met een thoracotomie voor acute flowmetrische experimenten door sterke pulmonale verstoringen niet geschikt is. Een inleiding met enfluraan blijkt de meest aanvaardbare methode te zijn. Voor uitvoerige hemodynamische metingen met flowmetrische methoden is de "acute flowmetrie" in combinatie met een onderhoudsnarcose met enfluraan ongeschikt vanwege sterke cardiorespiratoire depressie. Uitvoerige hemodynamische analyse onder enfluraan anesthesie kan plaatsvinden met behulp van de "chronische flowmetrische" methode, waarbij de nadelige effecten van een thoracotomie niet aanwezig zijn. Een aanvaardbaar narcoseregiem onder deze omstandigheden is een inleiding met enfluraan (5%) met een onderhoudsanesthesie O2/N2O (1:2,5) en enfluraan (2,25%)
    • Onderzoek naar de bloedloodbelasting bij kinderen van 3 tot en met 12 jaar, wonende in het havengebied te Stein

      Savelkoul; T.J.F.; Groot; G.de; Blok; S.M.G.; Sangster; B. (1984-02-29)
      Naar aanleiding van de bodemverontreiniging met lood te Stein is bij kinderen van 3 tot en met 12 jaar, wonende in het verontreinigde havengebied de bloedloodconcentratie gemeten. Op grond van de mate van bodemverontreiniging was vooraf een onderverdeling gemaakt in vier aandachtsgebieden, waarvan er drie bewoond zijn (aandachtsgebieden 2, 3 en 4). Uit de resultaten van dit onderzoek komt naar voren dat de totale onderzoeksgroep te verdelen is in twee subgroepen. Een subgroep kinderen die woont in aandachtsgebied 2 en een subgroep kinderen die woont in aandachtsgebieden 3 en 4. De loodbelasting van de subgroep kinderen in aandachtsgebied 2 is significant hoger dan de loodbelasting van de subgroep kinderen wonend in de aandachtsgroep 3 en 4. De loodbelasting van de kinderen in aandachtsgebied 2 is eveneens hoger dan die van kinderen, wonend in rurale woongebieden elders in Nederland.
    • Onderzoek naar mogelijke concentratieveranderingen van diverse metalen in analyse- en standaardmonsters t.g.v. het opslaan in polyethyleen flessen

      Colenbrander; B.; Aalbers; T.G. (1987-02-28)
      De houdbaarheid, varierend van 0,3,6 en 12 maanden van verschillende metalen in analyse- en ijkstandaard-oplossingen in polyethyleen flessen is in het onderhavige onderzoek nader bekeken. Er zijn geen grote veranderingen (>10%) in de concentraties waargenomen voor Cu, Fe, Ni, Cr en V. Enige verandering, zowel toe- als afname, is geconstateerd voor Mo, Zn, Mg, Pb en Al. De grootste concentratieverandering is geconstateerd voor As, Sb en Se. Dit betekent dat meting van laatstgenoemde metaalconcentraties in to pH = 2 aangezuurde oplossingen zo snel mogelijk (binnen 30 dagen) dient te geschieden om adsorptieverliezen en uitloogverschijnselen uit te sluiten. In de standaard-oplossingen blijkt de concentratie van Pb, Co, Cu en Zn over het algemeen toe te nemen met de tijd. Voor Cd geldt dit alleen voor de laagste concentraties (<0,04 mg/l). De standaard-oplossingen dienen derhalve regelmatig ververst te worden.
    • Onderzoek naar normaal voorkomende waarden van een aantal organochloorbestrijdingsmiddelen en verwante verbindingen en hun metabolieten, van polychloorbifenylen en van chloorfenolen in bloed dan wel plasma van gezonde vrijwilligers

      Blok; S.M.G.; Greve; P.A.; Sangster; B.; Savelkoul; T.J.F.; Wegman; R.C.C. (1984-11-30)
      De stoffen PCP, 2,3,4,6-TCP, PCB's, HCB, de alfa, beta en gamma- isomeren van HCH, beta-HEPO en p,p'-DDE zijn in plasma dan wel bloed aangetoond. Vergeleken met de beschikbare gegevens uit de literatuur kan gezegd worden dat deze concentraties deels van dezelfde orde van grootte zijn en deels duidelijk lager zijn dan die in de literatuur. In tegenstelling tot de literatuurgegevens zijn in dit onderzoek de stoffen p,p'-DDT, o,p'-DDT, TDE en dieldrin niet aangetoond. Een belangrijke conclusie die getrokken kan worden, is dat wanneer bij een milieu-incident meerdere malen plasma- of bloedconcentraties worden bepaald als maat voor de lichaamsbelasting met bovengenoemde verontreinigende stoffen, men bij de interpretatie van deze gegevens terdege rekening dient te houden met de "normale" individuele variatie in de concentraties.
    • Plasma-pentachloorfenol concentraties bij een representatieve steekproef uit de bevolking van de stad Utrecht

      Wegman; R.C.C.; Sangster; B.; Hofstee; A.W.M.; Janssens; H. (1985-01-31)
      De pentachloorfenol-concentratie (PCP) en de 2,3,4,6-tetrachloorfenol- concentratie (TCP) in bloedplasma van 62 vrouwelijke en 63 mannelijke vrijwilligers uit de Utrechtse bevolking zijn gemeten. De mediane plasma PCP-concentratie bedroeg 12,0 mug l-1 met een spreiding van 1,1-83 mug l-1. Voor 2,3,4,6-TCP bedroeg de mediaan <1,0 mug l-1 met een spreiding van <1,0-33 mug l-1. De PCP-concentraties in plasma van vrouwelijke en mannelijke vrijwilligers bleken niet significant van elkaar te verschillen. Deze waarden verschillen niet met de resultaten van na 1980 verricht onderzoek maar zijn lager dan van onderzoek van voor 1980. In het onderzoek is tevens aandacht besteed aan de invloed van verschillende wijzen van bemonstering op de PCP-concentratie. De wijze van bemonstering bleek niet van invloed te zijn op de PCP- concentratie. Wel trad een afname van de PCP-concentratie in het plasma op indien het plasma langer dan 2 dagen werd bewaard alvorens tot extractie werd overgegaan.
    • Vervolgonderzoek naar de bloedloodbelasting bij personen van 13 jaar en ouder, wonend in het aandachtsgebied 2 in de havenregio te Stein

      Savelkoul; T.J.F.; Groot; G.de; Blok; S.M.G.; Sangster; B. (1984-06-29)
      Personen van 13 jaar en ouder wonend in aandachtsgebied 2 werden in de gelegenheid gesteld hun bloedloodconcentratie te laten vaststellen. Deze personen dienden d.m.v. het inzenden van een antwoordbrief zelf te kennen te geven aan het onderzoek te willen deelnemen. Het doel van het onderzoek was om de bloedloodconcentratie bij deze mensen te bepalen en eventueel nader onderzoek te adviseren. Als grenswaarde voor dit nader onderzoek werd voor personen van 21 jaar en ouder een waarde van 350 mug/l aangehouden, terwijl voor personen vanaf 13 tot 21 jaar een waarde van 300 mug/l werd gehanteerd. Uit het onderzoek blijkt dat geen van de onderzochte personen boven de grens van 350 mug/l uitkomt en tevens geen van de onderzochte personen in de leeftijd van 13 tot 21 jaar boven de grens van 300 mug/l. In vergelijking met het eerdere onderzoek van de kinderen blijkt dat de nu onderzochte groep voor alle percentielwaarden op een lagere concentratie uitkomt. Ongeveer de helft van de opgeroepen personen nam deel aan het onderzoek.