RIVM Publications Repository

On this website you will find articles and reports that are written by the Dutch National Institute for Public Health and the Environment (RIVM).

We are constantly working to improve the Repository. Please contact our administrator if you have any further questions or remarks.

Select a community to browse its collections.

RIVM official reports
Articles and other publications by RIVM employees
Datafeed Community
  • Dissolved black carbon mediated photo-transformation of tetrachlorantraniliprole: Kinetics, pathways, and adverse effects of the photoproduct

    Li, Yaling; Luo, Tianlie; Yang, Minhui; Liu, Guo; Chen, Xian; Li, Yihua; Zhou, Chengzhi; Peijnenburg, Willie JGM Peijnenburg (2024-08-21)
  • Schadelijkheid stoffen tankwassingen

    Faber, M (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-06-17)
    Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) heeft RIVM gevraagd om onderzoek te doen naar de schadelijkheid van vloeibare chemicaliën die over zee getransporteerd mogen worden. Op basis van de analyse zijn tientallen van deze vloeibare chemicaliën geclassificeerd als Zeer Zorgwekkende Stof (ZZS). ZZS zijn stoffen die gevaarlijk zijn voor mens en milieu. Bij een incorrecte voorwas of bij wassingen op zee kunnen deze stoffen in het mariene milieu terechtkomen.
  • Grootschalige concentratiekaarten Nederland. Rapportage 2024

    Mijnen-Visser, S; de Jongh, LA; Hazelhorst, SB; Hoogerbrugge, R; Soenario, I; Stolwijk, GJC; de Vries, WJ; Wichink Kruit, RJ; Zuidberg, S (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-06-17)
    Het RIVM maakt elk jaar kaarten van de luchtverontreiniging in Nederland. Dit gebeurt voor verschillende stoffen in de lucht, waaronder stikstofdioxide en fijnstof. Het RIVM gebruikt zowel modelberekeningen als metingen om deze GCN-kaarten te maken. Zo komen de concentraties het best overeen met de werkelijke situatie in het afgelopen jaar. De luchtkwaliteit was in 2023 beter dan in 2022. De veranderingen komen vooral door de weersomstandigheden. Omdat het meer regende dan in afgelopen jaren, kwamen meer luchtverontreinigende stoffen met de regen op de grond terecht. Daarnaast waaide het harder, waardoor de stoffen zich meer door de lucht verspreiden. De gemiddelde concentraties stikstofdioxide in de lucht waren in 2023 lager (ruim 23 procent) dan in 2022. Ook de gemiddelde concentraties fijnstof waren in 2023 lager dan in 2022. De concentratie van de deeltjesgrootte PM10 daalde ten opzichte van 2022 met bijna 13 procent en die van PM2,5 met bijna 15 procent. In elk onderzoek kijken we hoe zeker we zijn van onze berekeningen. In dit onderzoek zijn er ook onzekerheden in de berekenende concentraties. De onzekerheden zijn voor het Nederlands gemiddelde ongeveer 10 procent. Dat betekent dat de berekende waarde zeer waarschijnlijk niet meer dan 10 procent afwijkt van de hoeveelheid stoffen die er in de lucht zit. Op specifieke locaties zijn de onzekerheden in de concentraties groter. Slechte luchtkwaliteit is schadelijk voor de gezondheid. De GCN-kaarten worden gebruikt om de ontwikkeling van de luchtkwaliteit in Nederland te volgen. Overheden gebruiken de toekomstverwachtingen om beleid te maken voor een betere luchtkwaliteit. Dit keer maakte het RIVM geen nieuwe kaarten van de verwachte concentraties voor de jaren tot en met 2040. Deze worden voortaan om het jaar gemaakt. Dat past bij de Klimaat- en Energieverkenning van het Planbureau voor de Leefomgeving, die de verwachte effecten van het Nederlandse klimaat- en energiebeleid op de luchtkwaliteit beschrijft. De kaarten die vorig jaar over de toekomst zijn gemaakt, gelden nog steeds. De gegevens over de stikstofdepositie (de GDNkaarten) publiceert het RIVM sinds 2023 niet meer samen met de GCNkaarten.
  • Validatie achtergrondnotities aanpak stikstof van het Ministerie van Financiën

    van der Maas, CWM; Bleeker, A; Jones, PA (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-06-14)
    Het Ministerie van Financiën (FIN) heeft sinds 2021 analyses uitgevoerd op een aantal thema’s binnen de stikstofopgave. Het RIVM heeft hiervoor invoerdata beschikbaar gesteld aan FIN, en de toepassing daarvan eerder al cijfermatig gevalideerd. De cijfermatige validatie geeft echter geen uitsluitsel over de toepasbaarheid van de berekeningen voor beleidsontwikkeling. Een aanvullende validatie is volgens de ministeries van FIN en LNV(Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit) noodzakelijk om de toepasbaarheid van de berekeningen en juistheid van de conclusies te kunnen beamen. De Minister van Financiën heeft deze validatie in haar brief van 10 februari 2023 aan de Kamer toegezegd. Op basis van de informatie uit de zes achtergrondnotities of notebooks zijn de hierin gepresenteerde getallen in veel gevallen niet door RIVM te valideren: hiervoor zijn de gebruikte kentallen, referenties en aannames te summier beschreven. Om dezelfde reden kan het RIVM de verschillende conclusies over natuurherstel, vergunningverlening en stikstofreductie door klimaatmaatregelen niet valideren. Wel was het mogelijk om het gebruik van de door RIVM aangereikte emissies op bedrijfsniveau (stal- en veldemissies) te controleren en deze zijn op een correcte manier gebruikt. De effecten van stalinnovaties zijn maximaal ingeschat – ook eigen opmerkingen van FIN stellen dat dit waarschijnlijk te positief is. RIVM meent dit ook maar vindt dit niet altijd terug in de gepresenteerde stikstofreducties.
  • Effect van nieuwe inzichten op het bereiken van de NPLG stikstofdoelen

    Hazelhorst, SB; van der Maas, CWM; Romeijn, P (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu RIVM, 2024-06-14)
    De Nederlandse overheid wil de kwaliteit van de natuur herstellen in gebieden die gevoelig zijn voor stikstof. In de Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn) staat dat er op minimaal 74 procent van de stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden niet te veel stikstof mag neerslaan in 2035. Om dit wettelijke doel te halen is in 2022 met de provincies het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) opgesteld. Het NPLG geeft onder andere aan hoeveel de uitstoot van stikstof per provincie moet dalen. Het RIVM berekende in 2021 voor het eerst hoeveel minder stikstof de landbouw moet uitstoten om het wettelijke doel te halen. Het deed dat op verzoek van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV(Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit)). Volgens deze berekening kon het doel worden gehaald als de landbouw 40 procent minder ammoniak uitstoot in 2035. Sindsdien zijn naar aanleiding van Europees onderzoek de normen voor stikstofdepositie (de KDW: kritische depositiewaarde) strenger geworden. Daarnaast zijn de wetenschappelijke inzichten over de uitstoot en neerslag van stikstof veranderd. Elk jaar worden namelijk de nieuwste gegevens over onder andere de uitstoot en metingen van stikstof gebruikt voor de berekeningen. Het RIVM heeft met al deze nieuwe inzichten berekend in hoeverre het wettelijke stikstofdoel wordt gehaald als de doelen van het NPLG worden bereikt. Berekend met de nieuwste inzichten wordt meer natuur met te veel stikstof belast dan in 2021 was berekend. In slechts 40 procent van de kwetsbare natuur wordt in 2035 de norm voor stikstof gehaald met de in het NPLG opgenomen gewenste daling in de provincies. Met deze daling zal het teveel aan stikstof dat op de natuur neerslaat wel veel lager (67 procent) zijn dan in 2021. Om het wettelijke doel van 74 procent alsnog te halen, is een forse aanvullende daling van de uitstoot nodig. Het RIVM heeft uitgerekend hoeveel minder stikstof hiervoor moet neerslaan. Gericht reduceren van emissies is daarbij efficiënter dan generiek reduceren.

View more