• Enkele hydrologische aspecten van een bodem- en grondwaterverontreiniging op het fabrieksterrein van Nestle te Rotterdam

      Mulschlegel; J.; Kusse; A.A.M. (1984-06-30)
      De Regionaal Inspecteur van de Volksgezondheid voor de Milieuhygiene voor Zuid-Holland verzocht RIVM-LBG inzicht te geven in de eventuele verbreiding van een verontreiniging op het fabrieksterrein van Nestle te Rotterdam. Bij het uitgevoerde onderzoek is gebruik gemaakt van een 3-dimensionaal grondwaterkwaliteitsmodel (INTERA). Op grond van de resultaten van met dat model uitgevoerde berekeningen kan een goed verbreidingsbeeld worden gegeven. Enkele alternatieven zijn bekeken om gevoeligheden te testen. Uit de resultaten blijkt onder meer dat bij het aangehouden onttrekkingspatroon de maximale concentratie aan verontreiniging in het opgepompte grondwater zich eerst na ongeveer een eeuw manifesteert. De maximale waarde zal dan overigens een factor 10-4 lager zijn dan de concentratie van de verontreinigingsbronnen.
    • Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit Analyse resultaten bemonstering 1985, Provincie Gelderland

      Peeterrs; A.A.; Kusse; A.A.M. (1987-01-31)
      Routinematige presentatie van de analyseresultaten van het landelijk meetnet grondwaterkwaliteit. Bemonstering 1985 ; Provincie Gelderland.
    • Landelijk Meetnet Grondwaterkwaliteit. Analyse resultaten bemonstering 1985 Provincie Noord-Brabant

      Peeters; A.A.; Kusse; A.A.M. (1987-02-28)
      Routinematige presentatie van de analyseresultaten van het landelijk meetnet grondwaterkwaliteit. Bemonstering 1985 ; provincie Noord- Brabant.
    • De verontreiniging van het grondwater in de omgeving van de katalysatorberging van DSM

      Glasbergen; P.; Kusse; A.A.M. (1985-12-31)
      Tot 1973 is door DSM een katalysator die o.a. uraanantimoonoxide bevatte met proceswater geloosd in een bezinkvijver in een voormalige bruinkoolgroeve. In 1979 was er sprake van een ernstige grondwaterverontreiniging. In 1983 bleek dat de verspreiding in het grondwater bepaald werd door een opbolling in de grondwaterspiegel aan de noordwestzijde van de berging en de aanwezigheid van watervoerende grindlagen. Uit een boring in de stort zelf bleek dat het waterpeil fluctueerde en dat er een relatie tussen deze fluctuaties en de neerslag bestond. De tot medio 1985 beschikbaar gekomen gegevens zijn in het voorliggende rapport verwerkt. Hoewel in sommige putten de verontreiniging afneemt is aan de zuidwestzijde een duidelijke toename geconstateerd. In de door de stort heen voortgezette boring is in het grondwater antimoon aangetroffen in concentraties van meer dan 40 microgram/l. De geologische interpretatie van deze laatste boring wijst op de aanwezigheid van een met zand gevulde geulvormige structuur, die midden onder de berging doorloopt.