• De bepaling van de molecuulgewichtsverdeling van eiwit en de concentratie van albumine in urinemonsters uit het screeningsonderzoek "De Kempen"

      Derks; H.J.G.M.; Borrias-van Tongeren; V.; Sluimer; E.*; Hagen-Fast; A.K. (1984-12-31)
      In dit rapport wordt de analytische methode beschreven waarmee t.b.v. het screeningsonderzoek "De Kempen" de fracties van hoog-, midden- en laagmoleculair eiwit in de verzamelde spoturinemonsters zijn onderzocht. De methode berustte op hoge druk gelpermeatiechromatografie met UV-detectie. Door toevoeging van anilino-naftaleensulfonzuur aan het kolomeluaat kon bovendien albumine fluorimetrisch worden bepaald. Deze albuminebepaling werd bij 10% van de geanalyseerde monsters vergeleken met een radiale immunodiffusiemethode met of zonder concentratie van de monsters. Uit de analyseresultaten verkregen voor een interne en een externe kwaliteits-controle-urinepool kon worden afgeleid dat de analytische variatie van de over alle meetdagen gepoolde resultaten bevredigend was. De vergelijking van de twee gebruikte methoden voor albumine toonde aan dat de correlatie tussen beide goed was voor niet geconcentreerde monsters, waarbij de chromatogafische methode systematisch 20% lagere resultaten gaf.
    • De bepaling van putrescine en cadaverine in drainwater van begraaf- plaatsen

      Derks; H.J.G.M.; Hagen-Fast; A.K. (1987-04-30)
      In dit rapport wordt het onderzoek beschreven dat nodig was om een analytische methode voor de bepaling van polyamines in weefsels geschikt te maken voor de analyse van drainwatermonsters van begraafplaatsen. De voornaamste aanpassing die werd ingevoerd was concentratie van de monsters d.m.v. extractie met silicagelpatronen. Deze stap was nodig om een gunstiger concentratieverhouding tussen de te bepalen polyamines en het derivatiseringsreagens te bereiken i.v.m. de aanwezigheid van storende verontreinigingen in het reagens. Met de gewijzigde methode was het mogelijk om putrescine en cadaverine in concentraties van enige nmol/l te bepalen. Watermonsters van begraafplaatsen die met behulp van deze methode onderzocht werden bleken wisselende concentraties (0-251 nmol/l) putrescine te bevatten. Cadaverine kon niet worden aangetoond.
    • Bereiding en eigenschappen van Kresolroodoplossingen ter controle van de temperatuur van de inhoud van (spectro)fotometercuvetten

      Dreumel; H.J.van; Bosman; A.H.; Derks; H.J.G.M.; Hagen-Fast; A.K.; Koedam; J.C.; et al. (1986-05-31)
      In dit rapport wordt de bereiding beschreven van twee (combinatie) partijen Kresolroodoplossingen van verschillende concentraties. Deze oplossingen zijn bedoeld om gebruikt te worden voor het meten van de temperatuur van de inhoud van de cuvet van (spectro)fotometers. Het principe hiervan berust op het feit, dat de lichtabsorbtie (extinctie) van een kresolroodoplossing in een TRIS buffer verandert bij verandering van de temperatuur, terwijl dat bij een oplossing van kresolrood in een barbital-fosfaatbuffer niet het geval is. Het quotient van de metingen van de tweede en de eerste oplossing kan dan direct in een temperatuurbepaling worden omgezet. Om het gebruik van deze sets kresolrood in ziekenhuislaboratoria te vergemakkelijken, werden tabellen samengesteld, die het verband tussen het quotient van de extincties en de in de cuvet heersende temperatuur direct aangeven.
    • Bereiding van bilirubinestandaarden

      Dreumel; H.J.van; Bosman; H.A.; Derks; H.J.G.M.; Hagen-Fast; A.K.; Koedam; J.C.; et al. (1986-05-31)
      Dit rapport beschrijft de bereiding van vijf partijen gevriesdroogde bilirubinestandaard. De volumeverandering die optreedt tengevolge van droogvriezen en reconstitutie kon worden berekend aan de hand van bepalingen van bilirubine, kalium, chloride en radioactiviteitsmetingen in de oorspronkelijke oplossing en het na vriesdrogen gereconstitueerde materiaal. Alle partijen werden gebruikt voor onderzoek van de stabiliteit en de flesjesspreiding. Het grootste deel van de drie grote partijen is na certificatie door enige binnen- en buitenlandse laboratoria bestemd voor opname in de lijst met RIVM referentiematerialen.