• Bepaling van theofylline (1,3-dimethylxanthine) in hondeplasma met behulp van reversed-phase vloeistofchromatografie

      Olling; M; Besamusca; P.; Rauws; A.G. (1985-02-28)
      In dit rapport wordt een snelle en nauwkeurige methode beschreven voor de bepaling van theofylline in plasma. Theofylline wordt uit plasma geextraheerd met chloroform/2-propanol en met behulp van reversed-phase hogedruk vloeistofchromatografie gescheiden en met spectrofotometrische detectie bepaald bij 273 nm. De nauwkeurigheid van de methode is 4%, de terugwinning is 100% en de ondergrens 0.1 mg/l plasma. De metabolieten van theofylline en andere xanthinederivaten storen de bepaling niet. Deze methode wordt thans toegepast bij biologische beschikbaarheidsexperimenten van theofylline-preparaten bij de hond.
    • Bepaling van valproinezuur in humaan plasma

      Olling; M.; Besamusca; P.; Rauws; A.G. (1985-02-28)
      In dit rapport wordt een gaschromatografische methode beschreven voor de bepaling van valproinezuur (dipropylazijnzuur) in humaan plasma. Valproinezuur wordt uit plasma geextraheerd met chloroform in zuur milieu, dat direct wordt ingespoten in de gaschromatograaf en gedecteerd met een vlamionisatie detector. Als interne standaard wordt het n-hexaanzuur gebruikt. Binnen het therapeutisch concentratiegebied (20-100 mg.1-1) zijn de lineairiteit en reproduceerbaarheid goed (5%). De terugwinning is 100 + 4% en de ondergrens is 0.5 mg.1-1.
    • Biologische beschikbaarheid van diergeneesmiddelen na intramusculaire of subcutane toediening en haar implicaties voor de volksgezondheid. Een literatuuroverzicht

      Rauws; A.G. (1986-05-31)
      Onvoldoende biobeschikbaarheid van intramusculair en subcutaan toegediende diergeneesmiddelen heeft implicaties niet alleen voor de effectiviteit van geneesmiddelen, maar ook voor de residuproblematiek en dus ook voor de volksgezondheid. Slechte biobeschikbaarheid kan leiden tot onverwachte injectieplaats residuen en tot langzamere residueverdwijning dan verwacht. In dit literatuur-rapport wordt een overzicht gegeven van publikaties betreffende de relatie tussen biobeschikbaarheid van diergeneesmiddelen na intramusculaire of subcutane toediening en door injectie ervan veroorzaakte weefselschade. Veel produkten vertonen onvoldoende biobeschikbaarheid en veroorzaken aanmerkelijke weefselschade. De elementen voor een samenhangende onderzoekmethode ter kwantificering van biobeschikbaarheid en weefselschade zijn beschikbaar. Zij moeten nog in hun samenhang worden ontwikkeld.
    • De biologische beschikbaarheid van het diureticum chloortalidon uit tabletten

      Olling; M.; Timmerman; A.; Rauws; A.G. (1985-11-30)
      De relatieve biobeschikbaarheid van drie generieke Chloortalidonpreparaten werd bij de hond bepaald met het merkpreparaat als referentie. AUC-waarden werden berekend over een periode van 72 uur op grond van plasma- en bloedspiegelbepalingen. De resultaten werden geevalueerd met behulp van het programma BIOTEST. Met AUC-waarden gebaseerd op erythrocytaire concentraties bleken alle preparaten bioequivalent. Met AUC-waarden gebaseerd op plasmaspiegels werden niet significante verschillen met het referentiepreparaat gevonden. Twee generieke preparaten verschilden onderling significant. Beide preparaten werden daarop in "steady state" met elkaar vergeleken. Hier werd een groter maar niet significant verschil gevonden. De gevonden verschillen hingen samen met opvallend grote variatie bij een van beide preparaten. Op grond hiervan werd dit van inferieure kwaliteit geacht te zijn.