• Bepaling van de dosis en de dosisdistributie tijdens een sterilisatie procedure van de bestralingsinstallatie van Gammaster b.v. te Ede

      Aalbers; A.H.L.; Dijk; E. van; (1986-11-18)
      Door het laboratorium voor Stralingsonderzoek van het RIVM is een fysische procedecontrole uitgevoerd m.b.t. de geabsorbeerde dosisverdeling tijdens een sterilisatiebestralingsgang bij Gammaster b.v. Hiertoe is gebruik gemaakt van perspex dosimeters, die tijdens deze bestralingsgang zijn meegevoerd in een productcontainer. Uit de meetresultaten kan worden geconcludeerd, dat binnen de gebruikte test verpakkingseenheid elke waarde van de geabsorbeerde dosis hoger is dan de minimaal vereiste dosis voor sterilisatie. Deze minimum waarde voor de sterilisatiedosis bedraagt 25 KGy en is vastgelegd in de Wet op de Medische hulpmiddelen.
    • Cadmium in kunststofprodukten uit huishoudelijk afval (zakkenvuil)

      Meijer; P.J.; Aalbers; T.G.; Bruin; M.de (1986-06-30)
      Dit interimrapport presenteert de resultaten van de bepaling van het Cd-gehalte in 137 kunststofprodukten uit huishoudelijk afval (zakkenvuil) als onderdeel van het lopende onderzoek naar enkele metalen in 320 kunststofprodukten. Gebleken is dat in een aantal gekleurde kunststofprodukten hoge Cd gehalten voorkomen: in 21 produkten werd een Cd bepaald van meer dan 50 mg/kg tot een maximum van 5000 mg/kg. Vele produkten blijken een laag Cd gehalte te hebben: in 100 produkten bleek het Cd gehalte < 5 mg/kg.
    • De grafiet calorimeter ; standaard voor het bepalen van de geabsorbeerde dosis. Meetprocedure en gegevensverwerking

      Dijk; E.van; Aalbers; A.H.L. (1985-12-31)
      Dit rapport beschrijft de afregeling van het elektronisch meetgedeelte van de calorimeter, alsmede de computerprogramma's voor de bewerking van de meetgegevens. Deze computerprogramma's zijn geschreven in HPL en worden gedraaid op een tafelmodel rekenmachine, Fabr. Hewlett-Packard, model 9825A. Dit rapport is een herziene versie van het Memo FL/1980/14/6 d.d. april 1980. Er is geen poging gedaan de tekst te ontdoen van diverse omschrijvingen, die zijn ontleend aan de engelse taal. In hoofdstuk 6 is naast een aantal stroomschema's ook programma- uitvoer opgenomen.
    • De grafietcalorimeter: standaard voor het bepalen van de geabsorbeerde dosis. Het meten van temperatuurvariaties in een calorimeter

      Dijk; E.van; Aalbers; A.H.L. (1986-01-31)
      In dit rapport wordt het elektronisch meetgedeelte van de calorimeter behandeld. Naast een beschrijving van de electronische onderdelen van dit meetsysteem wordt ingegaan op de werking ervan. Voor een aantal regelsystemen wordt het gedrag geanalyseerd aan de hand van de overdrachtsfunctie, die voor het betreffende circuit kan worden opgesteld. Dit rapport is een herziene versie van het Memo FL/1980/19/5 d.d. april 1980. In de tekst komen diverse omschrijving voor die zijn ontleend aan de Engelse taal.
    • Onderzoek naar mogelijke concentratieveranderingen van diverse metalen in analyse- en standaardmonsters t.g.v. het opslaan in polyethyleen flessen

      Colenbrander; B.; Aalbers; T.G. (1987-02-28)
      De houdbaarheid, varierend van 0,3,6 en 12 maanden van verschillende metalen in analyse- en ijkstandaard-oplossingen in polyethyleen flessen is in het onderhavige onderzoek nader bekeken. Er zijn geen grote veranderingen (>10%) in de concentraties waargenomen voor Cu, Fe, Ni, Cr en V. Enige verandering, zowel toe- als afname, is geconstateerd voor Mo, Zn, Mg, Pb en Al. De grootste concentratieverandering is geconstateerd voor As, Sb en Se. Dit betekent dat meting van laatstgenoemde metaalconcentraties in to pH = 2 aangezuurde oplossingen zo snel mogelijk (binnen 30 dagen) dient te geschieden om adsorptieverliezen en uitloogverschijnselen uit te sluiten. In de standaard-oplossingen blijkt de concentratie van Pb, Co, Cu en Zn over het algemeen toe te nemen met de tijd. Voor Cd geldt dit alleen voor de laagste concentraties (<0,04 mg/l). De standaard-oplossingen dienen derhalve regelmatig ververst te worden.
    • Het sorteeronderzoek aan huishoudelijke afvalstoffen. Doelstellingen, representativiteit en betrouwbaarheid

      Weerd; M.de; Aalbers; T.G.; Langeweg; F.; Joosten; J.M.; Cornelissen; A.A.J. (1986-02-28)
      Onderhavige nota beoogt de doelstellingen van het sorteren van huishoudelijke afvalstoffen te expliciteren en op basis daarvan een representatief en voldoende betrouwbaar systeem aan te geven. Ook wordt aandacht geschonken aan te verrichten chemische analyses naar de samenstelling en de wijze van verwerking van de verkregen meetresultaten.
    • Uitloogonderzoek aan een wegvak met slak van een AfvalVerbrandingsInstallatie als funderingsmateriaal in Roosendaal

      Aalbers; T.G.; Fokkert; L.; Beek; A.I.M. van de; (1986-10-31)
      Het uitlooggedrag van zware metalen uit een alternatief funderingsmateriaal (AVI-slakken) is vergeleken met dat van het vaak toegepaste natuurlijke materiaal Lavalith. Teneinde dit gedrag onder praktijkomstandigheden te onderzoeken zijn twee proefvakken aangelegd waarin beide wegfunderingsmaterialen zijn verwerkt. Het blijkt dat de pH van het water, dat gedurende het tweejarig praktijkonderzoek door de proefvakken percoleert, toeneemt en in belangrijke mate het uitlooggedrag van de onderzochte materialen (As, Cd, Co, Cr, Cu, Mo, Ni, Pb, Sb, V en Zn) bepaalt. M.u.v. Co (2.5%) uit het proefvak met AVI-slakken als funderingsmateriaal, zijn de cumulatieve uitloogpercentages van de metalen voor de beschouwde onderzoeksperiode minder dan 1% van het metaalgehalte dat aanwezig is in de vaste stof. De hoogst gemeten percolaatconcentraties van het proefvak met AVI- slakken zijn m.u.v. As en Cr hoger dan die van het proefvak met Lavalith.
    • Vergelijkend onderzoek aan rontgendiagnostiektoestellen uitgerust met beeldversterkers in het Westfries Gasthuis te Hoorn

      Aalbers; A.H.L.; Dijk; E. van; Bader; F.J.M.; (1986-11-24)
      Een vergelijkend onderzoek is ingesteld naar de werking van rontgenapparatuur uitgerust met beeldversterkers in het Westfries Gasthuis te Hoorn. Van een aantal geselecteerde toestellen is het intreedosistempo in de fantoom posititees bepaald. Het intreedosistempo van een rontgentoestel is hoger dan de waarde die door de Gezondheidsraad als voldoende wordt geacht voor een acceptabel doorlichtbeeld. Geadviseerd wordt de werking van het betreffende toestel te verbeteren c.q. vervanging te overwegen.
    • Vijfde EULEP vergelijking van rontgenstralendosimeters

      Aalbers; A.H.L.; Bader; F.J.M.; (1986-11-30)
      In de periode van 1983-1985 is de 5e EULEP dosimetrievergelijking gehouden, bestaande uit drie ronden. Muisfantomen voorzien van TL- dosimeters zijn aan de deelnemende instituten gezonden. De deelnemers bestraalden deze muisfantomen, waarna de evaluatie plaatsvond op het RIVM. Van de meerderheid van de deelnemers waren de verschillen in de gegeven dosis vergeleken met de referentiedosis kleiner dan +[D_ 5%. In een geval is een verschil van ca. 20% waargenomen. Slechts voor vijf van de twaalf deelnemende instituten voldeed de dosisverdeling aan de gestelde eisen m.b.t. de uniformiteit.