• Advies inzake bemonstering in het kader van EG-onderzoek op residuen en microbiologische contaminanten in slachtdieren en vlees

      Engel; H.W.B.; Greve; P.A.; Leussink; A.B.; Stephany; R.W. (1985-11-30)
      N.a.v. een verzoek door de Veterinair Hoofdinspecteur van de Volksgezondheid om advies m.b.t. de statistische benadering v.d. monstername t.b.v. het onderzoek naar het voorkomen van residuen en ongewenste microbiologische agentia in slachtdieren en vlees is een reeds eerder gepubliceerde analyse betreffende de vereiste randvoorwaarden, waaraan voldaan moet zijn bij een statistische benadering van bemonsteringsproblematiek, verder uitgewerkt. Gelet op de vaak onregelmatige en meestal onbekende verdeling van de gezochte agentia over de te onderzoeken populatie is een exact statistische benadering principieel niet mogelijk. Aan de hand van een drietal voorbeelden (chlooramfenicol, diethylstilbestrol en Trichinella) wordt geillustreerd dat het voldoen aan de overige door de statistiek gestelde randvoorwaarden toch van fundamenteel belang is om een verantwoord onderzoekprogramma op te stellen. De uiteindelijke vorm zal gebaseerd moeten worden op dat wat aanvaardbaar en haalbaar is en niet op statistische gronden.
    • Chemische contaminanten in moedermelk. Deelrapport 2: PCB's (sombepaling)

      Greve; P.A.; Harten; D.C.van; Heusinkveld; H.A.G.; Leussink; A.B.; Verschraagen; C. (1985-01-31)
      278 Monsters moedermelk zijn onderzocht op PCB's. Gevonden werd een mediaan van 0,72, een rekenkundig gemiddelde van 0,77, een 90%-waarde van 1,11 en een bereik van 0,27-2,23. De waarden zijn berekend als Clophen A60 na bepaling als decachloorbifenyl. Bij de analyse van de getallen blijkt: a) Er is een significante toename van het PCB-gehalte in het melkvet met toenemende leeftijd (ca 3% per jaar). b) Er is een significante afname van het PCB-gehalte in het melkvet met toenemende pariteit. (ca 8% per pariteit). c) Er is geen aanwijsbare invloed van woonplaats of door de deelnemers opgegeven eetgewoonten op het PCB- gehalte in het melkvet. d) Er is geen verband tussen PCB-gehalte in het melkvet en vetgehalte van de melk, evenmin tussen vetgehalte van de melk en leeftijd.
    • Gemeenschappelijk onderzoek "Het bepalen van aflatoxine M1 in melkpoeder". Een vergelijking van vier methoden van onderzoek

      Egmond; H.P.van; Leussink; A.B.; Paulsch; W.E. (1985-06-30)
      In een gemeenschappelijk onderzoek werden 4 methoden van onderzoek voor het bepalen van aflatoxine M1 in melkpoeder bestudeerd. Uit het onderzoek bleek dat de bestudeerde methoden qua prestaties weinig voor elkaar onderdoen en dat zij allen voldoen aan redelijk te stellen eisen van reproduceerbaarheid. Voor de Nederlandse situatie, waar een tolerantie voor aflatoxine M1 in melk is voorgesteld van 0,05 mug/l is van praktische betekenis de conclusie dat niet van een te hoog gehalte kan worden gesproken, zolang de uitkomst van een enkelvoudige meetuitkomst kleiner is dan 0,1 mug/kg, welke van de bestudeerde methoden men ook toepast.