• Indicatief onderzoek naar het verloop van de kwaliteit van het in de provincie Gelderland geleverde drinkwater over de jaren 1968 t/m 1986

      Smit; E.; Eshof; A.J. van den; Zijl; J. van; Fonds; A.W. (1987-05-31)
      Ter onderbouwing van het provinciale beleid m.b.t. de milieuhygienische bescherming van Gelderse waterwingebieden werd het verloop in de kwaliteit van het uit het grondwater verkregen drinkwater van 42 drinkwaterpompstations aan de hand van een beperkt aantal conservatieve bestanddelen over een tijdsduur van 19 jaar zichtbaar gemaakt. Hoewel in dit rapport geen rekening is gehouden met de bij de afzonderlijke pompstations behorende geohydrologische situatie, noch met eventuele tussentijdse vernieuwing van bronnenvelden, wordt met enige voorzichtigheid geconcludeerd dat de gehaltes van de bij het onderzoek betrokken bestanddelen geleidelijk zijn toegenomen. Opvallend is de stijging in de jaren 80 van het aantal tot het hoogste concentratieniveau behorende waarnemingen.
    • Nitraat en sulfaat in het reine water van de Nederlandse grondwaterpompstations (1968-1985)

      Dijk-Looyaard; A.M. van; Fonds; A.W. (1987-01-31)
      In opdracht van de Hoofdinspectie van de Volksgezondheid worden door het RIVM jaarlijks alle drinikwaterpompstations bemonsterd. I.v.m. de stijgende nitraat- en sulfaatconcentraties van het grondwater en de problemen die dit oplevert voor de drinkwatervoorziening, zijn de gegevens van het meetnet betreffende deze parameters geinventariseerd vanaf 1968 tot 1986. Indien de stijging van de nitraat- en sulfaatconcentraties ongewijzigd blijft, dan zal voor het jaar 2000 bij 9 pompstations de nitraatnorm van 50 mg/l worden overschreden en bij 1 pompstation de sulfaatnorm van 150 mg/l. Voor het jaar 2080 zijn dat er 19 resp. 13. Aangezien bij 5 pompstations zowel de norm voor nitraat als sulfaat wordt bereikt voor 2080, bedraagt het totaal aantal "probleempompstations" 27. (ca. 12%).
    • Onderzoek afvalwater RIV in 1983

      Fonds; A.W.; Koot; W. (1984-11-26)
      In 1983 werd onderzoek verricht in het afvalwater van het RIVM, vestiging Bilthoven (destijds nog RIV), i.v.m. de provinciale heffing. Voor de schatting van de afgevoerde hoeveelheden water, alsmede de verdeling over de putten, werd gebruik gemaakt van gegevens van de Technische Dienst. Ingevolge een afspraak met Prov. Waterstaat werd voor de berekening van de belasting tevens gebruik gemaakt van de resultaten van een debiet-proportioneel onderzoek van de putten III en IV door Krachtwerktuigen in maart 1984. De totale belasting kan op grond van de gegevens geschat worden op 2104 vervuilingseenheden, een stijging van 12% t.o.v. 1982. Deze stijging is grotendeels te wijten aan de zuurstofbindende stoffen. De meer exacte bemonsteringsmethode van Krachtwerktuigen heeft eveneens een verhogende invloed hierop.